My Future Heritage exhibit

My Future Heritage

exhibition opens

new cultural seizon

at Castrum Peregrini.

You are welcome on 25 August, 16-19 hrs for the exhibition, a drink and talks about the new programme.
.

.

 

.

.

My Future Heritage is an exhibition that documents artistic intervention in cultural heritage or memory sites that are off the beaten track, neglected or simply not accessible. They have in common a strong potential for future public use, to reflect on our presentatday situation in a historic perspective. The artworks create awareness for a place and its stories, they open up what is actually closed.
.

” My Future Heritage can be seen as a pilot, a stepping stone to the broader European project INSIDE OUT  jointly co-ordinated by Castrum Peregrini and the Goethe Institute Paris, launched November 2012. In this project 8 institutions will work on the artist and the public in memory settings: University of the Arts London, UK; Palazzo Spinelli, Florence, Italy; ACER, Tondela, Portugal; National University of the Arts, Bucharest, Romania; Lithuanian Music, Film and Theatre Museum, Vilnius; Living History Forum, Stockholm, Sweden;

.
My Future Heritage
was developed by Castrum Peregrini and the Centre For Humanities, University of Lviv, Ukraine within the Tandem project (by the ECF Amsterdam and MItOst Berlin, carried out with Centre for Cultural Management Lviv, Soros Foundation Moldova and Culture Action Europe) between September 2011 – may 2012. The Tandem project aims at building new and long-term collaborative relations between selected organizations from European Union countries and cultural key players from Ukraine and the Republic of Moldova.

 

 

 

‘Gisèle en de anderen’ – mister Motley

‘Gisèle en

de anderen’

mister Motley 2012

Hanne Hagenaars, de hoofdredacteur van mister Motley is tevens curator van bijbehorende tentoonstelling De Nederlandse Identiteit? Half suiker, half zand te zien tm 23 september in Museum De Paviljoens Almere.

.

Het verhaal “Gisèle en de anderen’ pag 31 – 35 wordt verteld door kunstenares Yeb Wiersma. Zij bezocht de inmiddels bijna 100-jarige Gisèle in haar atelier en reisde samen met haar door Gisèle’s rijk gevulde eeuw. Uitgebreid en sensitief vertelt Yeb het verhaal van de personen en de plek met bijzondere aandacht voor de ontstaansgeschiedenis van stichting Castrum Peregrini in Gisèle’s appartement aan de Herengracht 401. Yeb belandde ook in de nog in authentieke staat bewaard gebleven onderduiketage, waar op dat moment kunstenares Amie Dicke aan het werk was, samen met haar assistente fotograaf Anniek Mol.

“de chronologie van de tijdlijn biedt een frame voor het vertellen van verhalen.” Hanne Hagenaars

In het dubbeldikke nr 32 van ‘mister Motley’ wordt de tijdlijn van de recente geschiedenis vanaf WOII met de kunst verweven om zo aanvulling te geven op de canon. De wederopbouw, de watersnoodramp, de voormalige Nederlandse koloniën, de Rotterdamse haven, Srebrenica, ‘veelkleurig Nederland’ – hoe reflecteren kunstenaars op de onderwerpen uit de canon? Met deze keuze van kunstwerken uit de afgelopen vijftig jaar wordt de canon uitgerekt tot een complex en gelaagd verhaal.

Op de tentoonstelling in De Paviljoens is een ‘installatie’ van Amie Dicke te zien gemaakt van meegebrachte suikerzakjes en zeepjes van reizen door heel Europa, deze zijn afkomstig uit de onderduik etage. Verder is er werk te zien van: Tiong Ang, Gijs Assmann, Pedro Bakker, Jasper de Beijer, Paul Beumer, Gilles de Brock & Jaap Giessen, Nik Christensen, Hans Citroen, Amie Dicke, Jan Dietvorst, Gilbert van Drunen, Uta Eisenreich, Hadassah Emmerich, Daan van Golden, Kaleb de Groot, Maja van Hall, Toine Horvers, Simonka de Jong, Hamid El Kanbouhi, Iris Kensmil, Natasja Kensmil, Johan van der Keuken, Friso Keuris, Rob van Koningsbruggen, Marijn van Kreij, Otobong Nkanga, Ronald Ophuis, Oksana Pasaiko, Wim T. Schippers & Willem de Ridder, Charlotte Schleiffert, Henk Wildschut, Zijlmans & Jongenelis.

.

C.I.N.V.U.

C.I.N.V.U.

een kunstwerk

in de vorm van

een tijdschrift

Op zondag 1 juli om 12.00 uur werd bij Athenaeum Nieuwscentrum op het Spui in Amsterdam C.I.N.V.U.  (spreek uit: See I envy you) gepresenteerd. Een project van Christian van der Kaap (1989).

.

www.cinvu.nlDeze jonge Amsterdamse kunstenaar studeerde in 2010 af aan de Gerrit Rietveld Academie. Zijn werk wordt gekenmerkt door intieme samenwerkingen met anderen, vaak ambachtslieden. Opmerkelijk zijn onder meer de titels van zijn werken. Een voorbeeld hiervan is onder andere zijn eerste solo expositie ‘SOLO: the maker ain’t so lonely as before, 2010′ in Het Concertgebouw waarin hij het enige werk dat te zien was uitbesteedde aan een Italiaanse ambachtsman. En zijn eigen huwelijk, waarvan hij een kunstwerk maakte waarin hij ‘de ander’ wel heel erg dichtbij liet komen, getiteld ‘Freedom/Vulnerability, 2012’. Het tijdschrift C.I.N.V.U. is zijn omvangrijkste samenwerking tot nu toe, met bijdragen van: Rory Pilgrim, Gijs Frieling, Jaap Scheeren, Sands Murray–Wassink, James Lee Byars, Amie Dicke / Castrum Peregrini, Mo Swillens, Dore van Duivenbode, Jan Hoek en vele anderen. De bijdrage van Amie Dick aan C.I.N.V.U. is tot stand gekomen in de authentieke onderduik etage van Castrum Peregrini – fotografie: Anniek Mol. Meer afbeeldingen van Dicke’s werk bij Castrum Peregrini zijn te zien op de tentoonstelling MY FUTURE HERITAGE open: zaterdag 25 augustus, vanaf 16uur of op afspraak.

Op de hier bijgevoegde foto van de binnenzijde C. I.N.V.U. is aan de rechterzijde van de spread een handgeschreven gedicht van de dichter A. (Jani) Roland Holst aan Gisele van Waterschoot van der Gracht afgedrukt, gedateerd 11 september 1941, voor Gisele’s 29e verjaardag. Op dinsdag 11 september a.s. vieren we haar 100e verjaardag. Met de typewriter uit de onderduik etage is een boodschap toegevoegd t.g.v. dit project.

 

Fringe bij Castrum Peregrini

ER IS EEN MORGEN

Een voorstelling van Timen Jan Veenstra

‘Er is een morgen’ is een apocalyptische dialoog tussen twee mannen die als enigen over zijn in een wereld die ze niet meer
herkennen. Een hartverscheurend verhaal door nieuw schrijftalent Timen Jan Veenstra. Geïnspireerd op de paradox waar zijn generatie zich mee
geconfronteerd ziet: opgroeien met het idee dat je alles kunt worden wat je wilt, maar nu versleten worden voor “nutteloos” omdat je besloot
Latijn te studeren. Wanneer alles wat je dacht te kennen wegvalt, waar verlang je dan naar?

Er is een morgen’ een exclusieve en aangrijpende inkijk in de menselijke geest.

In 2009 studeerde Timen Jan Veenstra als dramaschrijver af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Zijn afstudeerstuk werd meteen uitgegeven en vertaald naar het Engels. Dit seizoen schreef Veenstra o.a. de jeugdtheatertekst ‘Reis’ voor Het Lab Utrecht, en vertaalde hij ‘Much Ado About Nothing’ van Shakespeare voor De Utrechtse Spelen en ‘The Trestle of Pope Lick Creek’ van Naomi Wallace voor jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij.

en

 

Braam

Een voorstelling van Vers Vlees producties

Twee mannen leven in een gelijke ruimte

Naast elkaar, maar hebben elkaar nog nooit

opgemerkt. Alle handelingen zijn

onbewust op elkaar afgesteld, zodat

zij als een geoliede machine hun

dagen slijten. Totdat de één bij toeval

de ander ontdekt en doorkrijgt hoe

hun levens met elkaar vervlochten

zijn. Hierna ontvouwt zich een klein

avontuur waarin herkenning en

vervreemding elkaar in een hoog

tempo afwisselen.

Soms beïnvloed je iemands leven

zonder ook maar op de hoogte te zijn

van de ander zijn bestaan. Zo ook in

het verhaal BRAAM.

 

Vers Vlees producties is een initiatief van

theatermakers Geertje Geurtsen en Milena

Cnoops. Voor hun voorstellingen op locatie

werken zij samen met mensen uit verschillende

disciplines, zoals (video)kunstenaars, muzikanten,

dramaturgen, dansers en acteurs.

Met de voorstelling ELLUS wonnen ze vorig jaar tijdens

het Amsterdam Fringe Festival de publieksprijs.

Voorstellingen:

Zo 2 september 20:30 uur (première)

Ma 3 september 17:30 uur

Di 4 september 20:30 uur

Za 8 september 17:30 uur

Zo 9 september 20:30 uur

 

Aan BRAAM werken mee: MILENA

CNOOPS & GEERTJE GEURTSEN concept

ontwikkeling en vormgeving, THIJS

BLOOTHOOFD & GIJS GEURTSEN spel, JOB

VERMIN muziek, ELISABETH BOOR eindregie,

Machiel Pleijsier grafisch ontwerp,

NINA LAHOCSINSZKY productie

Dank aan: STUDIO 52ND, SHAyNE MCCREADIE,

CHRIS BELLONI, CASTRUM PEREGRINI

 

www.amsterdamfringefestival.nl

Gisèle 100: Pressemeldung

11ter September 2012

Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht wird 100!

 

Am Dienstag den 11ten September2012 feiert die Künstlerin Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht ihren hundertsten Geburtstag. Noch im letzten Jahr (29  jan. 2011) wurde sie im Abendjournal des niederländischen Fernsehens als “Phänomen” porträtiert. Ihr reiches Leben ist ein Spiegel des Jahrhunderts.

Gisèle wurde 1912 in Den Haag als jüngste Tochter  eines bekannten Niederländischen Geologen und der österreichischen Baronesse  Josephine Hammer-Purgstall geboren.  Sie wuchs in den Vereinigten Staaten auf, als Spielkameradin von Kindern der Ponka Indianer und Internatsschülerin an der East Coast. Später zog die Familie nach Österreich auf das Familienschloss Hainfeld der Hammer-Purgstalls in der Steiermark. Mit achtzehn Jahren brach sie auf, die Kunstwelt von Paris zu erkunden. Mitte der 30er Jahre, durch den Börsenkrach gezwungen, kam sie zurück in die Niederlande, wo sie vom bis heute berühmten Joep Nicolas in der Glasmalerei ausgebildet wurde. Ihre Familie liess sich im nord-holländischen Künstlerdorf  Bergen nieder. Gisèle bezog im Januar 1941 als nun  selbständige Künstlerin eine Wohnung an der Herengracht 401 in Amsterdam. Nach dem Krieg gelang es ihr, das gesamte Gebäude zu erwerben, wo sie bis heute wohnt.

Während der Besatzungsjahre richtete sie ihre Wohnung als Versteck für jüdische Jugendliche und den deutschen Dichter und Radiojournalisten Wolfgang Frommel ein. Der Freundeskreis, der sich während dieser Zeit und in diesem Versteck bildete blieb auch nach dem Krieg in enger Verbindung und wurde unter dem Namen Castrum Peregrini bekannt, bis heute eine Kulturstiftung, deren Schirmherrin Gisèle ist. Ihr weitverzweigtes Netz von Freunden reicht um die ganze Welt und umfasst illustre Personen wie Adriaan Roland Holst, Aldous Huxley, Marguerite Yourcenar und Max Beckmann. 1959 heiratete sie Arnold J. d’Ailly, legendärer Nachkriegsbürgermeister von Amsterdam. 1992 erhielt sie das Verdienstkreuz der Bundesrepublik Deutschland, 1997 die Yad Vashem  Auszeichnung „Righteous Amoung the Nations“ vom Staat Israel. Zuletzt erhielt sie im Jahr 2011 den königlichen Ritterorden von Oranje-Nassau für ihre Rolle als Mäzenatin der Stiftung Castrum Peregrini.

Als Künstlerin erlangte sie Bekanntheit mit ihren bleiverglasten Fenstern, z.B. in der berühmten Beginenhofkirche in Amsterdam, und mit ihren Gobelins und Möbelentwürfen, wie jene des  legendären Amerikaliners SS Rotterdam. Ihr bildnerisches Werk war in nationalen und internationalen Ausstellungen zu sehen und ist in privaten wie offiziellen Sammlungen vertreten.

Als Gründerin und Schirmherrin der Kulturstiftung Castrum Peregrini war sie zusammen mit Arnold d’Ailly eine wichtige Mäzenatin für Amsterdam. Durch ihr lebenslanges Wirken hat sie auch für sich selbst eine Umgebung geschaffen, in der sie bis auf den heutigen Tag Inspiration und Stütze sein kann.

 

Ihrer fragilen Gesundheit wegen wird das Programm zu ihrem Geburtstag kurz, aber festlich sein:

 

  • Am Dienstag den 11. September  2012, 18 Uhr findet ein festlicher Empfang in Anwesenheit von Bürgermeister Eberhard van der Laan statt. Zu diesem Anlass wird auch das erste Exemplar des Büchleins  ‘Gisèle en haar Bergense connecties’ von Maria Smook-Krikke präsentiert. Der Empfang findet statt im Projekt- und Ausstellungraum von  Castrum Peregrini, Herengracht 401 in Amsterdam.
    .
  • Am Samstag den 15. September 2012 eröffnet das Museum Kranenburgh in Bergen NH  eine intime Ausstellung mit Exponaten aus dem Besitz von Gisèle und der Stiftung Castrum Peregrini. Cees van Ede wird seinen Dokumentarfilm ‘Het Steentje van Gisèle’, die Autorin Susan Smit wird ein Kapitel über Gisèle aus ihrem neuen Roman vorlesen.

_________________________________________________________________

 

Castrum Peregrini ist ein kulturelles Podium für aktuelle gesellschaftliche Themen in historischer Perspektive. Die Kernwerte der Stiftung – Freiheit, Freundschaft und Kultur- stehen in einem wechselseitigen Abhängigkeitsverhältnis und müssen von jeder Generation stets aufs neue definiert werden. Castrum Peregrini setzt dafür sein reiches historisches Erbe ein. Mit Ausstellungen, Lesungen, Debatten, mit Theater, Publikationen und europäischen Forschungsprojekten wird so die Bedeutung von Erinnerungskultur und kulturellem Erbe ins gesellschaftliche Bewusstsein gebracht .

Für mehr Informationen und/oder Bildmaterial:
Lars Ebert T: 020 6235287 *  M: 06 460 860 52 * l.ebert@castrumperegrini.nl

Gisèle 100: persbericht

11 september 2012

Gisèle d’Ailly v an Waterschoot van der Gracht  wordt 100 jaar!


Dinsdag 11 september2012 zal de kunstenares Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht haar 100
e verjaardag vieren. Vorig jaar nog (29  jan. 2011) werd zij in het NOS acht uur journaal als  “fenomeen” geportretteerd. Haar rijk gevuld leven is een spiegel van de eeuw.

Gisèle werd geboren in 1912 in Den Haag als jongste dochter van een beroemde Nederlandse geoloog en een Oostenrijkse barones. Als kind groeide ze op in de Verenigde Staten, spelend met leeftijdgenootjes van de Ponka indianen en als meisje schoolgaand op een kostschool aan de East Coast. Later verhuisde de familie naar Oostenrijk, naar het familiekasteel van haar moeder. Op 18 jarige leeftijd verkende zij de kunstwereld van Parijs. Midden jaren ’30, gedwongen door de beurscrach, kwam ze met haar ouders terug naar Nederland, eerst in Wijlre in Limburg, waar ze door Joep Nicolas tot glazenier werd opgeleid. Vervolgens vestigde de familie zich in Bergen NH. In  januari 1941 betrok ze als zelfstandig kunstenaar een appartementje aan de Herengracht 401 te Amsterdam. Na de oorlog verwierf ze het hele pand en is er tot op heden blijven wonen.

Tijdens de bezetting creëerde ze in haar appartement een onderduikplek voor Joodse scholieren. De vriendenkring in en rond deze schuilplek bleef ook na de oorlog bij elkaar en werd bekend als Castrum Peregrini, later een culturele stichting waarvan Gisèle beschermvrouwe is. Haar uitgebreide netwerk van vrienden strekt door de hele wereld en bevat illustere namen zoals Adriaan Roland Holst, Aldous Huxley, Marguerite Yourcenar en Max Beckmann. In 1959 huwde zij Burgemeester Arnold J. d’Ailly.

In 1992 ontving zij het „Verdienstkreuz“ van de Bondesrepubliek Duitsland,  in 1997 werd haar de eretitel „Rechtvaardige onder de Volkeren“ verleend met de uitreiking  van Yad Vashem door de staat Israel. En op 29 januari 2011 werd zij met een  Koninklijke Onderscheiding gehuldigd voor haar grote betekenis als mecenas voor de kunsten.

