Memory Machine: In Search of Lost Time

140907_CP_uitnodiging_In_search_of_lost_times_def

Exhibition

19 September – 1 November

Thursday  – Sunday, 14-18 hrs

 

* Vernissage

Friday  19 September  2014
Doors open 17:00

Opening words by Theu Boermans, 19 hrs

A group exhibition of visual dairies with works of:

  • Adrian Melis  CUES
  • Armando NLDE
  • Donna Kuhn US
  • Emma Rendel  SE
  • Gigi Scaria IN
  • HF van Steensel  NL
  • Ilya Rabinovich MDNL
  • Jakob Roepke DE
  • Nan Goldin USFR
  • Peter Goldschmidt DENL
  • Raed Yassin LB
  • Ronit Porat IL
  • Servet Kocyigit TRNL
  • Yuri Rosmani NL

 

Curator:  Ronit Eden

Castrum Peregrini,  Herengracht 401, 1017 BP Amsterdam

Guided tours with curator every Saturday 16 hrs; Please subscribe for the tours at mail@castrumperegrini.nl

Artist in Residence

Ronit Porat

Summer 2014 Ronit Porat was Artist in Residence at Castrum Peregrini. After a first visit to the house and especially the hiding place in spring 2104 she now (August/September 2014) researches the space as a detective in a crime scene combining her own strongly biographical visual repertoire with the found footage and her research of the stories and witnesses of Castrum Peregrini’s  clandestine community.

The outcome of her research and her residency will result in a work shown during the group exhibition In Search of Lost Time that will open on 19 September.

Please find more about the artist here:  http://www.re-title.com/artists/ronit-porat.asp

rp7rp6rp5rp4rp2rp1

 

 

The photographs are stills from film material by Janina Pigaht who works on a documentary on Castrum Peregrini. Camera: Ernst Herstel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

The residency of Ronit Porat has been made possible through the financial support of the Embassy of Israel and Kunst en Israel

Logo+text ENG

Knipsel

 

participate!

The final publication of our EU project TimeCase -Memory in Action is out and online.
.

participate!

will also be launched as a print publication during the projects final conference in Amsterdam, Participation on Trial, 10-11 October 2014.

 

Ontsluiting Historische Ruimtes

Het huis en de geschiedenis van Castrum Peregrini wordt steeds verder ontsloten. Vele initiatieven hiervoor zijn al gelanceerd. Het volgende framing paper van Michael Defuster schetst in grove lijnen de geschiedenis van Castrum Peregrini en het veld waarin toekomstig onderzoek het conserveren maar ook het inhoudelijke en fysieke ontsluiten moet onderbouwen.

 

Ruimtes en objecten

Het 17de eeuwse pand Herengracht 401 is in het begin van de 20ste eeuw grondig verbouwd waarbij van twee panden één geheel werd gemaakt. Het oorspronkelijke interieur is daarbij niet behouden gebleven. Over alle verdiepingen werd een opening in de scheidingsmuur gemaakt en een liftschacht werd gebouwd, echter, zonder lift. Die kwam er pas in de jaren vijftig.

Gisèle van Waterschoot van der Gracht huurde in 1940 de derde etage. Hier leefde ze vanaf 1942 tot het einde van de oorlog met de Duitse dichter Wolfgang Frommel en diens Joods Duitse pupillen Claus Bock en Buri Wongtschowski. Tijdens de oorlog doken er ook andere personen onder, zij het tijdelijk.

Na de oorlog kon Gisèle enkele etages erbij huren tot ze, geholpen door haar welgestelde ouders, het hele pand kon kopen. In de jaren vijftig betrok ze met Arnold d’ Ailly  de vierde en vijfde etage. De tweede etage diende als gemeenschappelijke keuken. Wolfgang Frommel trok in de oorspronkelijke onderduiketage op de derde verdieping en bleef er tot zijn dood in 1986 wonen. Claus Bock vestigde zich in 1987 in het inmiddels aangekochte aanpalende pand Beulingstraat 8-10.

De tweede, derde, vierde en vijfde etage zijn nagenoeg onveranderd gebleven sinds Gisèle ze achtereenvolgens verwierf, inrichtte en er gebruik ging van maken. Doordat ze op verschillende tijden zijn verbouwd en ingericht, ademen de verdiepingen telkens een andere sfeer uit. Gisèle meubileerde de etages met een grote hoeveelheid meubelen, objecten en kunstwerken van haarzelf en anderen. De meubelen zijn gedeeltelijk via haar ouders verworven, zowel van haar moeders Oostenrijkse als van haar vaders Nederlandse kant. Het meubilair van de onderduiketage is voor een groot deel afkomstig van de familie Joep Nicholas, die vóór WOII emigreerde naar de USA. Wolfgang Frommel verzamelde in de onderduiketage een grote bibliotheek met voornamelijk Duitse literatuur.

Gisèle gebruikte de ruimtes en inrichtingen deels als zelfrepresentatie. De objecten dienden als gematerialiseerd dagboek van haar eigen leven: haar afkomst, de personen in haar leven, haar kunst, haar fascinatie met vormen uit de natuur en haar reizen, waarvan ze diverse voorwerpen meebracht… Bij het doorlopen van de ruimtes wordt een bezoeker overspoeld door een veelheid van objecten, die allen een eigen verhaal lijken te vertellen, maar gezamenlijk het veelzijdige leven van Gisèle uitbeelden.

In 1981 kon Gisèle het naburige pand in de Beulingstraat kopen waar ze voor zichzelf een groot atelier inrichtte en waar haar eigen kunst, haar liefde voor het Griekse eiland Paros en haar fascinatie voor vormen uit de natuur op een schitterende manier samenkomen.

 

Mensen en verhalen

Gisèle en Wolfgang Frommel hadden beiden een uitgebreid netwerk in de Nederlandse en Europese intelligentsia. Daarvan zijn veelvuldige sporen terug te vinden in het huis: de archieven, de publicaties, boeken, kunstwerken en objecten.

Deze collectie vertelt verschillende verhalen die intens met elkaar verweven zijn en gemakshalve maar niet helemaal correct het Castrum Peregrini verhaal genoemd kan worden. Dit Castrum Peregrini verhaal heeft enkele hoofdlijnen: de levenswandel van respectievelijk Gisèle en Wolfgang Frommel. Zeker in het geval van Gisèle loopt die niet noodzakelijkerwijze altijd samen met het Castrum Peregrini verhaal.

 

Periodes en ontwikkelingen

De levensverhalen van Gisèle en Wolfgang kennen verschillende periodes, die vanaf hun eerste ontmoeting in 1941 grotendeels en letterlijk onder een gemeenschappelijk dak (Herengracht 401) zich ontwikkelen. Gisèle is dan 28 en Wolfgang 38 jaar oud. Beiden zijn opgegroeid in het buitenland, maar maken toch deel uit van een uitgebreid netwerk van Nederlandse intelligentsia, waar ze elkaar dan ook ontmoeten (bij Adriaan Roland Holst).

Gisèle nodigt Wolfgang uit om zijn Joodse pupillen onder te laten duiken in haar appartementje op de Herengracht. Hieruit ontstaat na de oorlog het Castrum Peregrini. Sociaal gezien delen ze een woongemeenschap van personen die jonger zijn dan henzelf, en waarvan ze de onbetwiste founding father en mother zijn. Deze gemeenschap is het eigenlijke Castrum Peregrini. Daarin vervullen ze elk een eigen rol.

Wolfgang Frommel ontwikkelt zich tot een spiritueel leider die met het tijdschrift Castrum Peregrini en  een geritualiseerde (mannelijke) vriendenkring een eigen wereld creëert. Deze spirituele wereld is voornamelijk geënt op het gedachtengoed van de Duitse dichter Stefan George. Gedurende zijn actieve leven reist Wolfgang een groot gedeelte van het jaar door Europa rond, om vrienden en (potentiële) auteurs voor het tijdschrift te bezoeken. Dit leidt tot een zeer uitgebreid en geëngageerd netwerk.