Als kunstenaar verwierf zij bekendheid met glas-in-lood werk zoals de ramen van de Begijnhofkerk in Amsterdam en met ontwerpen voor wandtapijten en gebruiksvoorwerpen, zoals voor de SS Rotterdam. Haar schilderwerk was in (inter)nationale tentoonstellingen te zien en is vertegenwoordigd in privé en openbare collecties.

Als oprichter en beschermvrouwe van de culturele stichting Castrum Peregrini was ze gezamenlijk met Arnold d’Ailly een belangrijke mecenas voor Amsterdam en heeft daarmee ook  voor haarzelf een omgeving gecreëerd waarin ze tot op de dag van vandaag inspiratiebron en steun kan zijn.

 

 

Haar broze gezondheid maakt het programma rond haar verjaardag kort, maar feestelijk:

Op dinsdag 11 september  2012, 18 uur vindt een feestelijke ontvangst plaats in bijzijn van Burgemeester Eberhard van der Laan. Hier wordt ook het 1e exemplaar van het boekje ‘Gisèle en haar Bergense connecties’  van Maria Smook-Krikke gepresenteerd. Het programma vindt plaats in de project- en expositieruimte van Castrum Peregrini aan de Herengracht 401 (ingang Beulingstraat) in Amsterdam.

Op zaterdag 15 september opent Museum Kranenburgh in Bergen NH  een intieme expositie met bruiklenen van Gisèle zelf en Stichting Castrum Peregrini. Met een toespraak van Cees van Ede en de vertoning van zijn documentaire ‘Het Steentje van Gisèle’.  De schrijfster Susan Smit zal een fragment voorlezen uit haar nieuwe roman over Adriaan Roland Holst en zijn band met Gisèle.

 

 

Marietje Schaake on freedom

Marietje Schaake on freedom

.
At the opening of In Me, The Paradox of Liberty (3 may 2012) Marietje Schaake (member European Parliament for D66) was to sit on the panel and discuss the keynote speech of Zygmunt Baumann with Hedy D’Ancona, Machiel Keestra and Farid Tabarki. Due to unforeseen circumstances she had to cancel her participation but was still able to record a video contribution, which we happily share with you:

 

Hoe vrij ben jij?

Mythes over Vrijheid

17 juni 2012

ter afsluiting van de manfistestie IN ME, THE PARADOX OF LIBERTY hebben we een marathon sessie gehouden met Mythes Over Vrijheid.

De 6 sprekers waren

Annet Mooij

Dirk van Weelden

Hassnae Bouassa

Thomas von der Dunk

Rutger Bregman

Koen Haegens

 

Dit symposium werd mogelijk gemaakt door de steun van het LIRA Fonds. Wij hopen speodig teksten toegankelijk te kunnen maken

PopUpUniversity

woensdag 13 juni

De eerste PopUpUniversity van Nederland opent haar deuren op woensdag 13 juni om 16.45 uur in Castrum Peregrini in
Amsterdam. Met colleges van o.a. professor Anneke Smelik en professor Arjo Klamer. Voor een ronde van drie lezingen betaalt u 2 euro (BA), voor twee rondes oftewel zes lezingen 4 euro (MA) en voor alle negen lezingen zijn de kosten 5 euro (PhD).

PopUpUniversity is het alternatief voor een neergaande spiraal die door onze huidige regering in gang wordt gebracht en het hoger onderwijs op veel kwetsbare gebieden zal raken. De financiële drempel gaat omhoog, de planning is gericht op de korte termijn en als we niet uitkijken gaat de kwaliteit omlaag. De universiteit zoals wij deze kennen zal zich dus moeten aanpassen, maar hoe?

PopUpUniversity is een vorm van academisch activisme, ontstaan aan de universiteit van Utrecht. Castrum Peregrini verleent graag medewerking door haar ruimte beschikbaar te stellen. Met dit initiatief willen we de problematiek van de huidige stand van
zaken onder de aandacht brengen en daarmee het debat aansturen. PopUp parodieert tegelijkertijd het instant universiteitsmodel: in negen mini-lezingen komen docenten van verschillende Nederlandse universiteiten aan het woord, waaronder professor Anneke Smelik – auteur van ‘Ik, cyborg’ en Arjo Klamer – hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam. Het volgen van een drietal lezingen geeft de deelnemer recht op een bachelor, na een tweede ronde lezingen behaal je een masterdiploma en wie de hele namiddag blijft, haalt er zelfs zijn doctoraal mee binnen.

Thema’s die aan bod zullen komen zijn: hoe te overleven in het huidige klimaat? En hoe kunnen de geesteswetenschappen beter verankerd worden in de maatschappij?

Voor meer informatie zie: http://www.popupuniversity.nl/

Daar vind je ook het complete spreekschema, de deelnemende hoogleraren en de organisatie.

Of neemt u contact op met: Elanur Colak E: info@popupuniversity.nl

Experts over Vrijheid

Wat willen we en mogen we vieren op 5 mei?

De discussie over de laatste dodenherdenking laat zien dat bijna zeventig jaar na het einde van de
Tweede Wereldoorlog de zenuwen nog altijd bloot liggen.

In opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseert Castrum Peregrini twee expertavonden over vrijheid. De eerste avond vond laats op 15 mei met de moderator Pieter Hilhorst. Op dinsdag 12 juni zal Farid Tabarki met de experts en het publiek in gesprek gaan. Moderator Farid Tabarki is oprichter van Studio Zeitgeist, en is meer dan 10 jaar betrokken bij onderzoek naar de tijdsgeest en bij Coolpolitics.nl.

De expertavonden vinden plaats in de tentoonstelling: Paradox, The Limits of Liberty. Meld je aan, ten slotte zijn we allemaal kenners als het gaat om onze vrijheid.

 

[imagebrowser id=17]

 

Doe mee aan het vrijheidsonderzoeki.s.m. UvA.

 

 

Vrijheidsdiner 5 mei

opening bevrijdingsdiner door Michael DefusterBevrijdingsdiner bij Castrum Peregrini i.s.m. Amsterdams Comite 4 en 5 mei zaterdag 5 mei in de Beulingstraat met optredens van Ed Spanjaard, Maarten Koningsberger, Hedy d’Ancona, Vincent Bijlo, Thomas Spijkerman & Circus Treurdier, Teresien da Silva, Erik Somers, Wichert ten Have, Christa Meindersma en Ingeborg Beugel.

Openingsspeech door Michael Defuster:

Beste buren en genodigden,

[…]

Het Amsterdamse comité heeft dit jaar een mooi plan ontwikkelt. Het heeft enkele plekken aangewezen met een bijzonder verhaal dat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft. Castrum Peregrini, gevestigd hier op de hoek van de Herengracht en de Beulingstraat, is er een van. Het comité wil met het vrijheidsmaal op 5 mei een nieuwe traditie opzetten: de Amsterdamse burgers vieren op die dag dat ze in vrijheid leven! En dat doen ze samen, ieder op zijn eigen manier, precies zoals Amsterdammers dat gewend zijn.

[…]

Ik begroet Gisèle d’ Ailly die dit jaar 100 wordt. Gisèle was het die tijdens de Tweede Wereldoorlog haar appartementje drie hoog, hier op de hoek van het Beulingstraatje en de Herengracht, aanbood aan de Duitse dichter Wolfgang Frommel en zijn Joodse pupillen en de onderduikers beschermde en verzorgde. Zij is de aanleiding dat we vandaag, hier op deze plek, op Bevrijdingsdag, met zijn allen de bevrijding van tirannie herdenken en tevens vieren dat we in vrijheid mogen leven. Het bijzondere aan het verhaal van Castrum Peregrini, de naam die de onderduikers aan hun schuiladres gaven en later, na de oorlog aan de uitgeverij, het bijzondere is dat Gisèle en Wolfgang Frommel de persoonlijke vrijheid van de jonge onderduikers waarborgden door hun vriendschap en door kunst en literatuur. Het huis staat dan ook vol met boeken en overal hangen tekeningen en prenten uit die tijd.

Ik begroet ook Hedy d’ Ancona die het ambassadeurschap van de manifestatie IN ME, THE PARADOX OF LIBERTY op zich heeft genomen, waarvoor onze oprechte dank en erkentelijkheid. De komende dagen en weken zullen diverse activiteiten, hier, elders in de stad en in het land, plaatsvinden rondom het simpele woord vrijheid, dat, als je er wat meer over nadenkt, een moeilijk en verwarrende begrip is dat ons allemaal aangaat, of we dat nu leuk vinden of niet.

[…]

Vrijheid, u zult dit woord vanavond nog vaker horen, is voor ons zo normaal dat we eigenlijk helemaal niet meer stilstaan bij de betekenis van dit woord. Zoals het vaker gaat: iets wat normaal gevonden wordt verdwijnt uit het gezichtsveld tot niemand meer weet dat het bestaat. Pakweg 70 jaar geleden leefde deze stad in onvrijheid, bezet door een totalitair regime. De levende herinnering aan deze gebeurtenis verdwijnt uit de maatschappij. Nochtans blijft de Tweede Wereld oorlog in het collectieve bewustzijn aanwezig als een moreel ijkpunt tussen goed en kwaad, waarbij helaas heel vaak de veronderstelling de overhand heeft dat het kwaad van buiten de landsgrenzen komt en het goede van eigen bodem is.

Zoals de laatste jaren overvloedig werd gedemonstreerd op het nationale politieke toneel klopt deze simplistische verdeling tussen goed en kwaad niet meer. Nederland werd geconfronteerd met zichzelf: binnen de eigen landsgrenzen blijkt een stevige dosis xenofobie te heersen en is een niet te veronachtzamen deel van de Nederlandse bevolking gevoelig voor populistische taal en manoeuvres. De snelheid waarmee het politieke landschap en de omgangsvormen zijn omgeslagen, benam velen de adem. De politieke en morele verwarring en onzekerheid die deze confrontaties de laatste jaren hebben veroorzaakt is voor menigeen van ons één van de onprettigste en schokkendste ervaringen van de laatste decennia geweest.  Nochtans schuilt er ook een goede kant aan deze ontwikkelingen.

We weten nu dat wij, inwoners van Nederland, niet gevrijwaard zijn van de smetten van het kwaad: groepen mensen buitensluiten, haat zaaien, polariseren, collectief egoïsme, het onredelijke en ongenuanceerde…. De verlammende zelfgenoegzaamheid van een natie die trots was op haar verworven vrijheden is gelukkig genoeg verdwenen. De politieke ontwikkelingen van de laatste weken geven de hoop dat het maximum aan verdraagzaamheid ten opzichte van intolerantie is bereikt en een brede consensus is ontstaan dat de grens van onredelijkheid is bereikt.

U hoorde van mij tot nu toe vaak het woordje “politiek”.  Dat komt omdat vrijheid heel erg politiek ís. Het is zelfs het hoogst haalbare politieke doel. Wie over vrijheid praat heeft het over de essentie van de politiek: het realiseren van een maatschappij waarin de burgers zich vrij voelen. Ik benadruk nogmaals: zich vrij voelen. Een van de vele paradoxale kanten van vrijheid is dat het nooit in een zuivere vorm kan bestaan. Wilt u precies kunnen doen en laten wat uw individuele behoeften ingeven, dan mag u erop rekenen dat u spoedig geïsoleerd raakt van de groep waartoe u behoort. Vindt u dat veiligheid de hoogste prioriteit heeft? Dan zult u een groot deel van uw vrijheden moeten afstaan. De betekenis van vrijheid is voor iedereen verschillend en helaas vaak tegenstrijdig: bestaat uw hoogste vrijheid uit het racen op brede autosnelwegen? Dan mag u op weerstand rekenen van diegenen die hun vrijheid in de natuur en de rust vinden.

Gelukkig leven we in een democratie, waar elke visie en levensvervulling aan bod kunnen komen in een waaier van politieke stromingen en programma’s. Een andere essentiële eigenschap van een goed functionerende democratie is dat nooit één mening of opvatting de overhand mag krijgen want anders leeft een belangrijk deel van de gemeenschap in onvrijheid. Zo bezien is vrijheid dus het in standhouden van de dialoog en het eeuwig onderhandelen tussen de verschillende belangengroepen. Kortom, het oeroude Hollandse overlegmodel, waaraan Nederland haar echte roem en voorspoed te danken heeft.

Laten we vandaag de redelijkheid gedenken, als de beste waarborg voor onze vrijheid.

Michael Defuster

 

[nggallery id=14]

 

En nog een selectie foto’s gemaakt door Rien Buter

[nggallery id=15]

Magazine: VREIHIJD

Een vrij magazine

 

VREIHIJD

Het magazine VREIHIJD wordt op 3 mei gepresenteerd tijdens de openingsavond van In Me, the Paradox of Liberty: Donderdag 3 mei, 20uur SMART Project Space.

VREIHIJD gaat over de verwarring rondom het begrip vrijheid. Met bijdragen van Zygmunt Bauman, Thomas von der Dunk, Hedy d’Ancona, Marietje Schaake, Machiel Keestra, Maartje Wortel, A.H.J. Dautzenberg, Rutger Claassen, Mahammad Enait, Mark Mieras, Joost Conijn, Petra Stienen e.a.

Een exemplaar is gratis verkijgbaar bij Castrum Peregrini, klik hier om in te zien!

Opening In Me, the Paradox of Liberty

3 mei 2012

Opening In Me, the Paradox of Liberty

De kop is eraf, de openingsavond van In Me, the Paradox of Liberty was smullen: fantastische liederen door Ed Spanjaard en Maarten Koningsberger, met een hele persoonlijke inleiding door Ed, een keynote van Zymunt Bauman, en een geanimeerde discussie met Machiel Keestram, Hedy D’Ancona en het publiek onder leiding van Farid Tabarki. Marietje Schaake was er met een videomessage bij en we hadden ook nog een Skypeverbinding naar de onderduik waar Dirk van Weelden, Maartje Wortel en Jeroen van Kan mee zaten te luisteren.

En hier alvast wat foto’s gemaakt door Simon Bosch.

Here is the background paper to the keynote speech of Zygmunt Bauman. The Dutch translation is published in VREIHIJD, the magazine accompanying In Me, the Paradox of Liberty.

Freedom and Security:

a case of Haßliebe

“We are so made” – wrote Sigmund Freud in 1929 and do one contradicted him seriously since then, “that we can derive intense enjoyment only from a contrast and very little from a state of things”. Freud quoted Goethe opinion that “Alles in der Welt läßt sich ertragen, / Nur nicht eine Reihe von schönen Tagen“ in support of his own, only slightly qualifying it as perhaps „an exaggeration“. While suffering can be a lasting and interrupted condition, happiness, that “intense enjoyment”, may be only a momentary, fleeting experience – lived through, in a flash, when the suffering comes to a halt. “Unhappiness, Freud suggests, “is much less difficult to experience”.

Most of the time, then, we suffer – and all of the time we fear the suffering which permanent threats hovering over our well-being might cause. There are three causes from which we fear the suffering to descend: “the superior power of nature, the feebleness of our own bodies” and other humans – and more precisely, given that in the possibility to reform and improve human relations we believe stronger than in the subduing the Nature and putting an end to the weaknesses of human body, from “the inadequacy of the regulations which adjust the mutual relationship of human beings in the family, the state and society.” Suffering or horror of suffering being a permanent accompaniment of life, no wonder that that the “process of civilization”, that long and perhaps interminable march on towards a more hospitable and less dangerous mode of being-in-the-world, focus on locating and blocking those three sources of human unhappiness. The war declared on human discomfort in all its varieties is waged on all three fronts. While on the first two fronts many victorious battles have been scored, and ever more enemy forces are being disarmed and put out of action, it is on the third battle-line that the fate of war remains in a balance and hostilities are unlikely ever to grind to a halt. In order to liberate humans from their fears, society must impose constraints upon its members; whereas in order to pursue their chase after happiness, men and women need however to rebel against those constraints. The third of the three sources of human suffering cannot be regulated out of existence. The interface between pursuit of individual happiness and the un-encroachable conditions of life in common will remain forever a site of conflict. Instinctual impulses of humans cannot but clash with the demands of the civilization bent on fighting and conquering the causes of human suffering.

Civilization, insists Freud, is for that reason a trade-off: in order to gain something from it, humans must surrender something else. Both the things gained and those surrendered are highly valued and hotly desired; each formula of exchange is therefore no more than a temporary settlement, a product of a compromise that is never fully satisfactory for either of the two sides of perpetually smouldering antagonism. The hostility would die down if both the individual desires and societal demands could be catered for at the same time. But this is not to be. Freedom to act on one’s urges, inclinations, impulses and desires, and the constraints imposed on it for the sake of security are both badly needed for a satisfactory – indeed endurable, liveable – life, as security without freedom would equal slavery, while freedom without security would spell chaos, disorientation, perpetual uncertainty and ultimately impotence to act purposefully. But they are and will forever remain mutually irreconcilable.

Having implied that much, Freud came to the conclusion that psychological discomforts and afflictions arise mostly from the surrender of quite a lot of freedom in exchange for increase of security. Truncated freedom is the main casualty of the “civilizing process” and the chief and most widespread discontent endemic to a civilized life. This was the verdict pronounced by Freud, let’s recall, in 1929. I wonder whether the verdict would have emerged unscathed were Freud to spell it out today, over eighty years later – and I doubt it. While its premises would be retained (demands of civilized life, as much as human instinctual equipment bequeathed by the species’ evolution, stay fixed for a long time and are presumed immune to the vagaries of history), the verdicts would in all likelihood be reversed…

Yes, Freud would repeat that civilization is a trade-off affair: you gain something but lose something else. But the roots of psychological discomforts, and so of the discontents they engender, Freud might have located on the opposite side on the value spectrum. He might have concluded that at the present time human disaffection with the state of affairs stems mostly from surrendering too much security in exchange for unprecedented expansion of the realm of freedom. Freud wrote in German, and the meaning of the concept he used, Sicherheit, needs three words, not one, to be fully translated into English: certainty, security, and safety. The Sicherheit which we have in large part surrendered contains certainty what the future will bring and what effects if any our actions will bring, security of our socially assigned placement and life tasks, and safety from assault on our bodies and possessions, their extensions. Surrender of Sicherheit results however in Unsicherheit, a condition not so easily submitting to dissection and anatomic scrutiny: all its three constitutive parts contribute to the same suffering, anxiety and fear, and it is difficult to pinpoint the genuine causes of the experienced discomfort. Responsibility for anxiety  may be easily imputed to a wrong cause – the circumstance which today’s politicians, seekers of electoral support, may and all too often do turn to their own benefit – even if not necessarily to the benefit of the electors. They naturally prefer to ascribe their electors’ suffering to causes they may fight and be seen fighting (as when proposing to toughen the immigration/asylum policy, or deportation of undesirable aliens), then admit the genuine cause of uncertainty, which they have neither capacity or will to fight nor the realistic hope to conquer (as instability of jobs, flexibility of labour markets, threat of redundancy, prospect of tightening family budget, unmanageable level of debt, returning worry about provision for old age, or general frailty of inter-human bonds and partnerships).

Living under conditions of prolonged and apparently incurable uncertainty portends two similarly humiliating sensations: of ignorance (not knowing what future may bring) and impotence (being unable to influence its course). They are indeed, humiliating: in our highly individualized society, where each individual is (counterfactually, as it were) presumed to bear full responsibility to his fate in life, they imply the sufferer’s inadequacy to the tasks which other persons, evidently more successful, seem to be performing thanks to their greater skill and industry. Inadequacy suggests inferiority – and being inferior and be seen as such is a painful blow delivered to self-esteem, personal dignity and courage of self-assertion. Depression is currently the most common of psychological ailments. It haunts the rising number of people recently given a collective name of “precariat” – coined from the concept of “precariousness”, denoting existential uncertainty.

One hundred years ago human history had been often represented as a story of the progress in freedom. That implied, much as other popular related stories, that history is consistently guided in the same, unchanging direction. Recent turns of public moods suggest otherwise. “Historic progress” seems more reminiscent of a pendulum rather than a straight line. In the times of Freud’s writing, the common complaint was the deficit of freedom; his contemporaries were prepared to resign much of their security in exchange for the removal of constraints imposed on their freedoms. And they managed to do so in the end. Now however signs multiply that more and more people would not mind surrendering some of their freedom in exchange for being  emancipated from the frightening spectre of existential insecurity… Are we witnessing another turn of the pendulum? And if it indeed happens, what consequences it might bring in its wake?

In Me, The Paradox of Liberty

3 mei t/m 17 juni 2012

VRIJHEID IS VERWARREND!

Volgens de Amerikaans Nederlandse filosoof Ian Buruma wordt vrijheid in Nederland zo normaal gevonden dat er haast nooit stilgestaan wordt bij de betekenis ervan, terwijl vrijheidstreven toch een van de belangrijkste drijfveren van ons bestaan vertegenwoordigt.

Wellicht omdat vrijheid enorm verwarrend is! Ga je wat dieper in op de betekenis van vrijheid, dan raak je al snel verstrikt in een web van elkaar tegensprekende argumenten en gevoelens. Kiezen we bijvoorbeeld compromisloos voor onze persoonlijke vrijheid, dan raken we vroeg of laat geïsoleerd van onze omgeving waarvan we afhankelijk zijn. Kiezen we, sociale wezens die we nu eenmaal zijn, voor de groep, dan moeten we soms zware concessies doen ten opzichte van persoonlijke vrijheid. Ziedaar één van de vele paradoxen die vrijheid rijk is.

De manifestatie In Me, the Paradox of Liberty beoogt de verwarring over het begrip vrijheid op een toegankelijke manier bloot te leggen en zichtbaar te maken. De bewustwording van de eigen positie t.o.v. vrijheid is essentieel voor een goed functionerende democratie. Het maakt tevens weerbaar tegen de verleiding van gemakkelijke maar soms gevaarlijke oplossingen.

In Me, the Paradox of Liberty reikt denkrichtingen over vrijheid aan, waarmee iedereen zijn/haar eigen koers kan bepalen. De manifestatie biedt zowel diepgaand als lichtvoetig programma, altijd met een groot entertainend gehalte; kunst, filosofie, debat, politiek, film, theater, muziek, variété en lekker eten…. Zware kost blijft licht verteerbaar en spannend zonder inhoudelijk kwaliteitsverlies.

In Me, the Paradox of Liberty vindt plaats rond de jaarlijkse Nationale dodenherdenking en Bevrijdingsdag op 4 & 5 mei 2012.

IN ME, the PARADOX of LIBERTY

wordt mede mogelijk gemaakt

door bijdragen van

Onze activiteiten worden ook mede mogelijk gemaakt door het vfonds met middelen uit de BankGiro Loterij en Lotto. Uw deelname aan deze loterijen worden daarom van harte aanbevolen.

 

 

 AMBASSADE Hotel AMSTERDAM

Partners

Smart Project Space

On File

Amsterdams Comité 4 en 5 mei

NIOD

Goethe Institut Amsterdam

Warenhuis van der Veen, Assen

Groningen studenten vereniging

Roosevelt Academy, Middelburg

Nationaal Comité 4 en 5 mei

Menasseh ben Israel Institute

.

In samenwerking met

De Groene Amsterdammer

VPRO

IJsfontein

Come

Circus Treurdier

Het Geluid

Vandejong

Restaurant Zuid Zeeland

Restaurant Pianeta Terra

Restaurant Beulings

Tentoonstelling: Paradox…

.

Een groepstentoonstelling

over de grenzen

van vrijheid

. .
De Spaanse curator Paco Barragán gooit de knuppel in het hoenderhok en laat zien hoe kunstenaars van wereldniveau hun eigen artistieke vrijheid definiëren met taboe doorbrekend werk.  Paco Barragán was donderdagnacht 3 op 4 mei, te gast bij Mieke van der Weij in Casa Luna NCRV radio. Klik hier om de uitzending terug te luisteren.
.

Vernissage vrijdag 4 mei, 16 uur

Toegang gratis

Geopend op 9 mei en vanaf 16 mei t/m 17 juni elke woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag, 14 – 18 uur

Rondleidingen ook naar de installatie After/Aura vanaf 19 mei elke zaterdag 14:00, 15:00 en 16:00 uur; reserveren verplicht: mail@castrumperegrini.nl

Waar: Castrum Peregrini, Herengracht 401, 1017 BP Amsterdam

 

Met werk van

Erika Harrsch (Mexico/USA)

Majeed Beenteha (Iran/USA)

Eugenio Merino (Spain)

Erwin Olaf (NL)

Terry Rodgers (USA)

Siri Hermansen (Norway)

Gordon Cheung (HK/UK)

Alex Rodríguez (Col)

Piers Secunda (UK)

Andrés Serrano (USA)

Eli Cortiñas (Spain/Germany)

Yvette Mattern (PR)

Verslag uit de Onderduik

Vanaf 30 april, 10uur t/m

4 mei, 16uur zullen schrijvers

& denkers zich terugtrekken

op de onderduik etage

van Castrum Peregrini.
.

 

Deze etage oogt alsof de tijd er heeft stilgestaan, de kleine woning op de 3e etage in het pand van Castrum Peregrini is nog volledig intact zoals die in 1940 door kunstenares Gisèle van Waterschoot van der Gracht (1912) werd ingericht. En waar zij samen met de bevriende dichter Wolfgang Frommel vanaf einde ’42 de onderduik organiseerde voor een aantal joodse scholieren. Een onderduikplek waar kunst & cultuur een waarborg bleef voor een ander venster op de buitenwereld dan destijds werd gedomineerd door de nazi bezetter.

 

Volg de groep dagelijks

op VPRO radio

programma De Avonden

tussen 21 – 23 uur.

 

Literair redacteur en journalist Jeroen van Kan zal samen met schrijver dichter Dirk van Weelden, hoogleraar politicologie Jean Tillie en schrijfster Maartje Wortel, zijn intrek nemen in de onderduik kamers en dagelijks verslag doen van hun ervaringen in het VPRO radio programma De Avonden tussen 21 – 23 uur.  Enkele gasten bezoeken hen gedurende deze week, o.a. de Pools-Britse socioloog Zygmunt Bauman, samen zullen ze gesprekken voeren over vrijheid, de betekenis ervan en hoe zij de plek ervaren die destijds als één van de onderduikplekken in Amsterdam diende. Dagelijks te volgen op de radio of via podcast.

 

Volg de verslaggevers uit de onderduik dagelijks op VPRO radio De Avonden, op literair blog Hard//Hoofd en onze facebook pagina

 

Koninginnedag 30 april 2012 Dirk van Weelden, Maartje Wortel, Jean Tillie en Jeroen van Kan nemen hun intrek bij Castrum Peregrini, 3 hoog

Koninginnedag 30 april 2012 Dirk van Weelden, Maartje Wortel, Jean Tillie en Jeroen van Kan nemen hun intrek bij Castrum Peregrini, 3 hoog

Vrijheids Maaltijd

Zaterdag 5 mei, 16 uur 

organiseert Castrum Peregrini i.s.m. het Amsterdams comité 4 en 5 mei een heel bijzonder

Bevrijdingsfeest

in de

Beulingstraat

.
De straat zal voor deze gelegenheid helemaal worden afgezet en overdekt. Dan is het aanschuiven voor een bevrijdingsdag zoals je die niet eerder vierde. Voor het thematische voedsel staan drie toprestaurants in Amsterdam garant en toevallig zitten die alle om de hoek: Zuid Zeeland, Pianeta Terra en Beulings.

 

Voor het prografoto foodfair mma zorgt Castrum Peregrini en zoals je gewend bent van ons, staan wij met ons creatief netwerk borg voor kwaliteit, diepgang, humor en een persoonlijke touch, onze kernwaarden waardig: Vrijheid, Vriendschap & Cultuur. Je kunt heel verrassende bijdragen verwachten van o.a. Ed Spanjaard aan de piano en Maarten Koningsberger, bariton met Mahler liederen, Thomas Spijkerman van Circus Treurdier, Vincent Bijlo (muzikale bijdrage) en met speciale vrijheidstoasts van o.a. Hedy d’Ancona, Xandra Schutte, Christa Meindersma.

 

Reserveer hier uw kaart voor 65,- euro (incl. eten en drank). Als u zeker wilt zijn van een plek aan tafel, wees dan snel met je reservering.

Er is ook een beperkt aantal speciale arangementen, met persoonlijke rondleiding & voorstelling, interesse? Schrijf ons: mail@castrmperegrini.nl  !

 

Op vertoon van je toegangskaart voor het diner kun je voorafgaand aan het diner deelnemen aan een ontvangst en rondleiding in het NIOD, schuin tegenover Castrum Peregrini aan de Herengracht. Alle opbrengsten komen ten goede aan IN ME, the PARADOX of LIBERTY – manifestatie over de betekenis van vrijheid –

After Aura

zaterdag 16 juni

installatie i.s.m. Goethe Institut Amsterdam in het kader van IN ME, the PARADOX of LIBERTY

Rondleidingen: ZATERDAG 16 juni om 15:00 uur, 16:00 uur en 17 uur vertrek vanuit de tentoonstelling Paradox: The Limits of Liberty

Reserveren verplicht: mail@castrumperegrini.nl

.
Eind april gaan kunstenares Amie Dicke, curator Michiel  van Iersel en Lars Ebert, van Castrum Peregrini, met een stoel op reis van Amsterdam naar het Haus der Kunst in München. De stoel behoord tot het interieur van Castrum Peregrini, tijdens de  Tweede Wereldoorlog een toevluchtsoord voor Duits-Joodse onderduikers. Op de weg terug nemen de reizigers een stoel mee uit München, die door Paul Ludwig Troost werd ontworpen voor het  ‘Haus der deutschen Kunst’ dat in 1937 werd geopend. Deze stoel wordt tijdelijk geïntegreerd in de historische omgeving van Castrum Peregrini.

 

vrijdag 15 juni, 20:00 uur

Goethe-Institut, Herengracht 470 – Amsterdam

After Aura debat i.s.m. Castrum Peregrini

toegang: €5; met korting: € 3

voertaal: Engels

De tijdelijke uitwisseling van twee stoelen uit Castrum Peregrini en het Haus der Kunst in München (zie After Aura) geeft aanleiding tot een debat over de omgang met historisch beladen architectuur. Met o.a. Ulrich Wilmes (hoofd tentoonstellingen bij het Haus der Kunst), Michiel van Iersel (non-fiction Amsterdam), Amie Dicke en Maria Rus Bojan (curator Performing History, Venice 2011).

De stoel is te bezichtigen op de onderduik etage op ZATERDAG 16 juni tijdens de rondleidingen om 15uur, 16uur en 17uur RSVP: mail@castrumperegrini.nl

 

 

English version

At the end of April 2012, Amsterdam-based artist Amie Dicke, curator Michiel van Iersel, journalist Kristina Petrasova and Castrum Peregrini programme co-ordinator Lars Ebert will accompany a chair travelling from Castrum Peregrini in Amsterdam to the Haus der Kunst in Munich. This chair was part of the furniture at Castrum Peregrini when the building served as a hiding-place during WWII. From Munich, the travellers will bring back a chair designed by Hitler’s favorite architect at the time, Paul Ludwig Troost, who also designed the ‘Haus der Deutschen Kunst’, which opened in 1937 as the first representative monumental building of the Third Reich. This temporary exchange of chairs addresses a variety of issues
around the question how to deal with historically loaded heritage.

On Saturday 16 June, there will be guided tours to the chair installation as well as the hiding-place at Castrum Peregrini. The tours take place at 15, 16 and 17hrs as part of the exhibition Paradox – Limits of Liberty . Reservations are required on mail@castrumperegrini.nl

free admission

This project is supported by the Goethe Institut Amsterdam and Mapping Future Heritage.

 

Au/Ra

AU/RA

 

Amsterdam based artist Amie Dicke has previously worked in the historic context of Castrum Peregrini. In her broadly and enthusiastically reviewed work Claustrophobic, she made a ‘death mask’ of an interior, which in the end revealed the aura of an empty apartment.  Her new work will continue her quest for hidden layers of history. Here is a littel preview from her research at the original war-time hiding floor. Expect some exciting work to come up in the next month and join us in our dialogue on heritage and contemporary artwork.

The work Au/Ra is the second part of a Trypitich that will be finished by the summer. It is also part of the project Mapping Future Heritage.

 

While seeing Amie work with gold and books we had to think of a poem of Stefan George:

Alles habend alles wissend seufzen sie:
> Karges leben! drang und hunger überall!
Fülle fehlt!<
Speicher weiss ich über jedem haus
Voll von korn das fliegt und neu sich häuft –
Keiner nimmt . .
Keller unter jedem hof wo siegt
Und im sand verströmt der edelwein –
Keiner trinkt . .
Tonnen puren golds vertreut im staub:
Volk in lumpen streift es mit dem saum –
Keiner sieht.

In Memoriam: Manuel Goldschmidt

Manuel Goldschmidt; Foto Jeannine GovaersMet leedwezen ontvingen we het bericht dat 7 maart 2012,  Manuel Goldschmidt (Berlijn, 8 oktober 1926) is overleden. Hij was sinds het  ontstaan in 1942 tot zijn afscheid in 2002 nauw betrokken bij het reilen en  zeilen van Castrum Peregrini. Samen met Wolfgang Frommel (1902 – 1986), Gisèle  d’ Ailly van Waterschoot van der Gracht  (1912) en Claus Bock (1926 –  2008) vormde hij het centrum van de toenmalige Castrum Peregrini vriendenkring. Als rechterhand van Wolfgang Frommel en als directeur en  uitgever bepaalde hij 40 jaar lang (van 1962 tot 1998) de koers van de stichting en haar uitgeverij. Manuel Goldschmidt publiceerde meerdere gedichten en bundels onder het pseudoniem Manuel Claussner.