Gisèle neemt in de wederopbouwperiode na de oorlog de draad weer op als glazenier en toegepaste kunstenaar. Ze blijft Wolfgang Frommel en het Castrum Peregrini ondersteunen door onderdak te bieden en financieel bij te springen. Dat is ze tot haar einde in 2013 toe blijven doen. In de jaren vijftig ontmoet ze Arnold d’ Ailly, die dan burgemeester van Amsterdam is. In 1958 treden ze in het huwelijk en komt Arnold wonen op Herengracht 401. Gisèle gaat zich meer en meer richten op louter schilderkunst. Begin jaren zestig restaureren ze samen een kloostertje op het Griekse eiland Paros. Arnold sterft in 1967. Tot 1980 verblijft Gisèle de helft van het jaar op Paros. Vanaf 1982 blijft ze onafgebroken wonen in het pand Herengracht 40, dat in 1981 is uitgebreid met het aanpalende pand Beulingstraat 8 & 10. Ook Gisèle onderhoudt door veelvuldig reizen haar uitgebreid netwerk, dat ze, net zoals bij Wolfgang, op een elegante en onnavolgbare manier weet te instrumentaliseren voor haar diverse (kunst-)projecten (bvb. Weverij De Uil). Net als bij Wolfgang speelt haar persoonlijke interesses in de mensen die ze kiest hierin een grote rol.

In de Herengracht 401 zelf wonen decennia lang jonge mensen die zowel ingezet worden voor de uitgeverij als voor het huishouden. Afgezien van enkele constanten (Manuel Goldschmidt) verandert deze woongemeenschap voortdurend van samenstelling. Onder het min of meer welwillend oog van Wolfgang en Gisèle krijgt deze gemeenschap een eigen dynamiek en maakt ze een eigen ontwikkeling door. Dit wordt versterkt door de formele aspecten die eigen zijn aan de uitgeverij Castrum Peregrini en vanaf 1957 door de oprichting van de stichting Castrum Peregrini. In de decennia die daarop volgen wordt Castrum Peregrini langzaamaan een instituut dat voornamelijk in het buitenland een zeker aanzien geniet. De missie van de stichting en uitgeverij richt zich grotendeels op de Duitse dichter Stefan George. Gisèle is het met deze eenzijdige oriëntering niet altijd eens, maar blijft toch trouw aan het geheel.

Na de dood van Wolfgang in 1986 valt zijn vriendenkring uit elkaar in elkaar beconcurrerende vriendengroepjes. Ondanks, of beter gezegd, juist door de vastberadenheid waarmee maatschappelijke ontwikkelingen buiten de deur worden gehouden in de jaren die volgen, raakt de relevantie van met name de uitgeverij sluipenderwijs zoek. Buiten Gisèle dan, is de oud geworden oorlogsgeneratie niet van plan zich aan te passen aan de uitdagingen van de onstuitbare maatschappelijke veranderingen. Dit leidt tot generatieconflicten binnen Castrum Peregrini.

Pas in 2008, na het overlijden van de laatste onderduiker, kan een nieuw beginpunt worden gecreëerd: de uitgeverij wordt uitbesteed bij een Duitse uitgever en in Amsterdam wordt Castrum Peregrini een activiteitenorganisatie die haar kernwaarden ent op de waarden van haar ontstaansperiode: m.n. haar onderduikgeschiedenis in WOII. De aansluiting met het maatschappelijke discours wordt opnieuw gevonden, nieuwe creatieve netwerken worden aangeboord, nieuwe energieën revitaliseren Castrum Peregrini, dat intussen meer dan 65 jaar bestaat. En last but not least, een vernieuwde woongemeenschap zet Gisèle’ s en Wolfgangs traditie verder. De inmiddels hoogbejaarde Gisèle laat bij verschillende gelegenheden duidelijk merken blij te zijn dat ze deze ontwikkeling nog mee mag maken. In mei 2013 sterft ze in volle harmonie in haar atelier, haar eigen gecreëerde paradijs, omringd door haar jonge vrienden en haar dierbare objecten die aan haar geleefde leven herinneren.

Amsterdam Art Weekend 29, 30 november, 1 december 2013

29 november – 1 december

Castrum Peregrini participates in

Logo AAW+Date.web

 

 

all (S)ELECTED artists are present, with daily performances by:

Eamonn Harnett at 14.00 hrs
Silvia Martes at 16.00 hrs

During this annual event galleries, post-graduate artists-in-residence, museums and other cultural institutions hold exciting state-of-the-art exhibitions with works by young and established international artists. The Amsterdam Art Weekend makes top quality contemporary art accessible to an audience varying from international professionals to arts aficionados and curious visitors.

With support of the Mondriaan Fund, Amsterdam based artist Amie Dicke will work as an artistic researcher around the essence of stories as they are manifested in Castrum Peregrini’s heritage.
Amie Dicke is present on Friday 29 and Saturday 30 November between 3 – 6 pm

Opening hours:
Friday 29 November: 12 – 20hrs
Saturday 30 November: 10 – 20hrs
Sunday 12 – 18hrs

 

 

Rietveld Observations

Rietveld Observations

18 juni 2013 – door: Vincent van Velsen

Gedurende My Friend. My Enemy. My Society. hebben twee studenten van de Gerrit Rietveld Academie de verschillende evenementen, lezingen en andere bijeenkomsten bezocht. Sven van Asten en Andrea di Serego Alighieri, beiden laatste jaars grafisch ontwerp, presenteerden hun bevindingen op 18 juni onder de titel Rietveld Observations. Deze avond toonden zij een zestal posters die de manifestatie als uitgangspunt hadden, maar zich ook staande konden houden als autonome werken. De ontwerpers gingen hierin uit van hun observaties tijdens de manifestatie, maar reflecteerden eveneens op diens thema en de geschiedenis van Castrum Peregrini als onderduikadres, uitgeverij en kunstinstelling. De thema’s verbondenheid en vriendschap kwamen op deze manier uitgebreid aan bood: er was bijvoorbeeld een beeld dat doet denken aan een deel van een ansichtkaart, waarvan slechts een deel uit een groter geheel is te zien. Refererend aan de geschreven verbondenheid tussen personen die locatie en moment overstijgt in combinatie met de pittoreske locatie aan de Herengracht als visueel element. Door de tijd heen is de betekenis van deze locatie veranderd, maar qua uiterlijk lijkt de tijd hier te hebben stil gestaan. Voor een andere poster hebben zij hun aantekeningen van de keynote lecture van Peter Sloterdijk gebruikt. De woorden die het begin van de manifestatie inluidden hebben zij uitvergroot. Deze omvatten misschien wel het hele thema en diens betekenis samengevat in een enkele zin: If I do not think about I know what it is, If I think about it I don’t. Een tweede poster toont een aantal verticaal gepresenteerde ondertitels van momenten uit de film The Flat (van Arnold Goldfinger getoond op 3 mei) die tezamen een geheel nieuw narratief vormen dat ietwat surrealistisch aan doet en ver van de inhoud van de film staat. Een kijk vanuit het verleden op vandaag, in de vorm van een beeld dat zicht geeft op de tentoonstellingsruimte vanuit het ondergelegen archief. Op deze manier wordt de verbinding tussen de geschiedenis en diens materiële overblijfselen als letterlijk onderliggend fundament en basis van de hedendaagse werkzaamheden zichtbaar gemaakt. Te zien is het archief zelf, de trap en een onderdeel van het werk van Alon Levin. Verbondenheid tussen de verschillende tijden, werkzaamheden en vormen van Castrum Peregrini, gevangen in een enkel beeld waarin je via de trap vanuit vroeger naar nu kijkt. Rietveld Observations bestond uit een kort vraaggesprek tussen Castrum voorman Michael Defuster en de twee ontwerpers, omringd door een select groepje aanwezigen. Een korte uitleg over de impressies van de ontwerpers met betrekking tot de manifestatie volgde, maar zoals het goed werk betaamt, spreken de beelden meer dan woorden.