Namens Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht, het bestuur en de medewerkers van Stichting Castrum Peregrini,

Michael Defuster, directeur
Jan Rozenbroek, voorzitter bestuur

Amsterdam, 7 maart 2012

Peter Brusse over Manuel Goldschmidt in Vrij Nederland

Peter Brusse over Manuel Goldschmidt in Vrij Nederland

 

 

IN MEMORIAM

Manuel

Goldschmidt

Wir trauern um  Manuel Goldschmidt, geboren in Berlin, 8 Oktober 1926, gestorben 7. März 2012 in De Bilt. Er war von der ersten Stunde an, von 1942 bis zu seinem Abschied 2002,  eng verbunden mit Castrum Peregrini. Zusammen mit Wolfgang Frommel (1902 – 1986), Gisèle d’ Ailly van Waterschoot van der Gracht (1912) und Claus Victor Bock (1926 – 2008) bildete er das Zentrum des damaligen Castrum Peregrini  Freundeskreises. Als rechte Hand van Wolfgang Frommel, als Direktor und Verleger bestimmte er 40 Jahre lang (von 1962 bis 1998) den Kurs der Stiftung und ihres Verlages. Manuel Goldschmidt publizierte Gedichte unter dem Pseudonym Manuel Claussner.

Im Namen von  Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht,
des Vorstands und der Mitarbeiter von Castrum Peregrini,

Michael Defuster, Direktor
Jan Rozenbroek, Vorsitzender des Vorstands

 

Siehe auch den Nachruf von Tilman Krause in Die Welt.

Zelf worden

vrienden Castrum PeregriniCastrum Peregrini feliciteert Henk van der Waal met de Ida Gerhardt Prijs die hij vrijdag 16 maart voor zijn dichtbundel ‘Zelf worden’ heeft ontvangen. In ‘Zelf worden’ staan prachtige vriendschaps- gedichten geinspireerd op de foto van de vrienden van de onderduikers bij Castrum Peregrini.

Uit het jury rapport:

De dichter weerspiegelt zijn eigen gemoed maar vertoont in drie gedichten die over vriendschap gaan, ook de voorbije levens van enkele voormalige onderduikers in Amsterdam.

Der letzte Jünger Stefan Georges

Der letzte Jünger

Stefan Georges

Zum Tod von Manuel Goldschmidt. Von Tilman Krause.

Dieser Artikel erschien in Die Welt am 9. März 2012

Er war wirklich der Letzte. Manuel Goldschmidt, der vorgestern in einem Utrechter Pflegeheim mit 85 Jahren zu atmen aufgehört hat, schließt ein Kapitel deutscher Geschichte, deren Protagonisten in den letzten Jahren durch ihr Abtreten bei den Nachgeborenen immer die nämlichen Gefühle auslösten. Erstaunen, dass es sie noch gab, bei denen, die ihnen nicht nahestanden. Dankbarkeit bei jenen, die durch die Begegnung mit ihnen zumindest noch einen Hauch dessen verspüren durften, was das einmal war: die deutsch-jüdische Symbiose.

Manuel Goldschmidt; foto Jeannine Govaers
Manuel Goldschmidt; foto Jeannine Govaers

Denn aus dem Gefühl dazuzugehören, Teil der deutschen Gesellschaft und Kultur zu sein, waren sie alle brutal herausgerissen worden: der Arzt und Schriftsteller Hans Keilson – unvergessen sein bewegender Auftritt 2008 bei der Entgegennahme des “Welt”-Literaturpreises als 98-Jähriger in Berlin, dem danach sogar noch ein staunenswerter Altersruhm in den USA beschert war. Er war 1936 nach Holland gegangen. Im letzten Jahr starb er, 101 Jahre alt. Claus Viktor Bock, Germanist und verdienstvoller Verfasser des Buches “Untergetaucht unter Freunden”, ebenfalls in die Niederlande geflohen, ist schon ein wenig länger tot: Er starb 2008 im Alter von 81 Jahren in Amsterdam. Und nun sein langjähriger  Lebenspartner, der Dichter und Publizist Manuel Goldschmidt. Rund 40 Jahre lang hat er die Zeitschrift “Castrum Peregrini”
herausgegeben, jenes inzwischen legendäre letzte Periodikum, das den Geist und die Lebensthemen des Dichters Stefan George (1868 bis 1933) wach hielt. Denn: “Wer je die Flamme umschritt, bleibe der Flamme Trabant!”

So tat Goldschmidt, den seine assimilierten Eltern auf den urpreußischen Namen “Fritz” getauft hatten. Als solcher kam er am 8. Oktober 1926 in Berlin zur Welt. Er verließ Deutschland 1937. In Holland nahm ihn dieselbe Quäkerschule auf, in die sich auch Bock gerettet hatte. Für beide erwies sich der Kontakt zu Wolfgang Frommel (1902 bis 1986) als lebensbestimmend. Der ehemalige Rundfunkmann und Georgianer vermittelte den “Untertauchern” jene “Pilgerburg” an der Amsterdamer Herengracht als Asyl, die heute noch von ihrer Besitzerin, der nunmehr 99 Jahre alten Gisèle Waterschoot van der Gracht bewohnt wird. Als die Deutschen endlich das Land geräumt hatten, band Frommel sie dann in sein
Redaktionsteam ein. Man blieb im “Castrum” beisammen und schuf dort ein geistiges Zentrum, das nicht nur den “Kreis ohne Meister”, wie
das epochale Buch von Ulrich Raulff überschrieben ist, aufrechterhielt. Das “Castrum” bildete auch einen Sammelpunkt für die jüdischen
Emigranten. Hier pflegten sie ihre Erinnerungen und setzten ein “geheimes Deutschland” aus der Zeit vor der Schoah auf ebenso diskrete wie
energische Weise fort.

Diskret und energisch zugleich: So darf man wohl auch das Charakterprofil Manuel Goldschmidts bezeichnen. Der gelernte Innenarchitekt, zunächst “dem Herzen Frommels am nächsten”, wuchs schon bald in die Rolle des operativen Zeitschriftenmachers hinein. Er drückte dem Blatt seinen Stempel auf. Als er die “Schriftleitung”, wie man an der Herengracht noch sagte, Mitte der Neunzigerjahre abgab, verfiel die Zeitschrift in Diadochenkämpfen, von denen sie sich nicht mehr erholt hat. 2008 wurde sie nach 56 Jahrgängen eingestellt.

Sie war ein Generationenprojekt gewesen. Sie hatte gekündet vom Überlebenswillen und vom Lebensbewältigungselan einer Gruppe von Menschen, die sich dem Geist der Freundschaft und der Vermittlung spiritueller Werte verschrieben hatten. Bangemachen galt nicht – so wenig wie Dekonstruieren, Demystifizieren und was an geistigen Strömungen sonst noch kam. Man hielt sich an Grillparzer: “Will meine Zeit mich bestreiten, ich lasse es ruhig gescheh’n. Ich komme aus anderen Zeiten und hoffe in andere zu geh’n.” Als letzter Unzeitgemäßer dieses Schlages ist nun auch Manuel Goldschmidt gegangen.

Onvermijdelijke Mythes

November 2011 – Maart 2012

Bas van Putten – Martin Reints – Maria Barnas – Joke Hermsen – Erik Menkveld – Geer Groot – Xandra Schutte

In het seizoen 2010 – 2011 bracht Castrum Peregrini onder de titel Mythes van onze tijd een serie lezingen over verschijnselen, gewoontes,  gebruiken en opvattingen  waaraan haast mythische dimensies kleven. Inspiratiebron voor de serie was het boek Mythologieën van Roland Barthes. Onvermijdelijke Mythes is een vervolg op Mythes van onze tijd . Een selectie uit beide series zal worden gepubliceert bij Uitgeverij Cossee en in De Groene Amsterdammer. Zie ook de tekeningen die Neel Korteweg tijdens de lezingen maakt van de sprekers.

 

Onvermijdelijke mythes

Een inleiding door Jan Baeke

In 1957 verschijnt het boek Mythologieën van Roland Barthes, een bundeling van essays die hij eerder in Esprit en Lettres Nouvelles publiceerde. Barthes bekritiseert in zijn essays de praktijk om iets dat sterk cultuurgebonden is voor natuurlijk te laten doorgaan. Hij wil de ideologie ontmaskeren die schuilgaat achter die zogenaamde mythes, die als vanzelfsprekend voorgeschotelde verschijnselen uit het domein van de massacultuur, in de taal van de massacultuur.

Barthes bracht een manier van beschrijven en analyseren in stelling die ons hielp de verborgen agenda van de bourgeoisie te doorzien. Kan dat nu nog? Is de aanpak-Barthes nog altijd hanteerbaar? En is er nog wel een bourgeoisie? En is het nog altijd ‘de bourgeoisie’ die ons de pseudonatuurlijke cultuurverschijnselen levert die we als mythische kenmerken van onze cultuur beschouwen?

De antwoorden op deze vragen hangen natuurlijk af van de definiëring van de in de vraag opgenomen begrippen. Hoe definieer je bourgeoisie? Zijn dat de verzamelde keurige burgermensen met hun klassieke normen en waarden of horen de rijke en arme klassen van vandaag daar ook bij? Kent de bourgeoisie een nieuwe 21-eeuwse verschijningsvorm?

Om met die laatste vraag te beginnen, ja en nee. Er is een 21-eeuwse bourgeoisie en die is voortgekomen uit de laat twintigste eeuwse geïndividualiseerde burger die of persoonlijke ruimte veroverde dankzij de welvaart van een bestaan als young urban professional of in de popularisering van het gewone, het emotionele en het (zogenaamd) authentieke een goed verfilmbare rancune wist te ontwikkelen. Die zogenaamde yup had een andere opvatting op de rol en plaats van de mens in de samenleving dan zijn of haar ouders en grootouders. Maar ook de yuppieburger week in essentie, dat wil zeggen naar zijn persoonlijke waarden en verlangens gemeten, niet erg af van de vorige burgergeneraties. Ze eisten meer recht op geluk, op welvaart en op vrije consumptie, maar ook voor hen geldt net als voor zo ongeveer iedereen en zeker iedereen in het westen, dat de natuurlijke uitkomst van het leven ligt in het hebben van een vaste partner, een gezin met kinderen, een huis en een auto, een zeker bestaan met ruimte voor persoonlijk gewin. En op die zekerheid natuurlijk de mogelijkheid macht uit te oefenen over het eigen leven en al naar gelang de ambitie ook over enkele of vele mensen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar dat zijn eerder de uitzonderingen die de regel bevestigen. En deze aspecten zijn ook nu nog altijd dominant en leveren een bepalend kader voor de gewenste maatschappelijke orde.

Al zijn de gezinswaarden niet onzichtbaar, de ideologische vlag wappert toch vooral op en voor de eigen verlangens en wensen. De 21-eeuwse burger is een hedonist, die met zijn consumptiepatronen tot uitdrukking wil brengen bij welke klasse hij hoort en welke identiteit daaraan verbonden is. De hedendaagse burger bouwt met de koop van afzonderlijke consumptiegoederen een profiel op van voorkeuren en opvattingen dat overeenkomt met het profiel van mensen die hetzelfde consumptiepatroon hebben. Als die consumptieve drive als een wezenskenmerk van de huidige bourgeois kan worden gezien, dan bestaat de huidige maatschappij meer dan ooit uit burgers. Zo kunnen we de meeste mensen die de samenleving dirigeren gerust als representanten van de bourgeoisie beschouwen. Dat geldt voor de bankiers net zo goed als voor de zendercoördinatoren, voor de grote spelers in de entertainmentindustrie (De Mol, Van den Ende, Oerlemans in Nederland) als voor de mediaconglomeraten (Hachette, Bertelsmann, News Corp., nu in opspraak, evenals Berlusconi), voor de politici als voor de bekende Nederlanders.

Wat ook anders lijkt dan in Barthes’ tijd is dat de agenda’s momenteel niet zo verborgen zijn, door de alomtegenwoordigheid van de media. Al is die alomtegenwoordigheid van de media, het feit dat iedereen tegenwoordig producent is van ‘nieuws’, wel genoeg reden om te veronderstellen dat er verborgen agenda’s zijn. Want totale openbaarheid verlamt, maakt mensen die iets te regelen hebben argwanend. Sommige zaken vragen om een zekere onzichtbaarheid; in belangrijke mate ook het besturen van een land en het inrichten van een samenleving. Maar de verborgen agenda’s die er zijn, lijken niet meer gericht op wat ooit wel indoctrinatie werd genoemd, het mensen er toe brengen een bepaald ideologisch kader te omarmen om zo het publieke domein vorm te geven. Want de ambities en doelen zijn helder en van alle tijden: het streven is bestaanszekerheid, geborgenheid (gezin), macht en persoonlijk gewin. Dus ook in de tijd van Barthes waren dit de onderliggende doelen, alleen was de maatschappij minder open, hadden bepaalde klassen toegang tot informatie waar anderen niet bij kwamen en was er een sociale structuur waarin een collectieve ideologie het individuele denken sterk bepaalde. De collectieve ideologie die onze huidige maatschappij in belangrijke mate vormt is die van het consumentisme en daar is niks verborgens aan.

De mythes die Barthes uitgevent zag in de massacultuur van zijn dagen, zijn veranderd. Niet in essentie, naar de ‘verborgen agenda’ gemeten, maar wel in verschijningsvormen, in toon en tactiek, in gevechtshouding. Want we leven immers in een mediacratie, een wereld die zich eerst en vooral openbaart in de vele media die voorhanden zijn. Dan is het ook nog eens een mediacratie die consumptie en productie van beelden en imago’s sterk heeft gedemocratiseerd. De beelden en imago’s zijn steeds minder waard, maar iedereen kan er mee aan de haal.

En omdat er camera’s op alles en iedereen staan, en kijker en bekekene in een soort overtreffende trap van mediaporno om elkaar heen krioelen en kronkelen is het voor de verongelijkten en de wraakzuchtigen onder ons (maar voor anderen ook, wees gerust) bijzonder aantrekkelijk om steeds maar weer nieuwe mythes te creëren.

Er komt een tsunami van radicale moslims. Mensen met een dubbele nationaliteit zijn niet te vertrouwen. De Grieken zijn verkwisters en moeten uit de Eurozone worden gegooid. Kunst waarvoor geen markt is, is overbodige kunst. Het KNMI moet zijn subsidie ontnomen worden, want zij kiezen partij in het klimaatdebat, namelijk als aanhangers van de theorie over de opwarming van de aarde. Minimumstraffen zijn gewenst. Er moet een boerkaverbod komen. De wet openbaarheid van bestuur verhindert adequaat regeren.

Maar deze mythes zijn doorzichtig, die worden hooguit geloofd door mensen die niet beter weten, die eigenlijk niets willen weten en al dit soort problemen en meningen hebben uitbesteed aan populistische en machtshongerige politici. En degenen die dit soort mythes willen creëren hebben weer niet het fanatisme of de gewiekstheid om die mythes ook echt te verankeren in de samenleving. Ze roepen wat en lopen weer weg. Wilders als sterkste representant van de mythebakkerij geeft zelfs geen enkele toelichting op zijn mythologiserende statements en wil nooit over zijn opmerkingen praten.

Interessanter is dan ook de mythe dat Wilders en zijn kompanen de werkelijke vertegenwoordigers van het volk zijn en als politieke activisten buiten de Haagse kliek opereren. Of de mythe dat Wilders staat voor wat hij zegt. Grappig is in deze de volhardendheid van de SP om precies te volgen hoe Wilders stemt bij onderwerpen die op de agenda staan en in hoeverre die aansluiten bij het programma van de PVV. Het zal u misschien niet verbazen dat Wilders vrijwel nooit in overeenstemming met zijn eigen PVV-programma stemt.

Zo wordt er nogal wat geworsteld met mythes. Zeker nu ideologie en praktisch handelen zo naast elkaar zijn komen staan. Moet een partij nu tegen zijn eigen verkiezingsprogramma stemmen om het kabinet de duimschroeven aan te draaien of vervreemd je je dan van je kiezers en je eigen geweten. Hoe zit het eigenlijk met de mythe van het geweten?

Vanuit een heel andere invalshoek (na een essay van Kousbroek) schreef H.J. Schoo in de Volkskrant op 1 november 2003 onder het kopje politieke mythologie dat herlezing van Barthes leidt tot de verontrustende gedachte dat er de afgelopen decennia iets wezenlijks verloren is gegaan. Aan de manier waarop we onszelf en de samenleving bekijken ontbreekt iets waardevols: geoefende, gedisciplineerde scepsis. Belangrijke twintigste-eeuwse dragers van de eeuwenoude sceptische traditie waren grote kritische systemen als marxisme, psychoanalyse en (in veel mindere mate) de semiologie à la Barthes – allemaal denkwijzen die intussen grotendeels uit het intellectuele leven zijn gebannen.

Het prijsgeven van geoefende scepsis, waarin marxisme en psychoanalyse lange tijd voorzagen, heeft ons intellectueel niet weerbaarder gemaakt – eerder naïever en goedgeloviger. Wie zich vervolgens (haast onvermijdelijk) door de wereld bedrogen voelt, vlucht veelal in cynisme en ressentiment. Terwijl scepsis het politiek-maatschappelijke debat voedt, bederft cynisme iedere discussie.

En cynisch lijkt onze tijd bij uitstek. We hebben een kabinet dat geen zin heeft om naar argumenten te luisteren (en de ambtenaren om de bewindslieden van de weeromstuit ineens nog minder, alsof er van alles in hun werk vraagt om wraak op degene die ze vroeger serieus namen), dat van alle Nederlanders consumenten maakt in plaats van burgers, dat geen bezwaar ziet in samenwerking met een partij die haat zaait en de verongelijktheid voedt en een partij die er theocratische standpunten op na houdt die in strijd zijn met de grondwet.

Daarnaast zijn de dragers en de vormgevers (naast de grote bedrijven die groot zijn geworden door het verkopen van een imago, denk Nike, Apple) van de massacultuur, de media niet minder cynisch. Gaat het om tv dan kan het niet ranzig genoeg, cultuur die aan kunst raakt, hoe simpel ook, wordt als elitair en moeilijk gezien, kijkcijfers tellen boven alles. En in de mediaomgeving die via internet functioneert, is de puberale benadering (veel aandacht vragen voor je eigen emoties, je eigen observaties, je eigen sympathieën) het meest succesvol, zie Facebook. Het kan ook anders, bewuster, uitdagender, voorbij aan de gemakzucht om je eigen kleine wereld als de werkelijke wereld te zien.

Kennis is geen waarde meer. We kunnen het misschien toeschrijven aan de uitverkoop, de verplatting van het postmoderne gedachtegoed met zijn relativerende noties, of aan de onbetrouwbaarheid van de gezagsdragers, het landsbestuur en de politici die met de afbraak van het onderwijs, hun gedoogbeleid, hun inconsistente keuzes en hun gedraai het idee van geloof en vertrouwen in instituties en hun vertegenwoordigers om zeep hebben geholpen. We kunnen het de mensen verwijten die zich binnen de wereld van de massamedia als gehaaide ondernemers hebben kunnen ontplooien en alles wat er nog aan verheffing werd gedaan wegblies met fastfood en porno voor de geest. We kunnen het de elite verwijten die meegezogen in de drukdoenerij van de virtuele wereld sympathie begon te krijgen voor culturele verschijnselen uit het domein van de gewone man: als je ’s avonds moe thuis komt is het best leuk om even naar een soapserie te kijken; het is natuurlijk kitsch, maar wel echt, die Andre Hazes enz. We kunnen het de ouders verwijten die sinds de jaren tachtig heel bewust kinderen kregen en gingen leven en handelen naar de gedachte dat al die kinderen bijzondere en unieke individuen zijn (wat ze in zekere zin zijn), supertalenten in hun eigen klasse (wat ze meestal niet zijn). We kunnen het iedereen verwijten die menen recht te hebben op geluk en dat het uiteraard de maatschappij te verwijten valt, als jou en mij een ongeluk overkomt. We hebben ook allemaal recht op het uiten van onze emoties en natuurlijk op onze eigen mening, die net zoveel waard is als iedere andere mening. We kunnen het de mensen verwijten die zijn gaan geloven in veel geld omdat er overal veel geld te halen viel, niet in de laatste plaats voor beroemde mensen. We kunnen het de mensen verwijten die beroemd zijn op haast religieuze wijze serieus nemen. Wie daar eenmaal een talent voor heeft ziet in dat het tegenwoordig ook mogelijk is om beroemd te zijn zonder dat je een noemenswaardige kwaliteit hebt die verder gaat dan een aantrekkelijk lichaam, een grote bek, liederlijk gedrag en een groot geloof dat alles feestelijk en leuk en gezellig moet zijn. Heel wat Nederlanders zijn inmiddels beroemd omdat ze ….beroemd zijn.

De door Castrum Peregrini georganiseerde lezingen over de onvermijdelijke mythes van onze tijd laten zien dat kennis wel een waarde vertegenwoordigt. Dat meningen ook kunnen worden gepaard aan kennis van zaken en dat we dan ook nog iets kunnen opsteken van zo’n mening, dat we op het pad worden gebracht van vragen en inzichten die zowel bevreemding als instemming wekken, die ons verontrusten en behagen. En die ons waarschijnlijk met een nieuwe blik naar de werkelijkheid doen kijken, bevrijd van een mythe waarvan we niets eens wisten dat die ons beknelde.

De mythes van Neel Korteweg

De Mythe en de spreker

.
Neel Korteweg maakt al jaren kleine portretten van de sprekers op onze salonavonden. Ook de reeks Onvermijdelijke Mythes  liet ze zich niet ontgaan. Een selectie:

14 mei 2010: Bas Heijne en Maarten Doorman

13 december 2011: Martin Reits en Maria Barnas

7 februari 2012: Joke Hermsen en Erik Menkveld

 

6 maart 2012: Xandra Schutte en Ger Groot

Winnaar Museumnacht Programmaprijs 2011

De n8 jongeren-jury makte haar keuze uit de 40 deelnemende musea van Amsterdam aan hand van criteria zoals coherentie van n8 programma en bestaande collectie, toegankelijkheid  voor een jong publiek, e.a..

“Relatief kleine ruimte die toch ongelofelijk boeiend blijft, hele leuke en lieve mensen. De sfeer valt te omschrijven als; persoonlijk, intiem, leerzaam maar vooral leuk.”

Punten waarop de musea werden beoordeeld:

– een programma bieden met een duidelijk verband met de eigen collectie,

– een thematisch geheel van de programma onderdelen,

– met programmering een nieuwe invalshoek op een thema bieden,

– de ervaring en de sfeer ter plekke

De  belangrijkste bevindingen van de juryleden over “De Nacht is de Dag van de Onderduiker”,  het n8 programma van Castrum Peregrini.

  1. ‘een duidelijk verband tussen n8 programmering en Castrum Peregrini. Velen kennen het onderduik  verhaal van Anne Frank en weten wat in WOII is gebeurd, maar de rondleiding naar de onderduik etage ter plekke o.l.v. een acteur die de interactie opzocht met het publiek bij Castrum Peregrini gaf een nieuwe invalshoek en viel erg in de smaak.’
  2. ‘de jury was erg verrast door de programmering, de juryleden waren onder de indruk. Er hing een bijzondere sfeer en er was aan details gedacht, er werd bijvoorbeeld bloembollensoep geserveerd en Nocturnes (muziek) afgespeeld.’
  3. ‘de programmering sprak de jury vooral aan omdat het zo persoonlijk was en op die manier de museumnacht doelgroep  uitermate goed wist aan te spreken.’
  4. ‘doorslaggevend was uiteindelijk het feit dat Castrum Peregrini erin slaagde zonder al teveel collectiestukken, maar  eerder met immaterieel erfgoed een sterke programmering bracht die een indruk achterlaat op de bezoekers.’

foto: Simon BoschDe jury is samengesteld uit de doelgroep van de museumnacht; 22 jongeren tussen de 18 – 35 jaar met een zeer diverse achtergrond en allemaal een eigen expertise.

De n8 is de dag

van de onderduiker

 

foto Simon BoschBloembollen werden in de hongerwinter 1944/45 uit nood gegeten; tijdens de n8 bij Castrum Peregrini was het een smakelijk hapje voor de bezoekers die alles wilden weten over de n8 tijdens de oorlog in Amsterdam: op de straten, de geheime kunstpodia, in de onderduik of gewoon, in het alledaagse bestaan. Bezoekers konden kranten uit de oorlogstijd lezen, orginele film-, beeld-, en geluidsfragmenten bestuderen en een echte schuilplek bezoeken. Dit origineel behouden vertrek was speciaal voor de n8 opengesteld. In kleine groepjes kon je onder leiding van acteurs Gable Roelofsen en Sarah Jonker dit unieke interieur bezoeken,- je moest wel een vriend maken ter plekke, want alleen met een vriend overleef je de onderduik. Uitgerust met knijpkatten kon je zo terug in de tijd, in de verduisterde nacht van de bezettingsjaren…

foto Simon BoschIn de projectruimte was er een lezingenmarathon: Erik Somers (NIOD) nam ons mee naar de bezettingstijd met originele filmopnames uit een onderduikpand, Lili Jampoller, ooggetuige, vertelde van haar nachtervaringen uit de oorlog, Teresien Da Silva (Anne Frank Stichting) las over de nacht van de Familie Frank, Marcel Prins over het project Andere Achterhuizen en Tijs Goldschmidt, evolutiebioloog, over het vingeraapje en andere onderduikers en nachtdieren. Chris Kok, singer-songwriter, song odes aan de nacht.

Via de mail bereiken ons vele reacties, o.a. deze:

 

“Beste mensen,

Gisteravond nam ik deel aan de museumnacht en had het geluk dat ik mee kon met de eerste rondleiding in de onderduiketage. Wat een bijzondere en indrukwekkende ervaring. Door met een kleine groep mensen in het schemerdonker op de etage te zijn, het verhaal te horen, gedichten uit te wisselen ontstond een gevoel. Een mengeling van angst, saamhorigheid, hoop en wanhoop. Het is een ervaring die ik niet snel zal vergeten, die doet nadenken over vriendschap, over passie, over de schoonheid van taal.

Ik wil hiervoor bedanken, deze avond zal me lang bijblijven en ik zal met  belangstelling de activiteiten van Castrum Peregrini volgen….”

Castrum Peregrini was een onderduikplek tijdens WOII en is vandaag een cultureel centrum voor contemporair werk in historische context.Wat was het een fantastische n8,- dank aan alle bezoekers, vrijwilligers en bijdragers van het programma bij Castrum Peregrini.

En hieronder foto’s van Simon Bosch:

Axel Wieder ist curator-in-residence

Curator-in-Residence

Axel John Wieder

17.10.2011 – 14.11.2011

.
Dieses Residenzprogramm ist eine Zusammenarbeit des Goethe-Instituts Amsterdam mit Castrum Peregrini – Intellectual Playground

.
Im Herbst wird der Berliner Kurator und Autor Axel John Wieder(*1971) einen Monat als curator-in-residence in Amsterdam verbringen. Er wohnt und arbeitet in dieser Zeit in der Wohnung, die von 1942-1945 der Zufluchtsort der Untertauchern des Castrum Peregrini war.
.
Axel John Wieder hat in den letzten Jahren mehrfach mit Künstlerinnen und Künstlern aus den Niederlanden zusammengearbeitet und möchte seinen Aufenthalt dazu nutzen, seine Kontakte zur niederländischen Kunstszene zu vertiefen und auszubauen. Er interessiert sich vor allem für Positionen, die von einem kritischen, konzeptuellen Kunstbegriff geprägt sind. Ein weiterer Arbeitsschwerpunkt ist die Geschichte und Theorie des Ausstellens.
.
Wieder hat zahlreiche Ausstellungen kuratiert und publiziert regelmäßig Bücher und Essays über Kunst, Architektur, Design und Theorie. Von 2007 bis 2010 war er künstlerischer Leiter im Künstlerhaus Stuttgart. Bis heute ist er außerdem in der Buchhandlung Pro qm in Berlin tätig, die er 1999 mit Jesko Fezer und Katja Reichard gründete  und die auch als experimenteller Veranstaltungsort im Bereich Kunst und Urbanismus fungiert.

 

Die Untertaucherwohnung ist bis heute nahezu unveändert. Das kreative Schaffen und Konzentration halfen damals dem Kreis von Freunden um Wolfgang Frommel und Gisèle van Waterschoot van der Gracht überleben. Auch heute stehen die Werte Freiheit, Freundschaft und Kultur zentral in der Arbeit von Castrum Peregrini. Die Zusammenarbeit mit dem Goethe Institut schlägt auch eine Brücke zur deutschsprachigen Kultur, die eine bedeutende Rolle für die Untertaucher des Castrum Peregrini  spielte.

 

Ein Eindruck der Untertaucherwohnung:

 

Dutch Design Award

In opdracht van Castrum Peregrini heeft Michiel Schuurman in het voorjaar een posterserie voor de tentoonstelling Matter of Monument ontworpen. De posters zijn nu genomineerd voor de prestigieuze Dutch Design Award.

De nacht is de dag van de onderduiker

DE NACHT IS

DE DAG VAN DE

ONDERDUIKER

 

5 november 2011, 19 – 02 uur

 

Ontdek de bescherming van de nacht: vrij van controle, vrij om jezelf te zijn en samen met lotgenoten buiten
het reguliere leven om leven, dromen, vriendschappen sluiten en de smaak op je tong hebben van authentieke Hongerwinter gerechten, gecombineerd met hedendaagse drank…

De nacht kent haar eigen regels, zeker in oorlogstijd. Tijdens WOII overleefde een groep jongeren bij Castrum Peregrini in de onderduik. Uit nood leefden ze als nachtdieren. Hoe dit eruit zag en beleefd werd staat centraal in ons gevarieerde programma tijdens de Museum Nacht 2011.

 

Vanaf 19 uur komen doorlopend en met herhaling de volgende bijdragen over de bühne :

 

Gable Roelofsen – Acteur en oprichter van toneelgezelschap Het Geluid uit Maastricht begeleidt de hele avond door kleine groepjes bezoekers naar de authentieke schuilplek van Castrum Peregrini elders in het pand. Ter plekke een vriend/vriendin maken is een voorwaarde om je te kunnen inschrijven voor deze spannende tocht naar het appartement drie hoog, waar je kunt beleven hoe het is om in een kleine ruimte ‘s nachts je leven te moeten leven. Door hun onderlinge vriendschap en hun culturele activiteiten konden de onderduikers hun geestelijke vrijheid behouden.

Erik Somers – Auteur van ‘Het Grote 40 – 45 Boek’ is  als historicus werkzaam bij het NIOD. Erik Somers schetst een beeld over het  Amsterdamse nachtleven tijdens de oorlog. Hij maakt daarbij gebruik van unieke beeld- en geluidsfragmenten van o.a. variété optredens uit die tijd.

Lili Jampoller Couvee – Als kunsthistorica was ze verbonden aan het Van Gogh Museum. De zeer montere 96-jarige maakt ons als ervaringsdeskundige deelgenoot van haar herinneringen aan het nachtleven tijdens de onderduiktijd.

Tijs Goldschmidt – Bioloog en bekend auteur van o.a. ‘Darwins Hofvijver’, vertelt over het nachtactieve vingeraapje uit Madagaskar. Hij onthult de eigenschappen over welke een rechtgeaard nachtdier moet beschikken…

Teresien da Silva – Hoofd van de afdeling Collectie & Research van de Anne Frank Stichting, belicht specifiek de nachtfragmenten uit het  beroemde dagboek en toont daar ook beeldmateriaal bij.

Marcel Prins – Initiatiefnemer van de site andereachterhuizen.nl , verzamelde onderduikverhalen uit heel Nederland. Hij laat opnamen van onderduikers horen die over hun nachtleven vertellen.

Chris Kok – Singer-songwriter brengt de hele avond door muzikale intermezzo’s: mooie nachtmuziek (nocturnes), maar ook liedjes uit de oorlogsjaren.

 

 

Zie ook: http://www.n8.nl/2011/musea/castrum-peregrini/

Het programma vindt plaats in de expositieruimte van Castrum Peregrini aan de Herengracht 401 (ingang Beulingstraat) in Amsterdam.

Bestel je tickets bij de n8.

 

 

Amsterdam Fringe Festival

Amsterdam Fringe Festival

Het Amsterdam Fringe Festival vindt plaats van 1 t/m 11 september 2011 en Castrum Peregrini doet mee.

 

Tien dagen lang staan de (inter)nationale voorlopers uit de rafelranden (fringe) van de artistieke scene in de schijnwerpers. De deuren naar cutting edge Amsterdam gaan open, met minstens 80 producties uit binnen-en buitenland op meer dan 25 gewone en ongewone locaties in de stad.

Op de Fringe ziet je onorthodoxe  theatermakers en kunstenaars die niet tot de gevestigde orde behoren. Het Amsterdam Fringe Festival is een echt makersfestival waar publiek en kunstenaars elkaar direct ontmoeten  en de bezoeker zelf curator of programmeur is. Een duik in de Fringe betekent een duik in het onbekende: stort je in de underground, ontdek de hits van morgen en laat je verbazen door een scene waarvan je het bestaan niet wist.

Karten bestellen kan hier.

Voorstellingen

bij Castrum Peregrini

.
.
Life is too good to be true: Kakofonie
Het Geluid Maastricht

2, 3, 4 september 19 uur
5 september 20 uur

 

!!!

This is not a commercial
11 kunstenaars vertellen hun verhaal

7, 8, 9 september 19.30 uur

& 10 september  ‘hoe zien wij Iran eigenlijk’. Lees meer!

 

Wacht!
Hiske Eriks

2, 3, 4 september, 20.45 uur en 22.15 uur
7, 8, 9 september, 22.15 uur

Meister mit eigenem Kreis

Wolfgang Frommels George-Nachfolge

von Thomas Karlauf

 

Dieser Text erschien in Heft 2/2011 von Sinn und Form und erscheint hier mit freundlicher Genehmigung von Verlag und Verfasser.

 

Ich habe es versäumt, mit ihm darüber zu sprechen. Als im Herbst 1983 der Amsterdamer Freundeskreis von jenem Brief erfuhr, aus dem, wie es hieß, hervorging, daß Wolfgang Frommel nie beim Meister zu Besuch gewesen sei, habe ich nicht mehr den Mut gefunden, eine eindeutige Antwort von ihm zu verlangen. Frommel stand im 82. Lebensjahr, seine Kräfte hatten zuletzt stark nachgelassen. Warum ihn noch einmal quälen mit einer Frage, die auszusprechen für die meisten Freunde schon Verrat bedeutete, schließlich gehörte Frommels „Dichterbericht“, in dem er seine Begegnung mit Stefan George im Jahre 1923 ausführlich geschildert hatte, zu den Identität stiftenden Büchern unserer Runde.