SONY DSC

Barbara Steiner – curator in residence

BSt4In the autumn of 2013, Barbara Steiner spent a month as curator-in-residence in Amsterdam.  This residency programme was initiated by the Goethe-Institut Netherlands and put into practice in collaboration with and at Castrum Peregrini. During her stay in the Netherlands, Steiner did extensive research on the relations between design and art, taking a closer look at the respective practices, and the dissolution of traditional disciplinary borders. On the basis of this research, Steiner is planning to curate an exhibition that is to be held at Castrum Peregrini in the autumn of 2014.

Barbara Steiner is curator, editor, author and lecturer. In 2012 and 2013, she was the Artistic Director of Europe (to the power of) n, a two-year project which took place in eleven cities in- and outside the European Union. From 2001 to 2011, Steiner was the Director of the Galerie für Zeitgenössische Kunst Leipzig (GfZK). Prior to that, she ran art associations in Ludwigsburg and Wolfsburg.

In her work, Steiner focuses on politics of representation, institutional critique/criticality, architecture, design and display. She examines political, economic, social and cultural conditions and draws particular attention to various concerns and interconnected processes of negotiation. These are not only interesting in terms of theory and cultural discourse, but they also become evident in exhibitions and other art projects. Steiner’s exhibitions, lectures, and publications reveal that she views all of the institution’s activities and structures as integral parts of its programme. It is her aim to make these interdependencies the subject of public reflection and discussion.

Steiner studied Art History and Political Science at the University of Vienna. She wrote a doctoral thesis on the „Ideology of the White Cube“.

 

AT5 bezoekt ‘speaking from the heart’

AT5 item 7 okt 2013Mardjan Seighali – directeur UAF, Soheila Najand – kunstenaar en directeur InterArt Lab en Atousa Bandeh kunstenaar en docente Gerrit Rietveld Academie bezoeken de tentoonstelling ‘Speaking from tghe heart – the polemic sensibility from Iran’ en reflecteren op heel persoonlijke wijze op het werk van deze hedendaagse kunstenaars uit Iran

>>> bekijk deze uitzending van AT5 Wereldstad hier terug

Peter Sloterdijk – Vriendschap op het eerste gezicht

Vriendschap op het eerste gezicht

Auteur Peter Sloterdijk, vertaling en bewerking Elma Drayer voor Filosofie Magazine

Het leven tussen vreemden heeft voordelen, schrijft Peter Sloterdijk, maar soms ontdekken we ineens ‘een ziel met wie we een verbinding voelen’.

– Voor Plato en Aristoteles was vriendschap gebaseerd op de ontdekking van gelijkheid,

– Tussen alle gezichten die je dagelijks ziet is er af en toe één dat je treft als een bliksemschicht,

– Wie niet kan liefhebben is van meet af aan verloren,

– Het begint bij seks, het eindigt bij wiskunde,

– Wie iemand liefheeft, vecht met hem,

– De aristotelische vriendschap is gebaseerd op het principe van de thumos, de eer,

– Er bestaat geen liefde die niet tegelijkertijd hoogachting is,

In zijn Belijdenissen vraagt Aurelius Augustinus zich op zeker moment af wat ‘tijd’ is. Hij becommentarieert zijn eigen vraag aldus: als ik er niet over nadenk, dan weet ik het, denk ik erover na, dan weet ik het niet. Iets soortgelijks kun je toepassen op het fenomeen vriendschap. Ik zal proberen het raadsel eerst in één klap op te lossen, daarna onderzoek ik of die oplossing klopt.

Mijn stelling luidt: vriendschap is de oudste dochter van de vervreemding.

 

Wateraap

Zoals we allemaal weten stammen wij af van een bijzondere apensoort, de wateraap die leefde langs kusten en de rivieroevers. Dat wij zijn geëvolueerd van apen met een vierarmige gang tot tweebenige wezens met handen die kunnen tasten en grijpen hebben we te danken aan het water.

Typerend voor de homo sapiens was dat hij in relatief kleine, hechte groepen leefde, met nauwe onderlinge banden. Zijn belangrijkste kenmerk was empathie, de unieke eigenschap je in staat stelt om in de ziel van een ander te blikken – niet met je ogen maar met wat psychologen tegenwoordig invoelingsvermogen noemen.

Dat betekende overigens ook dat de mens geen privacy kende. Niemand kon zich onttrekken aan de indringende blik van de ander. Je was wederzijds volkomen transparant, volkomen doorzichtig. Gedachtelezen was dus van oorsprong heel vanzelfsprekend: jij kunt niets denken wat ik ook niet kan denken. Psychotherapeuten kunnen zich nog steeds goed in een ander inleven. Eigenlijk reactiveren zij hun archaïsche kwaliteiten.

Een goede vriendin van mij vertelde me dat ze eens een ongelukkige liefdesgeschiedenis had in Parijs. Haar toenmalige vriend had haar verlaten en zij liep huilend door de straten. Ze zei: het geweldige van de Fransen was dat niemand mij probeerde te troosten. Zij hielden dus hun empathie binnen, ook als ze best konden bedenken dat er iets aan de hand was met die vrouw die daar met betraande wangen door de straten liep. Dat is een hoogculturele prestatie: dat je je empathie voor je houdt – tot je aan de deur hebt geklopt en een heel duidelijk ‘kom binnen!’ hebt gehoord.

Ik geloof dat vriendschap de oudste dochter van de vervreemding is omdat zij tot bloei kwam in een omgeving waarin mensen wederzijds ondoorzichtig werden voor elkaar. De mens ontwikkelde een nieuwe levensvorm waarin vrijheid en vervreemding met elkaar verknoopt raakten. Vrij zijn wij immers in de mate waarin we van elkaar vervreemd zijn, in de mate waarin de ander jou niet meer kan lezen als een open boek. Vrijheid is het resultaat van discretie, van relatieve vervreemding.

Dat gebeurde toen de samenleving zozeer differentieerde dat je de leden van een andere groep dan de jouwe niet langer vanzelfsprekend kon begrijpen. Een ambachtsman die de hele dag schoenen of kleding maakte kon de gedachten van een scheepsbouwmeester niet raden. Een handwerker kon zich niet inleven in de gedachten van een politicus. En niemand kon zich inleven in wat er omging in de ziel van een filosoof. De filosoof is de eerste mens geweest in de Griekse samenleving die het privilege kende van de volmaakte raadselachtigheid.

 

Homo-erotisch

Interessant genoeg komen de belangrijkste vriendschapstheorieën nog altijd van Plato en Aristoteles. Zij gingen er allebei vanuit dat vriendschap iets is dat alleen mannen overkomt. Dat heeft duizend-en-één redenen, maar hangt vooral samen met het feit dat de Griekse cultuur door en door homo-erotisch was. Homofilie betekent ook letterlijk: vriendschap met je gelijke. Voor Plato en Aristoteles was vriendschap gebaseerd op de ontdekking van gelijkheid. Twee mensen die elkaar a priori niet kennen, ontdekken a posteriori dat ze elkaar kennen. Alsof ze a priori al met elkaar te maken hebben gehad.

Tegenwoordig leven we in een situatie van algehele vervreemding. We wonen in steden tussen tienduizenden mensen die we niet kennen. En toch kun je daar ineens een ziel ontdekken met wie je een verbinding voelt die verder alleen gebruikelijk is tussen ouders en kinderen of tussen broers en zussen. Door het wonder van de ontmoeting stuit je op een verwantschap buiten de verwantschap.

Tot op dit punt zijn Plato en Aristoteles het in grote lijnen met elkaar eens. Maar terwijl voor Aristoteles de waarneming van de gehele persoonlijkheid vooropstaat, is Plato de estheet. De liefde begint voor hem bij de blik, bij het oog. Tussen alle gezichten die je dagelijks ziet is er af en toe één dat je treft als een bliksemschicht. Een gelaat dat je het gevoel geeft dat je de waarheid aanschouwt, die tegelijkertijd goed is en schoon. De platoonse drievuldigheid – het Ware, het Goede en het Schone – komt samen in één enkel gelaat. Word je daardoor diep geraakt, dan bewijst dit dat je ziel nog niet volledig is versteend.