Thomas Karlauf im Castrum Peregrini, Zeitung lesend.

Innerlich hatte ich bereits Abschied genommen: Ein paar Monate noch, dann würde ich das exterritoriale Leben der letzten zehn Jahre für immer hinter mir lassen und nach Deutschland zurückkehren. Es gab keinen Grund, noch einmal eine dieser aufreibenden Diskussionen über richtige und falsche Überlieferung vom Zaun zu brechen. Die Frage, ob Frommel George begegnet war oder nicht, hatte für mich keine existenzielle Notwendigkeit mehr, sie interessierte mich nur noch phänomenologisch, und deshalb ging ich dieser letzten Auseinandersetzung aus dem Weg.

Fünfundzwanzig Jahre später gewann das Thema jene Eigendynamik, die meinen Ehrgeiz weckte: Jetzt wollte ich es doch genauer wissen. Ende 2007 stellte die Zeitschrift „Castrum Peregrini“, von Frommel 1951 im Geist Stefan Georges gegründet und bis zum Ende der Magnetberg seiner Verehrung, nach 280 Heften ihr Erscheinen ein. Ohne Frommel und seine Zeitschrift – so schrieb ich damals – „wäre die eigentümliche Welt Stefan Georges, die Welt des ‚geheimen Deutschland’, nicht bis an die Schwelle des 21. Jahrhunderts präsent geblieben“, und fügte hinzu, daß das Frommelsche Lebenswerk noch um vieles staunenswerter sei, wenn man bedenke, daß er George wahrscheinlich nie begegnet ist. In den Augen der Nachlebenden hatte ich mich damit endgültig als Verräter erwiesen. Daß es hier nicht um Wahrheit oder Lüge ging, sondern um die Bedingungen einer Nachfolge, die ohne persönliche Legitimation durch den Stifter nicht glaubte auskommen zu können, und daß genau hier das geistige Abenteuer begann, überstieg die Vorstellungskraft der Orthodoxen.

In „Kreis ohne Meister“, seiner zwei Jahre später erschienenen Studie über das Nachleben Georges nahm Ulrich Raulff auf meine Ausführungen Bezug. Wegen des problematischen Quellenzugangs habe er auf ein Kapitel über Wolfgang Frommel und das „Castrum Peregrini“ verzichtet. Er könne allerdings nicht erkennen, daß eine Wirkungsgeschichte Georges ohne dieses Kapitel unvollständig sei, im Gegenteil. Raulff schien geradezu erleichtert, daß er sich mit den Amsterdamer Dunkelmännern nicht näher befassen mußte. Vor allem hätte ihn der Alleinvertretungsanspruch des „Castrum Peregrini“ gezwungen, Nachfolge – den zentralen, von ihm recht großzügig gehandhabten Begriff seines Buches – genauer zu definieren. Weil er hier im Ungefähren blieb, konnte er zahlreiche für das Nachleben Georges periphere Figuren in den Zeugenstand rufen, wie etwa den Prinzen Löwenstein, der durch köstliche Anekdoten zur Eroberung Helgolands freilich sehr zum Unterhaltungswert des Buches beitrug.

So weit, so gut, könnte man sagen, eine Georgesche Wirkungsgeschichte ohne Frommel ist eben eine Georgesche Wirkungsgeschichte, die einen ganz bestimmten, zunächst nicht näher bezeichneten Bereich ausklammert. Ein bißchen schade, wird der eine oder andere gedacht haben, aber schließlich haben es sich die Frommel-Erben selbst zuzuschreiben, daß sie noch restriktiver und selektiver mit den Akten umgehen als das Politische Archiv des Auswärtigen Amtes. Schlägt man indes das Register des Raulffschen Buches auf, stellt man fest, daß der Name Frommel zu den am häufigsten genannten gehört, daß er genauso oft vorkommt wie der seiner beiden schärfsten Widersacher im Kampf um die George-Nachfolge: Edgar Salin und Ludwig Thormaehlen. Wie ein roter Faden zieht sich der Name durch das Buch. Das wirft dann doch Fragen auf.

Im George-Kreis der späten zwanziger und dreißiger Jahre galt Frommel als der Usurpator, der sich über geschickt eingefädelte Beziehungen Zugang zum Innersten verschaffen wollte, und entsprechend schlecht wurde über ihn gesprochen. Nach dem Krieg setzte sich diese Rivalität in den Diadochenkämpfen fort, die insbesondere zwischen Amsterdam und Genf, dem Wohnsitz des Erben Robert Boehringer, ausgetragen wurden. Während die meisten Freunde Georges in Frommels Augen zu bloßen Verwaltern mutiert waren, die sich längst in bürgerlichen Existenzen eingerichtet und damit dessen Ideale mehr oder minder verraten hatten, war er dem Auftrag des Dichters gefolgt: durch alle Fährnisse hindurch unverzagt nach jener Jugend Ausschau zu halten, die bereit war zur Aufnahme des dichterischen Wortes. Es ging in dieser Auseinandersetzung nicht darum, wer welche Texte veröffentlichen durfte, es ging um Grundsätzliches: um die Berechtigung der eigenen Existenz, die zugleich die Existenz des jeweils anderen verneinte. Dem Erben in Genf hätte es ziemlich gleichgültig sein können, was Frommel trieb, wäre ihm dies nicht wie ein schwerer Mißbrauch des Georgeschen Werkes vorgekommen.

Hier wiederholte sich ein Verdacht, dem George selbst ein Leben lang ausgesetzt war, der Verdacht, daß seine Gedichte immer auch als Werkzeuge dienten, schöne Jünglinge aufzuschließen. Weil sie in ihm eine Art photographisches Negativ erkannten, das an die flimmernden Seiten Georges erinnerte, die ihnen ja durchaus nicht verborgen geblieben waren, ist Frommel in den Briefen der George-Jünger als Scharlatan und böser Geist, als der leibhaftige Antichrist allgegenwärtig. Spätestens seit 1931, als der von ihm initiierte Gedichtband „Huldigung“ die Verehrung für George zum Programm erhob: „Es ist das erste Mal“, hieß es im Ankündigungsprospekt, „daß aus dem Lager der weiteren Jugend dichterisch eine Antwort auf den an sie ergangenen Ruf vernommen wird.“ Frommels Aktivitäten, nicht zuletzt viele der in dem von ihm geführten Runde-Verlag erschienenen Publikationen, brachten die Freunde Georges wiederholt in Verlegenheit. Frommel war der Stachel im Fleisch der Georgeaner.

Der ganze Haß gegen ihn entlud sich in einem elfseitigen Pamphlet des Kunsthistorikers Ludwig Thormaehlen vom Januar 1951. In Form eines Briefes an Robert Boehringer – der damals für sein George-Buch recherchierte – breitete Thormaehlen die „Vorgeschichte dieses tief unerfreulichen Ereignisses“ aus, das in seiner Wahrnehmung auf eine von Juden gesteuerte Verschwörung hinauslief (seinem Antisemitismus ließ Thormaehlen noch sechs Jahre nach Kriegsende erstaunlich freien Lauf). Der Hauptdrahtzieher sei Ernst Morwitz gewesen, der seine schützende Hand bedauerlicherweise auch über Percy Gothein gehalten habe. Obwohl der Meister „schwere Bedenken“ gegen Percy geäußert habe – dem Percy sei nicht zu helfen, habe er gewarnt: „Wenn es mir nicht gelingt, wie soll es Euch gelingen!“ –, sei Morwitz immer wieder für ihn eingetreten und habe ihn schließlich auch noch dazu angeregt, seine Erziehung durch George in Form eines autobiographischen Berichts festzuhalten.

1923, etwa um die gleiche Zeit, als ihn die Polizei in einem Münchner Hotel „mit einem jungen Kohlenträger beim Schlafen erwischt“ habe, sei Gothein in „die Hände und unter den Einfluß“ des Frommel geraten. Die beiden hätten bald überall ihre Spuren hinterlassen, kein Landschulheim sei vor ihnen sicher gewesen. Morwitz habe das immer nur „amüsant“ gefunden und die beiden in Schutz genommen: „’Die leben doch wenigstens’, sagte er.“ George jedoch habe „dieses Treiben und Getriebensein“ entschieden mißbilligt, „namentlich die Ambitionen und Usurpationen, Treibereien und Agitationen jener ‚Ehe-Hälfte’ des Perci, Helbing [d.i. Frommel]. ‚Dieser widerliche Pfaffe, dieser abscheuliche Pfaffe’ war die ständige Schmähung d[es] M[eister]s gegen diesen Burschen.“ Zwar konnte Thormaehlen eine gewisse Bewunderung für das Provokationspotential der Gruppe um Gothein und Frommel nicht verhehlen: „Sie verstanden es wunderbar zu dupieren.“ Aber am Ende habe doch alles nur der Tarnung gedient. Seine Empörung gipfelte in dem Satz: „Den wegen Päderastie festgesetzten Gothein als Opfer des 20. Juli hinzustellen und als Freund des Klaus [Stauffenberg] zu verkünden, ist eines der Bravourstücke dieser Bande.“

Im Juni 1923, wenige Wochen, nachdem sich Gothein und Frommel im Theologischen Seminar der Universität Heidelberg kennengelernt hatten, wollte Gothein dem Meister seinen neuen Freund vorstellen. Auf Seite 162 seiner Erinnerungen heißt es dazu: „Während der tage des noch unentschiedenen ringens, während es noch zweifelhaft war, ob ich Lothar [d.i. Wolfgang Frommel] gewinnen würde, kam der Meister in die stadt [d.i. Heidelberg] und fragte mich nach meinem tun. Als ich ihm nun vom neuen freunde erzählte, sagte er: ‚Mein kind, ich würde es sehr für dich wünschen, wenn dir jetzt endlich etwas gelänge!’ und dann war er meiner bitte nicht abgeneigt, daß ich ihn einmal zu ihm bringen dürfte.“

Das Erstaunliche nun ist, daß über den Besuch selbst kein einziger Satz fällt. Während Gothein sonst jedes noch so kurze Zusammensein mit George nutzt, um ausführlich jede Einzelheit zu schildern, und allem scheinbar Zufälligen eine höhere Bedeutung zu geben versteht, klafft hier eine auffällige Lücke. „Durch diesen besuch kamen wir ein großes stück auf unserer bahn vorwärts“, fährt der Text fort. Dann enden Gotheins Erinnerungen; auf den wenigen verbleibenden Seiten wird berichtet, wie der Lothar sich bemüht und es schließlich schafft, das in ihn gesetzte Vertrauen zu rechtfertigen. Nach der inneren Logik der Gotheinschen Memoiren konnte das Buch nur so enden: Der meisterliche Segen über seiner Freundschaft mit dem jungen Frommel sollte zum Zeichen des Neuen Bundes werden.

Zweifel sind angebracht. Zum einen war George im Juni 1923 bereits deutlich auf Distanz zu Gothein gegangen, zum anderen warfen die Erkundigungen, die er über Frommel eingezogen hatte, kein günstiges Licht auf den linksintellektuellen Schwärmer, der überdies – und das machte ihn in den Augen Georges vollends suspekt – aus einer Familie protestantischer Theologen stammte. Die Zweifel daran, daß Frommel vorgelassen wurde, wachsen, wenn man erfährt, daß er – möglicherweise noch im gleichen Jahr – versuchte, sich gewaltsam Zutritt zu verschaffen. Der Dichter wohnte damals nicht mehr bei Gundolf, sondern bei Ernst Kantorowicz, der sich oberhalb des Schlosses in der Villa Schwartz am Wolfsbrunnenweg 12 eingemietet hatte. In einem Zeitungsartikel von 1954 – vermutlich aus der „Rhein-Neckar-Zeitung“ –, in dem manche Anekdote über die illustren Gäste dieser bekannten Pension erzählt wird, heißt es am Schluß, auch Stefan George habe die Abgeschiedenheit hier oben sehr geschätzt. Aber „wie konnte er sich den freundlichen Ovationen entziehen, wenn man, um ihn zu sehen, sogar durchs Küchenfenster in das Haus sprang!“ An den Rand dieses Artikels schrieb Wolfgang Frommel „= W.F.“ Die Pointe war weniger amüsant: Kantorowicz erwischte ihn und warf ihn unter Anwendung körperlicher Gewalt hinaus.

Einige Jahre später ist es Frommel mit Hilfe von Ernst Morwitz dann doch noch gelungen, den Meister einmal kurz aus der Nähe zu sehen. Das war schon in Berlin, Regensburger Straße. Morwitz erwartete den Besuch Georges und richtete es Frommel zuliebe so ein, daß dieser scheinbar gerade im Aufbruch begriffen war, als der Meister klingelte. George nahm diesen Versuch, ihn zu überlisten, wohl ziemlich übel. (35 Jahre zuvor hatte er mit Ida Coblenz gebrochen, weil diese versucht hatte, unter der Portiere ihres Zimmers eine „zufällige Begegnung“ mit dem von ihm verachteten Richard Dehmel herbeizuführen.)

Das entscheidende Dokument, aus dem abgeleitet werden kann, daß Frommel nicht vorgelassen wurde, ist sein Brief vom 13. März 1926, der einzige überlieferte Brief Frommels an George. Man darf ihn nicht zitieren – das hat der Frommel-Erbe Manuel Goldschmidt vor Jahren unter Androhung gerichtlicher Schritte anwaltlich untersagen lassen. Am 5. November 2010 las ich ihn auf einem Vortrag in Heidelberg vollständig vor: „Ewig verehrter Meister…“ Das Publikum war entsetzt. Ein nicht mehr ganz junger Mensch, völlig überspannt, von einer gestelzten, heute nicht mehr nachvollziehbaren Unterwürfigkeit, schien keinen anderen Wunsch zu kennen, als vom Meister für sein unbotmäßiges Verhalten – er hatte wieder einmal vergeblich versucht, zu ihm vorzudringen – bestraft zu werden. Dabei habe er doch gar nichts für sich selbst erhofft, sondern nur für seinen Freund Percy, über den der Meister zu Unrecht eine so schlechte Meinung habe, denn alle Schuld liege einzig bei ihm, Frommel. Die Vergeblichkeit spricht aus jeder Zeile: So wie dieser Bittsteller es mit Sicherheit nicht mehr schaffen wird, empfangen zu werden, so deutet andererseits keine einzige Formulierung darauf hin, daß er jemals empfangen worden war. Denn wann, wenn nicht jetzt, hätte er den Meister daran erinnern müssen?

Nach dem Krieg wurden die Karten neu gemischt. Während sich der Kreis nach Georges Tod in alle Himmelsrichtungen zerstreut hatte, war Frommel im Amsterdamer Untergrund eine neue Konzentration und Verjüngung aus dem Geist der Dichtung gelungen. In diesen Jahren scheint, angeregt wohl nicht zuletzt durch das beharrliche Nachfragen seiner holländischen Freunde, die Idee entstanden zu sein, die Lücke in den Gotheinschen Erinnerungen zu schließen und sich durch Schilderung der Begegnung mit George nachträglich legitimieren zu lassen. „Der Dichter. Ein Bericht“, im Herbst 1950 in kleinster Auflage als Handpressendruck erschienen und an die engsten Freunde verteilt, wurde gleichsam zum Gründungsdokument des zweiten, des Frommelschen Freundeskreises.

Am Schluß des Dichterberichts griff Frommel ein Bild auf, das schon Gothein ein Vierteljahrhundert zuvor verwendet hatte. Als Frommel nach dem gemeinsamen Besuch nach Hause gekommen sei, habe der Vater eine merkwürdige Veränderung an seinem Sohn festgestellt und dies mit der Bemerkung quittiert: „Heute ist mir mein ältester Sohn gestorben.“ Übertragen hieß das: Die väterliche Welt, die Welt des beruflichen Fortkommens und der Sorge um den Nachwuchs, hatte der Initiierte an diesem Tag endgültig hinter sich gelassen. Und wie mit dieser Botschaft das Erinnerungswerk Gotheins endete, in dem genau dieser Prozeß der Emanzipation und Loslösung aus der bürgerlichen Welt beschrieben wurde, so endete auch Frommels eigener Bericht – mit dem Dante-Zitat „Incipit vita nova“.

Freunde, die Frommel aus der Zeit vor dem Krieg kannten, wunderten sich nicht wenig, daß er ihnen nie von seinem Besuch bei George erzählt hatte. Im Kreis um Morwitz scheint zwar bekannt gewesen zu sein, daß es zu keiner Begegnung gekommen war, aber Morwitz schwieg sibyllinisch. Um ihn einzubinden, hatte Frommel die kleine Schrift niemand anderem gewidmet als ihm, dem „nächsten Liebsten“ Georges: „Dem großen Ernst / 1933 – 1950 / ‚… Wenn aufrecht bleibt im wind / Von unsrem stamm die unverbrochne treue!’“ Jüngeren Freunden hatte Frommel allerdings noch 1933 zu verstehen gegeben, daß er Zugang zum Meister habe. Wenn er sich tüchtig anstrenge, so erfuhr der vierzehnjähige F. W. Buri im Herbst dieses Jahres, bestehe die Hoffnung, ihn „eines Tages zum Meister bringen zu können“. Er sei ziemlich erleichtert gewesen, schrieb Buri in seinen 2009 postum erschienenen Erinnerungen, als er wenig später hörte, daß der Meister in der Schweiz gestorben sei.

Nach dem Krieg wurde der Dichterbericht zu einem zentralen Text, den keiner je in Frage stellte. Die Aura von Gotheins Aufzeichnungen, von 1951 an im „Castrum Peregrini“ in Auszügen publiziert, erlangte er allerdings nie. Dafür war Frommels Prosa zu literarisch, zu glatt, mit zu vielen Versatzstücken behaftet. Seinen eigentlichen Zweck aber erfüllte der Dichterbericht bis zum Ende: die ungebrochene Kontinuität der geistigen Überlieferung zu beurkunden. Denn auch wenn Frommel nur ein einziges Mal bei George gewesen war, so hatte er doch durch seinen lebenslangen Einsatz für das Werk des Dichters, insbesondere durch seine unermüdliche Suche nach immer neuen Schönen, das ihm bei dieser Begegnung zum Ausdruck gebrachte Vertrauen gerechtfertigt. Er hatte das Erbe fortgeführt. „Bei uns geht es weiter“, lautete die Losung der Amsterdamer Gemeinschaft, die für alle Alt-Georgeaner wie eine freche Kampfansage geklungen haben muß.

Damit komme ich zu meiner Ausgangsfrage zurück: Was ist Nachfolge? „Eines müssen Sie wissen, Frommel“ – so der Kronzeuge Ernst Morwitz nach Frommels eigener Aussage – „was Sie hier mit Ihren Amsterdamer Freunden machen, hat mit dem, was der Dichter machte, gar nichts zu tun.“ Frommel hat dieses auf den ersten Blick vernichtende Diktum gern und mit einem gewissen Stolz kolportiert. Tatsächlich hat er ja bei aller Stilisierung und trotz der teilweise recht kuriosen Bemühungen, sich wie George fotografieren zu lassen, sich wie George zu kleiden, die Punkte zu setzen wie er, den Dichter keineswegs imitiert. Er war kein Schauspieler. Er war Dramaturg. Er hat den Stoff, den er vorfand, genommen und ihn sich und seinen speziellen Interessen so gründlich anverwandelt, daß daraus etwas Neues entstand.

Da, wo für die Orthodoxen der Spaß aufhört, fängt das eigentliche Fragen erst an. Ob Frommel im Juni 1923 Stefan George tatsächlich vorgestellt wurde oder nicht: Fest steht, daß er bis zu Georges Tod im Dezember 1933 an seiner unstillbaren Sehnsucht nach der alles entscheidenden Begegnung mit dem Meister unendlich litt. Später hat er sein ganzes Leben so ausgerichtet, als hätte diese Begegnung stattgefunden, oder im übertragenen Sinn, als sei er von George akzeptiert worden. Denn darum drehte es sich ja: Daß er von George als einer, der dazugehörte, akzeptiert werden wollte. Weil es dazu nicht kam, weil ihm dieses eine entscheidende Zeugnis fehlte, wurde er in seiner Not umso produktiver. Die nachträgliche Beglaubigung seines Tuns durch George ergab sich dann irgendwann wie von selbst. Frommel brauchte eigentlich gar nicht mehr viel zu erfinden, um die Begegnung von 1923 doch noch stattfinden zu lassen.

Durch George legitimiert zu sein, entsprach Frommels gewachsenem Selbstverständnis. Andererseits unterstreicht seine Erfindung der Begegnung, wie wichtig es für ihn war, sich von ihm herleiten zu können. Aber je authentischer Frommel auftrat, desto mehr fühlten sich die einstigen Tischgenossen Georges bedroht. Die Verleumdung folgte auf dem Fuß. Soziologisch gesprochen, in der Terminologie Max Webers, haben wir es hier mit dem Auseinandertreten von „Tradition“ und „Charisma“ zu tun. Während sich die Gralshüter um Boehringer auf das Wort Georges als oberstes Gesetz beriefen – autos epha, er selbst hat es gesagt –, hielt sich Frommel immer die Option offen, zu fragen, was George wohl zu diesem oder jenem gesagt hätte. Irgendwann war er so tief in den Georgeschen Kosmos eingedrungen, daß zwischen Original und Kopie nicht mehr zu unterscheiden war, daß die Grenze zwischen ihm und George verschwamm, seine und die Autorität Georges ein und dieselbe wurden. Indem er so an die Stelle Georges rückte, zugleich aber dafür sorgte, daß bei den Zusammenkünften des Freundeskreises immer ein leerer Stuhl für den Meister blieb, wurde er für seine Freunde zum Träger des Charisma.

Daß Frommel umso authentischer wirkte, je näher er George kam, je mehr er eine Einheit mit seinem Meister zu bilden schien, erscheint nur auf den ersten Blick paradox. Denn am Ende verfolgten beide ein und dasselbe Ziel: In einer sich auflösenden, entleerten Welt das Feuer der Überlieferung am Brennen zu halten und die jungen Männer, die man sich als Gehilfen erkor, selber zum Glühen zu bringen, „wandelnde Öfen“ aus ihnen zu machen, wie Friedrich Gundolf einmal schrieb, die sich freuten, „Brennstoff zu sein für die höhere Flamme“. Weil er sich in diesem Punkt ganz und gar eins wußte mit seinem Meister, war Wolfgang Frommel am Ende beides: legitimer Erbe und Meister mit eigenem Kreis.

You Are All Individuals!

YOU ARE ALL INDIVIDUALS!

tot 10 juni 2011 bij CASTRUM PEREGRINI

Woensdag t/m zaterdag, 14-18 uur

-scroll down for english-

De tentoonstelling You are all Individuals! handelt over de spanningsvolle relatie tussen het individu en de groep. Erbij horen of niet is in alle levensstadia van elk individu een essentieel gegeven. Identiteit, geborgenheid, persoonlijke dilemma’s, uitsluiting, isolement, fanatisme zijn begrippen die in de tag cloud van iedereen thuishoren.

Photo Simon BoschNina Folkersma, curator van de tentoonstelling: “You Are All Individuals! ontleent haar titel aan een bekende scène uit de film Life of Brian van Monty Python. Op dezelfde avond dat Jezus wordt geboren, wordt in het stalletje ernaast Brian geboren. Brian wordt aangezien voor de Messias en alles wat hij zegt en doet heilig verklaard. Tot grote ergernis van Brian, die helemaal geen behoefte heeft om een volk te leiden…”.

Photo Simon BoschWe kennen allemaal de gevaren van een massa die blind haar leider volgt. En natuurlijk hebben we allemaal lering getrokken uit de geschiedenis. We weten dat groepen gesloten, onderdrukkend en potentieel gewelddadig zijn. We weten ook dat groepen de neiging hebben tot vijandigheid jegens degenen die buiten de groep staan, of sterker nog, dat zij doelbewust een externe vijand creëren om de eenheid en stabiliteit van de eigen groep te bewaken. Bovendien belemmert het opgaan in een groep de individuele ontwikkeling en de persoonlijke keuzevrijheid.

Photo Simon BoschMaar hoe vatbaar zijn wij desalniettemin voor de aantrekkingskracht van de massa, het verlangen om één te worden met de anderen? Onderdeel uitmaken van een groep biedt immers veiligheid, een gedeelde identiteit en solidariteit. En dat is in deze tijden van angst en onzekerheid een geruststellende gedachte. De maatschappij dreigt uit elkaar te vallen door de voortdurende nadruk op het individu en haar verantwoordelijkheden. We hebben behoefte aan gemeenschappelijke idealen. Samen staan we sterker. Toch?

Photo Simon BoschWanneer slaat groepsvorming om in fanatisme? Wanneer spreken we van een gevaarlijke, bedreigende massa en wanneer van een revolutionaire collectieve beweging? De schrijver en denker Elias Canetti benadrukte al dat massavorming en fanatisme tot de ‘condition humaine’ behoort. Het is een universeel fenomeen dat niet gebonden is aan bepaalde ideologieën, religies, culturen of landen. In zijn invloedrijke studie Massa en Macht (1960) beschrijft hij de massa als een verschijnsel op zichzelf, waartoe iedereen kan behoren. De mens heeft als het ware een instinct dat hem ertoe kan brengen in een massa op te gaan.

De tentoonstelling You Are All Individuals! brengt vijf hedendaagse kunstenaars bijeen die de spanningsvolle relatie tussen individu en massa vanuit verschillende perspectieven belichten. De tentoonstelling bestaat uit een aantal bestaande werken en enkele nieuwe locatie-specifieke werken.

Castrum Peregrini, een voormalig onderduikadres uit WO II, biedt hiervoor een unieke en ideale context: de vraag naar de verhouding tussen individu en groep haakt aan bij de thema’s ‘vrijheid’ en ‘vriendschap’ en ‘cultuur’ die centraal staan in het programma van Castrum Peregrini.


We are all Fanatics! door GoranBabaali

.

Kunstenaars

Photo Simon BoschYael Bartana (Israel/Nederland, 1970) – Bartana onderzoekt in haar film- en videowerk de dynamiek van relaties tussen het individu en de staat. Bartana vertegenwoordigt  Polen op de Biënnale van Venetië juni 2011 met ‘Polish Trilogy’, meer hierover in ‘When art becomes real’, Fanatismo p 44.

Daya Cahen (Nederland, 1969) – De foto- en videowerken van Daya Cahen getuigen van een fascinatie voor de complexiteit van politieke manipulatie, propaganda en indoctrinatie. Speciaal voor deze tentoonstelling creëerde Daya Cahen een geluidskunst  werk in de kelders van Castrum Peregrini.

Köken Ergun (Turkije, 1976) – Het werk van Ergun gaat vaak over rituelen binnen groepen. In zijn eerste videowerk Untitled (2004) zien we bijvoorbeeld hoe de kunstenaar verschillende draagtypen van een hoofddoek uitprobeert, net zo lang tot hij in tranen uitbarst.

Photo Simon BoschEnrique Marty (Spanje, 1969) – Marty maakt installaties, sculpturen, video’s, tekeningen, aquarellen, schilderijen. Voor You Are All Individuals! maakte hij een muurschildering.  Met schilderkunst, sculptuur en video creëert hij een beklemmend scenario, lees ‘One is a crowd’, Fanatismo p 50.

.Photo Simon Bosch

 Daniel Svarre (Denemarken, 1976) – Een hoofdmotief in het sculpturale werk van Daniel Svarre is de mannelijke groepsidentiteit, deze staat zowel voor solidariteit en vertrouwelijkheid, als voor agressie en uitsluiting. De installatie Group 30 (2008) en foto’s zijn te zien, zie Fanatismo, p 30.

 

You Are All Individuals! maakt onderdeel uit van een reeks evenementen We Are All Fanatics!  rondom het centrale thema, de gevaren voor groepsfanatisme waar, in navolging van Elias Canetti, Hannah Arendt en Sebastiaan Haffner, iedereen gevoelig voor is.  Het éénmalige, Engelstalige magazine Fanatismo verschijnt in een oplage van 25.000 exemplaren en is op aanvraag gratis verkrijgbaar.

.NRC 19 mei 2011

NRC Handelsblad, 19 mei 2011

 

En lees hier de recensie in Metropolis M

 

English Summary

There is a famous scene in the film Life of Brian (1979) by Monty Python in which Brian, who is born on the same night as Jesus Christ and by a quirk of fate is seen as the Messiah, is trying to get rid of his disciples. Looking over the crowd of followers from his window, he shouts: ‘You don’t need to follow me. You don’t need to follow anybody. You’ve got to think for yourselves. You are all individuals’. Whereupon the crowd replies: ‘Yes, we are all individuals!’ – except for one individual who discreetly raises his arm and says: ‘I’m not’.

We know the dangers of a mass that blindly follows its leader. We are aware that groups are closed, repressing and potentially violent. We are also aware that groups have the tendency to be hostile to outsiders, or even more so, to deliberately create an external enemy so as to guarantee the unity and stability of its own group. On the other hand, how susceptible are we to the appeal of the mass. Becoming part of a group means safety, a shared identity and solidarity. In these fearful uncertain times, that is a reassuring thought. Society is on the verge of falling apart because of the continuous pressure on the individual and its responsibilities. We are in need of common ideals. Together we are stronger. Aren’t we?

The exhibition You Are All Individuals! brings together existing and new works of five contemporary artists who look into the relationship between the individual and the crowd. Why are some people more vulnerable to group formation than others? When does group behaviour turn into fanaticism? At what point do we speak of a dangerous and threatening mass and when of a revolutionary collective movement? Working in different media – photography, sculpture, painting, video and sound work – the five participating artists share a fascination for national ceremonies, patriotic acts and other rituals that are intended to reaffirm the collective identity of crowds or countries. They examine the complexities of indoctrination, faith and conviction and hope to inspire their viewers to reflect upon the power of the crowd and the individual.

You Are All Individuals! is part of the cultural manifestation We are all fanatics! in Amsterdam, and is curated by Nina Folkersma, independent curator and art critic from Amsterdam.

Antigone

De grootste fanaticus uit de toneelgeschiedenis

Vrijdag 10 juni, 20uur – premiere

 
Renee van Marissing schreef een korte monoloog, waarin je wordt meegezogen in de trechter van de steeds fanatiekere gedachten die deze eeuwenoude toneelfiguur vormt. Antigone is gevangen gezet omdat ze tegen de voorschriften van het regime in haar broer heeft begraven. Ze vindt zichzelf een held, ze is een held, maar wel een tragische. Speciaal voor deze gelegenheid werkt actrice Vera Ketelaars samen met filmregisseur Margot Schaap. Samen maken ze van deze tekst een theatrale lezing, waarbij video wordt ingezet om de hypnotiserende werking van haar gedachten invoelbaar te maken.
.

Speellijst

vrijdag 27 mei, 20:00 – premiere
zaterdag 28 mei, 15:00
zaterdag 4 juni, 16:00
vrijdag 10 juni, 20:00
r.s.v.p. mail@castrumperegrini.nl of via facebook waar je tevens ook een trailer van de productie kunt zien. Toegang: opbrengsten zijn voor spel & productie.
.
 
Renee van Marissing is schrijver van zowel proza als toneel. Zij is bezig met haar tweede roman en in september wordt haar voorstelling ‘Ik ben er even niet’ uitgevoerd door de toneelmakerij. Deze ‘Antigone’ schreef zij speciaal voor de manifestatie ‘We Are All Fanatics’.
Margot Schaap is filmmaker en maakt met deze theatrale lezing voor het eerst iets in het theater. Na de filmacademie, waar ze met haar eindexamenfilm ‘gaandeweg’ de Tuchinski Award in de wacht sleepte, maakte zij de film ‘Lynn’ en de NPS Kort ‘vanaf hier’.
Vera Ketelaars is actrice en theatermaker. Zij speelde bij o.a. het Nationale Toneel en het Laagland, daarnaast maakt zij samen met Anne Gehring ieder jaar een voorstelling. ’Eindelijk! Kirgizië’ won afgelopen september de publieksprijs en de derde juryprijs op het Amsterdams Fringe Festival.

Fanaticism Awareness Test

FAT

Fanaticism Awareness Test

The FAT is an online test which gives users an indication of their level of vulnerability to group fanaticism and provides them with additional information on the topic. The test and all refernce material in it was developed in a European Partnership initiated and co-ordinated by Castrum Peregrini. The FAT is still being edeveloped at present, any comments and feedback to enhance the userfriedlieness are welcome at mail@castrumperegrini.nl

See www.fanatismo.eu or click on the picture below.

 

Fanatismo

Fanatismo magazine

is part of the manifestation We Are All Fanatics!

Official launch at the exhibition You Are All Individuals!
Friday 6 May 2011, 16 hrs, at Castrum Peregrini,
Herengracht 401, 1017 BP Amsterdam

Pick up your free copy at Castrum Peregrini or read the pdf in a new window.

 

Workshops fanatic

Saturday

7 May 2011

Educational workshops and concert

Goethe Institut Amsterdam
Herengracht 470

 

11.00 h         introduction, presentation Fanatismo and online FAT

11.30 h         Wolf Dieter Otto: Fanaticism in a constitution

12.30 h         Lunch

13.30 h         Workshop Forum Theatre by Pele Association, Porto

15.30 h         Coffee

16.00 h         ‘Kasperl fanatisch’ by the Volkshochschule Hietzing, Vienna

17.00 h         drinks

18.00 h         Concert: Richard Strauss, Capriccio

20.00 h         diner

If you want to participate all day or in parts of the programme please subscribe by sending an e-mail to mail(at)castrumperegrini.nl

Participation is free of charge.

.

 

Opening: We are all fanatics!

We are all fanatics!

Friday 6 May, 20hrs
De Verdieping, Amsterdam

This evening in co-operation with De Verdieping was part of the manifestation We are all fanatics!

The international renown historian and novelist Philipp Blom revealed in a breathtaking contribution why we are all vulnerable to fanaticism.

A panel reacted on his statements. With Ram Manikkalingam, Theu Boermans and Iris van der Tuin. Chris Keulemans will lead the conversation.

The evening opened with Schönbergs Verklärte Nacht played by students of the Amsterdam Conservatoire and the Salzburger Mozarteum.

Finally Dirk Jansen and Michiel van Iersel launched the online Fanaticism Awareness Test. See Fanatismo.eu

 

Keynote speech

Philipp Blom is a historian, novelist, journalist and translator. His historical works include a history of the Encyclopaedia by Diderot and d’Alembert that sparked the Enlightenment in France. He has also published an English translation of Geert Mak’s Amsterdam (1999). His recent prizewinning books include The Vertigo years and The Wicked Company.