Plato verklaart het fenomeen liefde uit herinnering. Voor hun geboorte aanschouwden mensen de eeuwige waarheid, vervolgens zijn ze in een lichaam geïncarneerd en nu leven ze in een toestand van halfvergetelheid. Bij sommigen gaat de vergetelheid zover dat ze zich helemaal niets meer herinneren. Zij worden dan ook niet beroerd door het Schone, fysiek noch geestelijk. Zij interesseren zich noch voor erotiek, noch voor mathematica. Wie niet kan liefhebben en niet kan rekenen, zeg maar, is eigenlijk van meet af aan verloren.

Op het moment dat je door het schone gelaat van de ander wordt getroffen, opent zich volgens Plato het archaïsche geheugen. Daaruit stijgt een onmetelijk heimwee op naar een hereniging met de rijkdom van het Schone en het Goede. Het schone gelaat van de ander is zoiets als een wegwijzer, want daar mag het niet bij blijven. Vervolgens moet je leren abstraheren van dat ene schone gelaat. Je moet van de lichamelijke fascinatie overgaan naar de ideële fascinatie.

Bij Plato, kortom, is het curriculum heel duidelijk: het begint bij seks, het eindigt bij wiskunde. En alleen de onbegaafden blijven om zo te zeggen hangen in de propedeusefase.

Platoonse vriendschappen zijn per definitie strategisch, het doel is bovenpersoonlijk: opgaan in een toestand van goddelijke anonimiteit. De ware minnaar zal dus noodzakelijkerwijs de naam van zijn geliefde vergeten. Zolang hij diens naam nog weet, heeft hij als het ware nog propedeutisch lief.

 

Moed

Heel anders gaat Aristoteles te werk. Hij is veel pragmatischer en realistischer. Hij gaat ervan uit dat de man in de Griekse polis een betekenisdrager is, een drager van deugden. Daarom is de aristotelische vriendschapsleer in essentie een deugdenleer.

De belangrijkste deugd heet naar de man die die eigenschap bezit: andreia. Dat betekent moed of dapperheid. Nog preciezer: de vaardigheid jezelf eervol te gedragen tegenover de gemeenschap. De man in de Griekse polis is het levende uithangbord van zijn eigen voortreffelijkheid.

Moderne mensen zijn het gevoel daarvoor kwijtgeraakt. Die noemen zulke mannen opscheppers.

Maar voor de Grieken betekende man-zijn dat je een rol speelt in het theater van het dagelijks leven, en daar je waarde bewijst. In die door en door theatrale samenleving hadden mannen drie podia tot hun beschikking waarop ze die behoefte kwijt konden. Daar was de agora, de marktplaats, waar gepraat en gediscussieerd werd, waar ruilhandel plaatsvond en waar je je dagelijks vertoonde. Wat dat inhield, kun je heden ten dage nog waarnemen op de piazza’s in Italiaanse steden. Daarnaast kenden de Grieken het theater – een geweldige uitvinding, waarbij je het leven een tweede maal uitbeeldde, als was het leven zelf niet genoeg. En het derde podium was het sportpaleis waar mannen turnoefeningen met elkaar deden.

In dat gymnasium heerste een kledingverbod. Daar waren knappe jongemannen onder elkaar, naakt en ingeolied, zodat het wederzijdse vastpakken tegelijk aangenaam en moeilijk was. Dat is trouwens een typisch aristotelische notie: wie iemand liefheeft, vecht met hem. Hij wil winnen van zijn geliefde, óf ontdekken dat zijn geliefde zo goed kan vechten dat hij graag van hem verliest.

De aristotelische vriendschap is gebaseerd op het principe van de thumos, de eer. Mannen vinden elkaar aantrekkelijk omdat ze in de ander de belichaming herkennen van deugden die voor henzelf ook waarde hebben. Vriendschap is bij Aristoteles vóór alles hoogachting. Liefhebben in erotische zin kun je overal. Daarvoor kun je ook je slaven gebruiken. Hoogachting daarentegen is iets heel bijzonders. Er bestaat geen liefde die niet tegelijkertijd hoogachting is.

 

Romantiek

Deze beide klassiek-Griekse visies op vriendschap zijn in de moderne tijd in onbruik geraakt. De Europese Romantiek van de achttiende eeuw heeft daarvoor natuurlijk het nodige gedaan. Die heeft enerzijds het ideaal van de zielenvriendschap weer tot leven gewekt, maar anderzijds, onder invloed van het piëtistische christendom, gezorgd voor een geweldige uitdijing van het begrip – tot op het punt dat zelfs hele samenlevingen met elkaar bevriend moeten zijn.

Als je vandaag de dag door Zuid-Frankrijk rijdt, dan is er nauwelijks een dorp waar je niet een kleine reflex van dat romantische vriendschapsideaal kunt aantreffen. Als je een pastis of een halve liter wijn wilt drinken, waar strijk je dan neer? Natuurlijk in de bar des amis.

Daar vind je vriendschap. En welbeschouwd zijn we dan weer in de buurt van het punt waar we waren toen we nog als gelukkige waterapen leefden. We zitten bij elkaar, we zijn voor de ander volkomen doorzichtig, we hoeven niet met elkaar te praten. Privégedachten zijn weer verboden, en als je ze zou hebben spreek je ze niet uit. We zingen gezamenlijk liederen, desnoods de Marseillaise, de tekst kennen we allemaal. De solo is nog niet uitgevonden. En er bestaat geen gevaar dat de ander iets denkt wat jij ook niet kunt denken.

Dat is vrede. Dat is vriendschap.

 

Deze bewerking van de voordracht die Peter Sloterdijk op 26 april 2013 hield in het Amsterdamse debatcentrum De Balie, tijdens de manifestatie My Friend. My Enemy. My Society. van Castrum Peregrini is gepubliceerd in Filosofie Magazine

IMAG0797

 

 

Speaking from the heart

The Polemic Sensibility

from Iran

An exhibition curated by Shaheen Merali

The exhibition is a result of a curatorial decision to raise awareness of the development in Iranian aesthetics as part of the political and cultural reality of this country.  It is sourced from the inevitably finite series of creative works that came from Iran in a period when artists felt they needed to further question their experiences of reality at the time of the tenth presidential election, which was held on 12th June 2009.  Millions of Iranians gathered in Iranian cities and around the world in post-election protests and further inspired the emergence of the opposition Iranian Green Movement.

The actual, as well as the mental journeys towards being excluded  – often feeling confined – produced new identities based on introspection, often producing an auto-critique of the lack of progress in their lives. The volatile condition within and without, the confusion, the bewilderment and the total failure of the system gave way to doubts and led to a collective sense of disillusionment with the whole.

This cultural awakening, constructed in images and text, thread and paint, video and graphics reflects the increasing place of protest and activism, but, more significantly, the works are engaged with how these visual encounters further the scope of Iran’s contemporary language – deliberate, considered and, at points, provocative in its poetic demand.   Curiosity re-establishes the demand to connect with the harsh reality of everyday life within a critical artistic discourse.

This exhibition speaks from the heart of Iranian sensibility.

 

Artists

Mehraneh Atashi, Navid Azimi Sajadi, Mahmood Bakhshi, Masoumeh Bakhtiary, Majid Fathizadeh, Parastou Forouhar, Farhad Fozouni, Ghazaleh Hedayat, Taha Heydary, Melodi Hosainzadeh, Katayoun Karami, Aria Kasaei, Majid Korang Beheshti, Amir Mobed, Mehran Mohajer, Masoumeh Mozafari, Homan Nobakht, Sara Roohisefat, Atefeh Samaei, Rozita Sharafjahan, Mohamad M. Tabatabaei.

 

Collaborating partners include

Azad Gallery,Tehran / Freies Museum, Berlin /Framer Framed and Castrum Peregrini, Amsterdam.

 

The exhibition was made possible with the support of

Amsterdams Fonds voor de Kunst and Prins Bernhard Cultuurfonds.

 

SFH FInal 00

Vriendschap & Effectief activisme

Vriendschap & effectief Activisme

Radio uitzending Roet in het Eten op 28 mei 2013, locatie: Heathrowstraat Studios

door: Quinsy Gario

Als onderdeel van het programma My Friend. My Enemy. My Society. van Castrum Peregrini organiseerde Roet in het Eten een speciale uitzending met live publiek. Het is een mash up tussen Roet In Het Eten Treffen en een reguliere uitzending. Iets wat we vaker gaan doen.

28mei2013_effectiefactivisme_foto Ernest MoralesIn onze eerste treffen lieten we zien hoe je kritisch, maar niet cynisch over ‘communityvorming’ kan praten in de Nederlandse en internationale context. Vandaar dat het weer tijd is om elkaar te ontmoeten en het te hebben over effectief activisme en vriendschap samen met Peter Breedveld, Nienke Venema en Rufus Kain.

Te gast waren Peter Breedveld van weblog Frontaal Naakt. Peter heeft al een paar keer artikelen geschreven over Zwarte Piet waarin hij mij noemt en dus was het tijd om elkaar voor het eerst te ontmoeten. We spraken over de weblog en hoe hij met de weblog een verandering in Nederland teweeg wil brengen.

Daarnaast hadden we ook Nienke Venema. Zij is de directeur van Humanity In Action een organisatie die elk jaar een summerschool organiseert voor nationale en internationale jongeren waarbij ze over thema’s als uitsluiting, xenofobie en racisme lezingen, presentaties en workshops krijgen. Met haar spraken over de rol van educatie bij activisme en transnationale bondgenoten.

En als klap op de vuurpijl trad de singer songwriter Rufus Kain op. Tijdens de eerste Treffen had hij het publiek betoverd met zijn stem en zijn teksten. Het was net een paar dagen na de presentatie van zijn album Live in Laagland en zijn keel was gevoelig. Op 28 mei jl. stond hij weer in de startblokken klaar om te knallen, dit keer live bij ons op de radio.

In de discussie werd gefocust op de omgang met tegenstand wanneer je kritiek op bepaalde elementen in de samenleving hebt. We hadden het ook over de rol van onderwijs voor het veranderen van de samenleving. De gasten vonden het geweldig om er bij te zijn en ook het aanwezig publiek genoot met volle teugen van het thema en het gesprek. We wilden het format innoveren door tegelijkertijd live publiek te hebben en live op de radio te horen te zijn. Alleen jammer was dat het radio publiek dat kon meeluisteren niet live kon inbellen met reacties op het gesprek. In de Heathrowstraat Studios
zijn er nog geen telefoonlijnen aangesloten om dit mogelijk te maken.

BELUISTER hier de GEHELE UITZENDING TERUG

 

 

Een Zwijgend Verbond

De Briefwisseling – de LP van de Literatuur

ism: SLAA

door Vincent van Velsen

Schrijvers schrijven brieven aan elkaar. Een handeling die een logisch gevolg is van hun occupatie. Peter Sloterdijk gaf in zijn openingslezing al aan dat boeken dikke brieven aan vrienden zijn. Er zijn vele briefwisselingen tussen bekende schrijvers in boekvorm gepubliceerd, zodat men kan spreken van een literaire traditie. Dezer dagen schijnt die weer terug te keren, zoals de LP in de muziekwereld. Het handschrift, de intimiteit en de rust die de brief – in tegenstelling tot de e-mail – behelst, was uitgangspunt van de avond georganiseerd door de SLAA.

Na de introductie van het onderwerp door moderator Jeroen van Kan lazen Christine Otten en Asis Aynan elkaar hun brieven voor. Hun vriendschap is pril en de brieven vormen het begin van een diepere kennismaking die voortgaat op enkele eerdere ontmoetingen. De basis van hun verbinding werd door Christine Otten gelegd in hun overeenkomstige achtergrond: los van hun etnische verschillen hebben beiden een opwaartse sociale mobiliteit ondergaan. Otten voelt zich als een immigrant tussen de ‘Oud-Zuid schrijvers’, een gevoel dat ze denkt te delen met Asis Aynan. Ze schreef een boek over The Last Poets, het New Yorkse collectief van dichters met wortels in de Afro-Amerikaanse burgerrechten beweging uit de jaren ’60. Ook met hen deelde ze overeenkomstige levenservaringen, zoals bij de relatie met haar vader. Ook Aynan vertelde over de relatie met zijn vader en de ongeletterde, orale traditie waarin hij opgroeide. Otten hoorde dit voor het eerst, omdat Aynan’s antwoord op haar brief deze avond voor het eerst kenbaar werd gemaakt. Daarnaast ging Aynan in op de ‘strijd’ van de tweede generatie Marokkaanse immigranten die leven met de druk van het succesvol moeten zijn terwijl zij tussen twee werelden in leven, met een fluïde definitie van identiteit, voor een groot deel geprojecteerd door anderen als last op hun schouders. Aynan heeft de capaciteiten hier goed mee om te gaan en anderen hierover te informeren door middel van zijn boeken en docentschap. Niettemin ondervroeg hij of de gemene deler die basis van de nieuwe vriendschap zou moeten vormen – hun gelijke achtergrond en overeenkomstige levensloop – wel echt aanwezig was, en of deze daadwerkelijk genoeg overeenkomsten vertoonde. Deze vraag zal als basis dienen voor het antwoord van Christine Otten. Deze briefwisseling kan in een vriendschap resulteren, maar ook zeker op korte termijn aan zijn einde komen.

Een vriendschap die zich al in een stabiele fase bevindt is die tussen Rob Waumans en Ivo Victoria. De twee schrijvers werken al een tijd samen, maar spreken elkaar ook veelvuldig in de privésfeer. Hun gedeelde interesses en het feit dat ze zich grofweg in dezelfde fase van hun schrijverscarrière bevinden is hun binding. Literatuur, familie en voetbal – in deze volgorde – vormen de pijlers van hun vriendschap en van hun uitgeprinte – niet met de hand geschreven – brieven. Ook in hun gesprek kwam de relatie met hun ouders aan bod. Andere onderwerpen waren hun eigen ouderschap en het ouder worden. Saillant detail was de grote hoeveelheid overeenkomsten van hun onderwerpen en de zaken die hen bezig houden. De binding en vriendschap was alleen hieruit al duidelijk af te leiden. In het korte gesprek met Jeroen van Kan dat op hun voorleesbeurt volgde, waren zij het eigenlijk altijd wel met elkaar eens, behalve over voetbal: Ajax en PSV zijn nou eenmaal niet te verenigen.

De laatste spreker was alleen. Maar de schrijver, dichter en criticus Rob Schouten kan het goed zonder vrienden af. Hij begon met een anekdote over het interview dat Matthijs van Nieuwkerk met hem hield in de vroege jaren ’90. Schouten had toen net een aanstelling aan de VU, waar hij les gaf in literaire kritiek. De jonge Van Nieuwkerk eiste dat Schouten zich negatief positioneerde tegenover de vriendschappen tussen critici en schrijvers; dit zou volgens Van Nieuwkerk de kritiek niet ten goede komen. Des te interessanter dat met het oog op de dagelijkse publieke Tell-Sell voor zijn vrienden, Van Nieuwkerk ooit wel waarde hechtte aan objectieve, goede en autonome journalistiek. Schouten stelde tijdens de avond dat kennis van een persoon ook kan leiden tot een betere analyse van een werk en de betekenis die er in besloten ligt. De criticus hoeft niet in ballingschap te leven om goede kritieken te kunnen schrijven. Was er vroeger het café, nu is er Facebook. Hierdoor is het contact met iedereen uit de literaire scene dichterbij dan ooit. Met slechts een enkele muisklik zijn alle familiefoto’s en statusupdates te zien en weet je wat iemand beweegt. Dit heeft invloed op de kritische blik, hoewel Schouten niet helemaal kan duiden in welke mate precies. Zijn overdenkingen nam hij mee in de laatste discussie, waar alle voorgaande sprekers bij elkaar zaten om over het onderwerp na te spreken. Dit verwerd helaas in een gesprek over de omgang met Facebook, en ging verder niet serieus in op literaire vriendschappen en briefwisselingen.