As a journalist, Blom has written for newspapers in Britain, for various German-language publications and for Vrij Nederland in the Netherlands, as well as for other magazines and journals, the BBC, and German radio stations. He currently hosts a live cultural programme on Austrian National Radio.
.

Panel discussion

Ram Manikkalingam is director of the Dialogue Advisory Group and professor for International Relations at the University of Amsterdam. He was Senior Advisor for the previous President of Sri Lanka and assistant director of The Rockefeller Foundation, pioneering the frontier of global philanthropy.

Theu Boermans is an actor, screenwriter, stage and film director. He is the artistic director of the National Theater in The Hague. Recently, he directed the successful musical “Soldaat van Oranje”, a story about a group of friends, trying to survive WW II each in their own way. Some of them become spies.

Iris van der Tuin is currently assistant professor at Gender Studies, Utrecht University. She lectures on feminist theory and methodology, feminist classics, and philosophy of science. When it comes to her research, she is interested in the new (feminist) materialism and ‘generationality’.

Chris Keulemans is a traveling writer and journalist, based in Amsterdam. He has written articles and essays about artists in troubled societies. His travels brought him to places such as Algiers, Ramallah, Beirut, Sarajevo, Jakarta and Tirana. He is the former director of De Balie, centre for culture and debate in Amsterdam. This year, he will open De Tolhuistuin, a new arts centre on the other side of the river in Amsterdam.

Programme: We are all fanatics!

If you think this statement does not apply to you, we strongly advise you to reconsider because: we ARE all fanatics! Everyone, no matter of his/her education, social background, gender, race or age, is vulnerable for group fanaticism. It belongs to the human kind like sex and the longing for security. During the manifestation you can find out why and how to deal with this fact.

.
How Fanatic Are You?

The most confronting element of We are all Fanatics! is the online Fanaticism Awareness Test. Be brave and test your own vulnerability to group fanaticism! Based on your personal score, the site brings back specific information. Do the test and compare your personal score with others. Scary!
.

Locations of the manifestation:

Castrum Peregrini: exhibition, launch of Fanatismo, salon evenings
.
De Verdieping: debate evening, concert, launch of online FAT
.
Goethe Institut Amsterdam: workshops, concert

Please find an overview of the full programme at the home page, the agenda of Castrum Peregrini.
.

 

Friday 6 May 2011, 16hrs

Opening exhibition You are all individuals!

at Castrum Peregrini, Herengracht 401, Amsterdam
Curator: Nina Folkersma
Artists: Yael Bartana, Daya Cahen, Köken Ergun, Enrique Marty, Daniel Svarre
During the opening the magazine Fanatismo will be launched.
.
The exhibition will be open until 10 June, Wednesday – Saturday, 14-18 hrs
.
.

Friday 6 May 2011, 20 hrs

We are all fanatics! at De Verdieping of Trouwgebouw, Amsterdam

With a keynote speech by Philipp Blom, a roundtable discussion with Iris van der Tuin, Philipp Blom, Theu Boermans and Ram Manikkalingam moderated by Chris Keulemans.
The evening opens with Arnold Schönberg Verklärte Nacht by students of Mozarteum Salzburg and Sweelink Conservatoire Amsterdam and it ends with the launch of the online Fanaticism Awareness Test (FAT).
 
.

Central European timeSaturday 7 May, 11-20 hrs

Workshops and concert

at Goethe Institut, Herengracht 470
In a series of workshops you can learn about the constitutional approach to fanaticism, the Forum Theatre Methodology and see the price-winning piece about a fanatic Punchinello. The day ends with drinks and the Capriccio by Richard Strauss.
.
 
.
.

13 May 2011, 20 hrs

After Sunsets: screening of work in progress.
The work of Köken Ergun deals with crowds. In his most recent work (in progress) Ashura he focusses on Shiite minorities in Turkey.
With an introduction by Nina Folkersma.

Location: exhibition You are all individuals! at Castrum Peregrini, Herengracht 401, Amsterdam.

.
.

14 May 2011, 16 hrs

Guided tour through exhibition with special guests that engage into a conversation with the curator, the artists and the public.
Location: exhibition You are all individuals! at Castrum Peregrini, Herengracht 401, Amsterdam.
.
.

.

20 May 2011, 20 hrs

After Sunsets in collaboration with on-file
Exiled authors and journalists react on the work of the artists from You are all individuals!

Location: exhibition You are all individuals! at Castrum Peregrini, Herengracht 401, Amsterdam.

.

27 May 2011, 20 hrs

After Sunsets with theaterpremière
Antigone –
een bewerking
By Renée van Marissing.

Location: exhibition You are all individuals! at Castrum Peregrini, Herengracht 401, Amsterdam.

.

.

10 June 2011, 20 hrs

Finissage of You are all individuals! with experts audience, debate and drinks.

Location: exhibition You are all individuals! at Castrum Peregrini, Herengracht 401, Amsterdam.

.

 

The manifestation is being made possible through the generous support of:

Mondriaan Stichting, 
Amsterdams Fonds voor de Kunsten
Stichting Democratie en Media
Lifelong Learning Program of the European Commission
Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Holland 
Embassy of Austria 
 

Partners

Stefan Zweig Genootschap
On File
Goethe Institut Amsterdam
Dialogue Advisory Group
De Verdieping
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie 

.
This manifestation finalizes the Grundtvig Learning Partnership ´FAT- Fanaticism Awareness Test´supported by the Lifelong Learning Program of the European Commission; The partnership project was initiated by Castrum Peregrini and coordinated  in close collaboration with the Goethe Institut Amsterdam. Involved EU partners: Pele Association, Porto, Portugal; Tolerance Institute Lodz, Poland; Volkshochschule Hietzing, Vienna, Austria.

.

PRESS-RELEASE: WE ARE ALL FANATICS!

Please scroll down for the english version

Op 6 en 7 mei wordt in Amsterdam tijdens de culturele manifestatie {Fanatisme} de aandacht gevestigd op de gevaren van groepsfanatisme

Iedereen, ongeacht sociale achtergrond, opleidingsniveau, geslacht of leeftijd, is gevoelig voor groepsfanatisme. Het zit in de natuur van de mens en hoort tot één van de oerdriften die we al dan niet in toom weten te houden. Mensen worden meegezogen in een groep en doen wat de anderen ook doen. Ze lijken niet meer onafhankelijk te kunnen denken en dragen de opvattingen van de groep uit als de enige waarheid, desnoods met geweld.

De enige remedie tegen groepsfanatisme is de bewustwording bij individuen dat ook zij vatbaar zijn voor het fenomeen. De manifestatie {Fanatisme} presenteert een aantal formats dat op onderhoudende en informatieve wijze dit latente gevaar onder de aandacht brengt.

De meest in het oog springende is De Fanatisme Meter. Met deze online test www.defanatismemeter.nl kan iedereen zijn/haar vatbaarheid voor groepsfanatisme inzichtelijk maken. Op basis van de individuele score biedt de meter specifieke informatie aan. De Fanatisme Meter wordt vrijdag 6 mei gepresenteerd in De Verdieping van het Trouwgebouw, te Amsterdam.

Die avond wordt tevens de eenmalige glossy Fanatismo voorgesteld. Het gratis Fanatismo wordt in een oplage van 15.000 stuks verspreid door heel Nederland en een aantal Europese landen. Internationaal vermaarde deskundigen en kunstenaars verlenen hieraan hun medewerking, zoals Philipp Blom, Draqan Klaic, Diana Pinto, Ram Manikkalingam, Enrique Marty, e.a.. Zie kader. [de glossy Fanatismo: literaire en sociologische artikelen wisselen elkaar af met luchtige beeldessays, columns, interviews, e.d.. Fanatismo is in pakketten van 20 stuks tegen porto- en verpakkingskosten te bestellen bij mail@castrumperegrini.nl]

De middag van vrijdag 6 mei opent de tentoonstelling “You Are All Individuals” waarin curator Nina Folkersma de spanningsvolle relatie tussen individu en massavorming vanuit verschillende perspectieven belicht; met bestaand of locatiespecifiek werk van Yael Bartana, Daya Cahen, Köken Ergun, Enrique Marty en Daniel Svarre. De tentoonstelling loopt tot en met 12 juni. Gedurende de tentoonstelling wordt een randprogrammering georganiseerd met films, lezingen, discussies en rondleidingen, in samenwerking met On-File.

De avond van 6 mei vindt een openbaar gesprek plaats in De Verdieping van het Trouwgebouw, met keynote speaker Philipp Blom. De panelleden Diana Pinto, Theu Boermans en Ram Manikkalingam gaan in gesprek, o.l.v. Chris Keulemans.

Een uitvoering van Schönberg’s “Verklärte Nacht” wordt tijdens het avondprogramma ten gehore gebracht door het Mozarteum uit Salzburg i.s.m. het Amsterdam Sweelinck Orkest. Schönberg’s werk werd in de jaren dertig door het Nazi regime als “entartet” in de ban gedaan.

Op zaterdag 7 mei worden in het Goethe Institut Amsterdam diverse workshops rondom het thema georganiseerd en ook heir wordt de dag afgesloten met de uitvoering van ‘entartete’ componisten.

{Fanatisme} is de slotmanifestatie van een samenwerkingsproject van diverse Nederlandse en Europese culturele organisaties. De manifestatie wordt geïnitieerd en georganiseerd door de Amsterdamse Stichting Castrum Peregrini, een voormalig onderduikadres uit WO II; i.s.m. Stefan Zweig Genootschap, Goethe Institut, De Verdieping, On-File en The Dialogue Advisory Group (DAG) Amsterdam.

De Manifestatie {Fanatisme} is mogelijk gemaakt door de Stichting Democratie en Media, De Mondriaan Stichting en het Amsterdamse Fonds voor de Kunst.

Voor een compleet overzicht van het programma en informatie: www.castrumperegrini.org

 

Contactpersoon bij stichting Castrum Peregrini:        Frans Damman

T: 020 6235287             M: 06 23367491

f.damman@castrumperegrini.nl

————————————————————————————

PRESS RELEASE: WE ARE ALL FANATICS!

April 2011

The focus of the cultural manifestation WE ARE ALL FANATICS! on May the 6th and 7thin Amsterdam will be the dangers of group fanaticism.

Everyone, regardless of their social background, level of education, gender or age is vulnerable for group fanaticism; this sensitivity is part of our human nature. People can be sucked into groupthink and act alike. When this happens, people stop acting and thinking independently and start perceiving messages advertised by their group as being the one and only truth.

A way to prevent group fanaticism is creating awareness of the fact that everybody is vulnerable to this phenomenon. The WE ARE ALL FANATICS! manifestation is organized in line with this belief. During the manifestation, several formats that shed light on this latent danger are presented. The most prominent format used is the FAT, the Fanaticism Awareness Test: an online test www.fanatismo.eu which gives users an indication of their level of vulnerability to group fanaticism and provides them with additional information on the topic. The Fanaticism Awareness Test will be launched on May the 6th at De Verdieping of the Trouwgebouw in Amsterdam.

On the same evening, the one-off glossy Fanatismo will be officially presented. 25,000 copies of the free magazine will be distributed all over Europe. Internationally renowned experts have contributed to the edition, among them Philipp Blom, Dragan Klaic, Diana Pinto, Ram Manikkalingam and Enrique Marty.

[the glossy Fanatismo: a magazine which combines literary and sociological articles with accessible pictorial essays, columns, interviews and more. Fantismo can be ordered in packets of 20 copies, for which you will only have to pay postage. For orders please contact us on mail@castrumperegrini.nl]

On the afternoon of Friday May the 6th the exhibition of curator Nina Folkersma called “You are all individuals” opens its doors. In the exhibition, the tension between the individual and the masses is represented from different perspectives by making use of location-specific work of Yael Bartana, Daya Cahen, Köken Ergun, Enrique Marty and Daniel Svarre. The exhibition closes on June 12, 2011. In addition to the exhibition, a rich programme of films, lectures, discussions and guided tours will take place. The programme is organized in close cooperation with On-File.

On the evening of May 6, Phillipp Blom will give a keynote speech and enter into a discussion with Theu Boermans, Ram Manikkalingam, Iris van der Tuin. This round-table will be chaired by Chris Keulemans.The evening will take place in De Verdieping of het Trouwgebouw.

The Mozarteum from Salzburg and the Amsterdam Sweelinck Orkest will perform Schönberg’s “Verklärte Nacht”. Schönberg’s work was banned by the Nazis as ‘entartet’.

On Saturday May the 7th the Goethe Institut Amsterdam hosts several workshops on the theme of fanaticism.

WE ARE ALL FANATICS! is the final manifestation of collaboration of diverse Dutch and European cultural organisations. The manifestation will be initiated and organized by Castrum Peregrini, a foundation based in an Amsterdam building that provided shelter for people who hid from the Nazis during World War II.

The event is organized with the collaboration of the Stefan Zweig Foundation, the Goethe Institut Amsterdam, De Verdieping, On-File and The Dialogue Advisory Group (DAG).

The event WE ARE ALL FANATICS! is made possible by the support of Stichting Democratie en Media, De Mondriaan Stichting, Prins Bernhard Cultuurfonds NH, the Amsterdam Fonds voor de Kunst and the Embassy of Austria.

For more information and the complete programme of WE ARE ALL FANATICS! go to www.castrumperegrini.org

Contact:

Frans Damman

M: 0031 6 23367491

E: f.damman@castrumperegrini.nl

Castrum Peregrini

Herengracht 401

NL – 1017 BP  AMSTERDAM

Gisèle gehuldigd als kunst mecenas

Op 29 januari 2011 is Gisèle d’ Ailly van Waterschoot van der Gracht, beschermvrouwe van Castrum Peregrini, door burgemeester Van der Laan met een Koninklijke Onderscheiding gehuldigd.

Destijds is het project “De Gisèle Stoel” gelanceerd. Castrum Peregrini wil zestig van deze stoelen aanschaffen voor haar activiteitenruimte. Om dit te kunnen bekostigen en ontwerper Chris Kabel in staat te stellen een hoogwaardige designstoel te laten produceren hebben we een beroep gedaan op de gulheid van de aanwezigen.

Werken in de voorhoede

Samenwerking met kwaliteitsvolle kunstenaars zit sinds haar oprichting letterlijk en figuurlijk in het erfgoed van Castrum Peregrini. Voor de stichting is het vanzelfsprekend om met Chris Kabel in zee te gaan voor de vervanging van haar huidige klapstoelen. Zijn meubelontwerpen springen in het oog. In 2009 ontving hij de Nederlandse Materiaalprijs voor zijn Seam Chair en vorig jaar nam het MOMA uit New York zijn Mesh Chair op in haar designcollectie. Tot 2 mei 2012 is zijn ontwerp WOOD RING (cirkelvormige bank uit 1 boomstam) bij galerie KREO in Parijs te zien. Deze ontwerpen zijn het resultaat van zijn zoektocht naar het gebruik van nieuwe soorten materialen en innovatieve productieprocessen.

Maar ook oeroude materialen zoals hout hebben zijn aandacht, in pure vorm of als plywood, een industrieel product waarmee voornamelijk in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw prachtige voorwerpen werden gemaakt en dat nu ten onrechte in de vergetelheid is geraakt.

Chris Kabel heeft er voor gekozen om “De Gisèle Stoel” uit plywood te maken. Hij wil de mogelijkheden die dit materiaal biedt gebruiken om het comfort van een klassieke stoel zoals de CAR stoel van Friso Kramer te combineren met de specifieke eisen van een klapstoel. Het resultaat is uniek: een design klapstoel uit plywood! Voor het zover is moeten er nog tal van technische uitdagingen worden aangepakt. En dit is nu typisch Chris Kabel: altijd grenzen opzoeken, in de voorhoede van de designerwereld werken en leren van de succesvolle voorbeelden uit het verleden. Die mentaliteit is Castrum Peregrini op het lijf geschreven

Creatieve onafhankelijkheid

Om de harten en breinen van de producenten en distributeurs van internationale naam en faam te veroveren is het nodig dat Chris Kabel een 1:1 schaalmodel van “De Gisèle Stoel” vervaardigt: puur handwerk! De ontwikkel- en productiekosten van deze bijzondere klapstoel zullen al bij al een flinke investering vergen. Gelukkig bieden de verzamelde gelden een solide uitgangsbasis en kan Chris Kabel, dank zij deze actie, zijn tijd besteden aan dat waar hij erg goed in is: het ontwerpen van bijzondere gebruiksvoorwerpen!

Dit project is inmiddels afgerond

Indien u bent geïnteresseerd in het ondersteunen van projecten die Castrum Peregrini in samenwerking met hedendaagse kunstenaars opzet, werkzaam in allerlei disciplines – neemt u dan contact op.

Met uw gift,

– steunt u Castrum Peregrini
– steunt u het werk van een nieuwe lichting kunstenaars, filmmakers
– maakt u deel uit van het netwerk van Castrum Peregrini
– wordt u meteen Jaarvriend waarmee u een jaar lang gratis toegang krijgt tot onze eigen activiteiten

Zie ook: http://castrumperegrini.org/steun-ons