De avond was aangenaam en gemoedelijk; zoals dat bij vrienden gaat. Hier en daar verviel het tot een intra-referentieel gesprek tussen vrienden, maar het was mooi te horen hoe er weer de tijd genomen wordt om een serieus geschreven gesprek aan te gaan en onderwerpen in diepte te beroeren die niet zo snel tijdens de koffie aan bod komen. Rust en diepgang belichaamt door een oud fenomeen dat aan een comeback bezig is: de briefwisseling.

28 mei 2013 – De Balie

Beste Vrienden Joost & Christiaan

Beste Vrienden

door: Joost Janmaat & Christiaan Fruneaux

14 mei 2013

Beste vrienden Joost Janmaat en Christiaan Fruneaux hebben het onderwerp vriendschap benaderd op de meest persoonlijke manier. Ze legden hun eigen vriendschap op de snijtafel, en vroegen zich publiekelijk af wat dat nu is, een Beste Vriendschap?

beste vrienden diner

Het onderzoek begon met het uitvergroten van de eigen vriendschap – de sociale dynamiek, de wederzijdse en veranderende verwachtingen, de genomen hobbels en de gedane overwinningen. Gedurende een retraite van 48 uur op de onderduikverdieping van Castrum Peregrini nodigden Joost en Christiaan een voormalige geliefde uit, de vader van Max, Joost en Christiaan’s gezamenlijke petekind, alsook een wederzijdse goede vriend. Allemaal mensen met een intieme kennis van hun vriendschap. Samen werd de eigen vriendschap onder het vergrootglas gelegd.

Naast de blik naar binnen werd ook de blik naar buiten gericht. Joost en Christiaan spraken tevens met een aantal deskundigen over de vriendschap. Ze spraken met de filosoof Ad Verbrugge, de jezuïet Paul Begheyn en de epidemioloog Martijn Huisman over de filosofische, mystieke en fysiologische en sociale dimensies van de vriendschap. Vanuit alle denkbare invalshoeken werden de geesten en gevoelens over de vriendschap gescherpt.

Op deze brede Vorsing der Vriendschap volgde het Symposium der Beste Vrienden. Joost en Christiaan wilden hun Beste Vriendschap spiegelen aan de Beste Vriendschap van anderen. Ze nodigden acht Beste Vriendenparen uit om samen met hen de Beste Vriendschap te vieren. Het werd een klassiek Griekse symposium – een drinkgelag, waarbij de aanwezigen een voor een proosten op, en spreken over, hun vriendschap, hun beste vriend en wat die voor hen betekend. Het werd een inzichtgevende maar vooral intieme, en hartverscheurende avond.

De volgende stap is om een formele akte op te stellen. Notaris Meijer zal ons terzijde gestaan in het opstellen van een vriendschapsakte, inclusief inventaris van de emotionele inboedel. Daarnaast zullen we onze vriendschap ritueel bekrachtigen door onze geloften af te leggen, met een besloten viering van die verborgen onderstroom in ons leven.

‘The Flat’ documentaire van Arnon Goldfinger

The Flat

een week lang documentaires tijdens de themaweek over vriendschap bij Holland Doc 24 / VPRO, van 27 april t/m 3 mei 2013.  Met o.a. de internationaal bekroonde film The Flat van regisseur Arnon Goldfinger.

Tijdens de besloten vertoning van The Flat bij Castrum Peregrini, sprak Dana Linssen een voordracht als inleiding op deze bijzondere film, nog niet eerder te zien geweest op de Nederlandse TV. Hieronder haar tekst. Dana Linssen is docent Filmgeschiedenis en analyse (ArtEZ Arnhem), hoofdredacteur van de Filmkrant en filmcriticus bij de NRC.

Arnon Goldfinger and his mother Hannah Goldfinger in The Flatdoor Dana Linssen

“Het is niet voor niets dat er zoveel slapstickfilms zijn gemaakt waarin een kast de hoofdrol speelt. Een kast is het tragikomische vehikel van onze dromen, onze herinneringen, en de eeuwigdurende strijd tussen de fysieke ruimte die die geestesvruchten innemen en de schier eindeloze en onstoffelijke wereld waarin ze voortbestaan.

De Israëlische film The Flat die u vanavond gaat zien had net zo goed de kast kunnen heten. De flat van de overleden grootmoeder van filmmaker Arnon Goldfinger is een soort inloopkast. Een museum. Een levende Wunderkammer. Haar hele verleden is erin verzameld, van boeken die niemand meer leest en handschoenen en hoedjes in alle maten, tot brieven van mensen waarvan haar kinderen en kleinkinderen het bestaan niet eens vermoedden. Het is een kast die de deuren opent naar de geheime tuin van het verleden.

Iedereen die weleens een kast heeft uitgeruimd weet: er past altijd genoeg in voor twee kasten. En zelfs in kasten kunnen dingen verdwijnen of een eigen leven gaan leiden. Een kast bevat misschien het tastbare bewijs dat de dingen die we erin verzameld hebben echt bestaan, maar is tegelijkertijd een uitstekende metafoor voor de grillige wegen van ons geheugen.

Op het moment dat Arnon Goldfinger en zijn familieleden die kast van hun grootmoeders, en daarmee hun eigen verleden beginnen uit te ruimen en te sorteren, al die artefacten op waarde proberen te schatten en de verdwenen verbindingsdraden tussen die tastbare herinneringen beginnen te spinnen, komen zij en wij met hen dan ook meer tegen dan ze ooit hadden kunnen vermoeden.

Elke familiegeschiedenis is gebouwd op geheimen en verzwegen vanzelfsprekendheden, op zaken waar men het niet over heeft omdat ze voorbij zijn, of schaamtevol, of simpelweg te vanzelfsprekend of onbegrijpelijk voor degenen die ze niet hebben meegemaakt. En dat nu is precies wat er uit die flat, die kast in het leven van grootmoeder Gerda Tuchler, tevoorschijn komt.

Ik moet er maar niet teveel over verklappen, want The Flat is een film die van de toeschouwer een medeschatgraver, en medeontdekkingsreiziger maakt in de tocht die Arnon Goldfinger onderneemt om een wonderlijke vriendschap te begrijpen: die tussen zijn grootouders en het Duitse echtpaar Von Mildenstein, een vriendschap die niet alleen bestond toen Goldfingers grootouders als overtuigde Zionisten in de jaren dertig van Duitsland naar Palestina waren getrokken, en daar door de Von Mildensteins werden bezocht, maar ook na de oorlog weer werd opgepakt, ‘alsof er niets gebeurd was’.

De grote vraag voor Goldfinger en zijn familie is hoe deze verboden vriendschap kon ontstaan en blijven bestaan. De grote vraag voor ons als toeschouwers is wat vriendschap is.

Afgelopen week ging in de Nederlandse bioscopen de film Hannah Arendt van Margarete von Trotta in première. Dit weekend herdenken we de Tweede Wereldoorlog. Von Trotta’s film, die zich met name concentreert op Arendts verslaggeving van het Eichmann-proces in 1961 en haar formulering van het begrip dat we sindsdien allemaal kennen als ‘de banaliteit van het kwaad’ en deze herdenkingsdagen, zijn twee sleutels om de deur naar The Flat te kunnen openen.

Maar we kunnen de film alleen echt begrijpen als we ook proberen onszelf tijdens het kijken te begrijpen. Dat is soms nog best een klus, want het betekent dat we door onszelf ook de ander moeten begrijpen.

Veel van de reacties van de personen in de film op die onwaarschijnlijke vriendschap tussen de Tuchlers en de Von Mildensteins zijn ook onze eigen reacties: van onbegrip tot ontkenning en veroordeling tot rationalisaties die ver aan het persoonlijke en het emotionele voorbij gaan. We worden er bijna een soort amateurpsychologen van. We worden gedwongen om onze eigen vriendschappen onder de loep te nemen. Hoe ontstaan ze? Uit toeval of uit affiniteit? Het ligt voor de hand om de vriendschap uit de film te proberen te verklaren op ideologische gronden, maar begeven we ons dan niet op glad ijs? En we kennen allemaal die verhalen over die vreemde relaties tussen beulen en hun slachtoffers, vriendschappen waarin gevoelens van schuld en schaamte voor een onbalans en een wurggreep zorgen. Maar is dat wat hier werkelijk aan de hand is?

Gedurende de film zal Arnon Goldfinger een aantal keer de in Duitsland levende dochter van de Von Mildensteins bezoeken. Op een gegeven moment heeft hij het ook over de ‘vriendschap’ die tussen hen aan het ontstaan is. Misschien betekent vriendschap wel gewoon dat je samen een aantal dingen doormaakt. Goldfinger en Edda von Mildenstein zijn door de documentaire queeste van de film beiden gedwongen in het verleden af te dalen. Ze hebben wel elk een ander vertrekpunt, en zien daarom wat ze tegenkomen ook elk vanuit een ander perspectief. Is dat genoeg voor vriendschap? En moet je je vrienden, zoals Goldfinger probeert, ook altijd de waarheid vertellen? Of kan vriendschap ook gebaseerd zijn op zwijgen? Zelfs als we dat zwijgen moreel gezien een leugen zouden vinden? Wanneer verandert respect voor de ander in lafheid? En kunnen we iets wat we eenmaal weten ooit ont-weten, wat iets anders is dan vergeten, want vergeten duurt lang en vergeven is moeilijk.

Het zijn vragen die ons als toeschouwers op onszelf terugwerpen. Lang nadat het appartement van oma Tuchler is leeggeruimd. Er zijn nieuwe herinneringen bijgekomen, het verleden is herschikt, opnieuw van labels voorzien, en de dingen waar niemand meer iets mee kan, zijn door een opkoper meegenomen. Hun afwezigheid schittert nog voor onze ogen in het late zonlicht dat door de ramen valt in de lege flat. Dat is wat film doet, en deze film bijzonder waardenvrij en knap, het onzichtbare zichtbaar maken door de toeschouwer uit te nodigen te kijken. Met zichtbare en onzichtbare ogen. Naar uiterlijke werelden, waarin verstrooide terloopsheden in het stof neerslaan, en naar innerlijke, waarin alleen een eerlijke blik dat stof in ons denken erover weg kan blazen. En dat is natuurlijk al  moeilijk genoeg.”

27 april 2013

 

de financiering van de uitzendrechten en Nederlandse ondertiteling is mede tot stand gekomen door bijdragen van KUNSTENISRAEL en Genootschap Nederland Duitsland.

Wie zijn wij – wetenschappelijke Proeverij

Wetenschappelijke Proeverij

7 mei 2013

door Vincent van Velsen

IMG_4161

7 Mei presenteerde kunsthistorisch tijdschrift Simulacrum haar nieuwste nummer genaamd Wie zijn Wij? Speciaal in het kader van My Friend My Enemy My Society gaat deze editie in op de positie van personen binnen een netwerk en binnen een vriendschap. In de kunstwereld, waarin je een instelling betaalt om vriend te mogen worden, lijkt vriendschap een zakelijke verhouding die strikt gebaseerd is op mutual benefits. Echter, tussen de kunstenaars is er veelvuldig sprake (geweest) van vriendschappen, die zich uitten in collectieven en invloedrijke stromingen . Tegelijk zijn er ook kunstwerken die vriendschap op velerlei manieren uitbeelden. Wie zijn Wij? gaat over de relatie met kunst, toeschouwer, liefhebber en maatschappij en over allerhande andere uitingen van vriendschap in de maatschappij.

IMG_4196

Het programma van de avond bestond uit drie lezingen die werden afgewisseld door een muzikaal intermezzo van Remco Jacobs. De veelbesproken en -bekeken serie Girls en de betekenis en uitbeelding van vriendschap tussen vrouwen in de populaire cultuur was onderwerp van de eerste lezing. De eerste vrouwenvriendschap in de literatuur is aanwezig in het boek The Group (1963) van Mary McCarthy. Tegenwoordig is het een geaccepteerd thema dat veelvuldig gebruikt wordt. Sex & the City is hoogstwaarschijnlijk de bekendste, het nu populaire Girls de laatste. De veelgemaakte vergelijking tussen de twee series was het uitgangspunt van Sietske Roorda. Beide series gaan over vier vriendinnen, maar de intensiteit van de vriendschap verschilt significant. Waar de vriendinnen in Sex & the City een gesloten bolwerk vormden en (bed)partners, ouders en andere vrienden nauwelijks toelieten, bestaat de vriendschap binnen Girls uit een lossere relatie. De afstand tussen de vriendinnen is groter, waardoor er ruimte wordt geboden aan andere individuen om een rol te spelen. De gehele kennissenkring krijgt meer toegang tot de individuele vriendinnen waardoor er de mogelijkheid ontstaat om alle personages uit te diepen, in plaats van een presentatie van een breed scala aan eendimensionale bijrollen. Ik ben zelf echter van mening dat alle karakters oppervlakkig zijn en te vluchtig geïntroduceerd en weer de serie uit geschreven worden. Dit geldt zowel voor de hoofd- als bijrollen: Girls is een aaneenschakeling van terloopse verhoudingen met een te korte concentratieboog om diepgang te bewerkstelligen – dit uit dan wel weer de hedendaagse omgangscultuur. Roorda komt tot de conclusie dat door dit terloopse aspect Girls realistischer is, maar Sex & the City blijft mooier: het ideaalbeeld van de eeuwige hartsvriendin.

Het geven van cadeaus valt ook onder vriendschappelijke uitingen. De tweede lezing ging over de geschenkpolitiek van Karel de Grote richting Paus Leo II. De symbolische betekenis van de objecten en de verhouding tot de manier waarop deze worden gepresenteerd aan diens ontvanger is onderwerp van het onderzoek van Diet Schlooz. Om de betekenis te achterhalen werd een vergelijking gemaakt tussen de manier waarop Karel geschenken aan een andere koning, Offa van Mercia, aanbiedt en hoe hij dit vervolgens aan de pas gekozen Paus Leo II – opvolger van Hadrianus – doet. Het essentiële verschil blijkt in de toon van de brief te liggen en het al dan niet expliciet noemen van de inhoud. Er wordt een onderdanige toon gebruikt als het niet nodig is om iemand op z’n plaats te zetten, omdat hij deze toch al kent. Daarbij wordt de superioriteit van Karel nog eens benadrukt door de geschonken materie zelf. Als het nodig is, in het geval van Leo II, dan wordt er expliciet duidelijk gemaakt wat het geschenk inhoudt en waarom het wordt geschonken. De geschenken en de bijgaande brief vertegenwoordigen Karel‘s macht en dienen als terechtwijzing voor de Paus. Een goede lezing over de verborgen betekenis van geschenken en de amicaliteit die zij uitbeelden.

Misschien wel de meest losse verhouding tot vriendschap zat in de laatste lezing, die daarom niet minder interessant was. Deze ging over de ‘vriendschap tussen natuurlijke vrouwelijk schoonheid en de extravagante couturestijl’. Onder de titel ‘Geen monster maar muze’ vertelde Shirley van de Polder over de visie en omgang van Maison Martin Margiela op/met deze relatie (in haar geschreven artikel doet zij dit met betrekking tot wijlen Alexander McQueen). Margiela stelt de onvriendelijke omgang met het vrouwenlichaam binnen de couture aan de kaak, bijvoorbeeld door middel van het spelen met proportie, het uitvergroten van details of hele kledingstukken en het gebruik van symbolische materialen. Daarnaast is zijn omgang met het ontwerperschap en de bijbehorende sterrenstatus een onderdeel van zijn aanvechten van de status quo: Margiela is anoniem. Het ontwerpteam bestaat uit gezichtsloze individuen en buiten het modehuis kan alleen gespeculeerd worden wie Martijn Margiela eigenlijk is. Ook de relatie drager/object kwam uitgebreid aan bod: Margiela speelt met de onnatuurlijke vormen van de paspop die normaliter een-op-een worden vertaald naar het levende lichaam van het model. De spreker was duidelijk gefascineerd door het onderwerp en wist dit over te brengen op het publiek.

Waar ik mij normaliter niet bezig houdt met een analyse van Girls, Karel de Grote of problematiek binnen de couture, was de serie lezingen in staat mij de gehele avond te boeien. De avond had een losse samenhang met vriendschap en verhoudingen als gemene deler. De losse samenhang wordt ook uitgebeeld door de nieuwe vorm van het magazine: een bundel blaadjes bij elkaar gehouden door een elastiek. Simulacrum, voor en door UvA studenten, onder leiding van scheidend eindredacteur Josephine Meijer, was precies wat de titel van de avond indiceerde: een wetenschappelijke proeverij.

IMG_4192 IMG_4194 IMG_4189 IMG_4193 IMG_4183

Mazen Khaled in gesprek

Grensoverschrijdend

14 juni 2013

i.s.m. Prince Claus Fund

door Vincent van Velsen
Op de laatste avond van zijn recidence op uitnodiging van het Prins Claus Fonds toonde Libanese en filmmaker Mazen Khaled verschillende video’s aan een select publiek. Tussen de films door vertelde hij over zijn inspiratiebronnen en drijfveren. In zijn oeuvre spelen thema’s zoals vervreemding, verbondenheid, lichamelijkheid, homoseksualiteit en toebehoren een belangrijke rol.
IMG_4401De eerst getoonde film, Jump, heeft Mazen Khaled bewerkt en geëdit tijdens zijn verblijf bij Castrum Peregrini, hoewel deze werd gepresenteerd als work in progress. Tijdens de film kijken we vanuit het standpunt van de filmer zelf, die jonge mannen gade slaat die van een vrij hoge balustrade van de kustpromenade in Beiroet in zee springen. Deze kust is bezaaid met rotsen en stenen waardoor in zee duiken een balans vereist tussen het vinden van de juiste plek om in het water te springen, op straffe van verwondingen, en tegelijkertijd toch te pronken met hun lijf en vaardigheden. De mannen nemen verschillende poses aan en gebruiken allerhande technieken tijdens het duiken. Natuurlijk worden theatrale bewegingen gestimuleerd door de aanwezigheid van de filmer, het is duidelijke dat de duikers zich hiervan bewust zijn. Naast het duiken vanaf de boulevard, springen de duikers ook van lager gelegen plaatsen. Het is hier dat zij in een soort king of the hill activiteit geraken op een van de betonnen blokken die half in het water is gelegen . De fysieke interacties tussen de louter mannelijke duikers kunnen door buitenstaanders als seksueel gerelateerd geïnterpreteerd worden, waardoor ze een ietwat dubieuze sfeer over zich afroepen. Mazen Khaled gaf aan dat deze ambivalentie een van de aspecten was die zijn interesse in deze groep wekte. Verder merkte hij op dat de individuen die we zien onderdeel zijn van een specifieke subcultuur van Beiroet, die zich letterlijk buiten de samenleving begeeft, gesymboliseerd door het domein achter de balustrade van de boulevard. Daar buiten hebben ze hun eigen regels en specifieke vormen van (fysieke) communicatie.

De film behandelt grenzen en scheidingen door middel van een subcultuur, wat op zich weer een relatie heeft met de thema’s verbondenheid en sociale identiteit. Tijdens het gesprek werd aan de frequente reiziger Mazen Khaled gevraagd waarom hij, juist omdat zijn oriëntatie zo mondiaal ligt, zich toch specifiek op de situatie in Libanon richt. In zijn antwoord gaf Khaled aan dat het precies deze globale oriëntatie was die hem anders en specifieker naar zijn thuisland doet kijken. Richting het einde van de film betreedt de filmer de sfeer van de subcultuur, waar hij zich bij de duikers voegt en meegaat in hun activiteiten. De toeschouwer ervaart deze transformatie mede, vanwege het persoonlijke gezichtspunt van de camera. Het water krijgt hier een metaforische betekenis. Zoals water van veraf hard en ondoordringbaar lijkt, blijkt dit initiële idee niet op te gaan als de sprong wordt gemaakt: water is makkelijk te betreden mits men de sprong durft te nemen. Ditzelfde gaat op voor de groep duikers. De afgezonderde groep mannen lijkt in eerste instantie eveneens onbereikbaar en een afgesloten geheel, maar blijkt bij het betreden van hun territorium open en benaderbaar voor vreemden; hun grenzen blijken alleen geografisch te zijn, in plaats van concreet. Het is gemakkelijk te mengen en mee te doen in de groep, wanneer men hun regels aanvaardt en mee gaat in de specifieke manier van communicatie en (fysieke) interactie.

PCF_logo_txt_NL_zwart

Straatdiner Vrijheid & Vriendschap

Vrijheidsdiner 5 mei 2013

Vriendschap gaat door de maag

door Vincent van Velsen 

foto’s: Simon Bosch

IMG_3869NEWIMG_4153NEW

 

 

 

 

 

 

 

Samen eten is belangrijk binnen vele vriendschappen, het moment van rust waneer er de tijd is om van alles te bespreken. Het Amsterdamse 4 en 5 mei comité heeft besloten om elk jaar mensen samen te brengen aan een eettafel, zodat de inwoners van de stad met elkaar in contact komen, hun persoonlijke geschiedenis delen en het samenzijn in vrijheid vieren. Gemodereerd door Gable Roelofsen (Het Geluid Maastricht) en met op de achtergrond feestende Ajax supporters en de helikopters die hen in de gaten hielden, begon het vrijheidsdiner in de Beulingstraat met een muzikaal element: Bauwien van der Meer begeleid door Ed Spanjaard. Tijdens de rest van de avond keerden zij nog een aantal maal terug op het podium om vriendschap en liefde te bezingen – de merel (Fred) op het dak van Castrum Peregrini vergezelde hen hierin. Bauwien van der Meer en Ed Spanjaard wisselden het podium af met de Veenfabriek, die delen van een briefwisseling tussen Theo van Doesburg, Kurt Schwitters en Evert Rinsema hadden getoonzet en voordroegen. De laatste is een schoenmaker uit Drachten, die samen met zijn broer Thijs een goede relatie onderhield met Dada en De Stijl kunstenaars. De brieven bevatten kunstgerelateerde overdenkingen die je met vrienden deelt.

IMG_3862NEW IMG_3940NEW

Voorafgaande aan de verschillende gangen was er steeds een toast. Na het welkomstwoord van Michael Defuster werden deze uitgesproken door Rosemarie Buikema, universitair hoofddocent Gender Studies aan de Universiteit Utrecht, de kunstenaar en schrijfster Charlotte Mutsaers en Sijbolt Noorda, de voorzitter van het Amsterdams 4 en 5mei comité  . De sprekers deelden hun kijk op het belang van vrijheid en vriendschap. Ook de bezoekers konden hun ideeën over deze thema’s kwijt: het tafelkleed diende als canvas voor deze gedachten. Kunstenaar Anne Verhoijsen vroeg de aanwezigen hun opvattingen over deze thema’s op het kleed te schrijven. Deze zal zij gebruiken en bewerken om tot een kunstwerk te komen dat aan het einde van dit jaar zal worden geveild bij Castrum Peregrini.

IMG_4003NEW IMG_3941NEW

Rosemarie Buikema, sprak over het laten voortleven van vrienden, Sijbolt Noorda over het uitwisselen van levensverhalen. Charlotte Mutsaers sprak over vrijheid, vertrouwen en vanzelfsprekendheid, het uitleggen doet te kort aan het concept en soms – zoals in het geval van Suske & Wiske, Kuifje & Bobby en Tom Poes & Olivier B. Bommel – doet het ook tekort aan de onuitgesproken inhoud. Daarnaast vertelde zij over een afbeelding aan haar muur. Hierop is de vriendschap tussen een mossel en een friet te zien; zoals zij beiden worden opgegeten, zijn wij allen verenigd in onze sterfelijkheid, maar op weg naar het einde is het fijn om in gezelschap van vrienden te verkeren.

IMG_4110NEW IMG_4061NEW

Vriendschap ging ook deze avond weer door de maag. Tijdens de manifestatie kwam al vaak naar voren dat samen eten en drinken een belangrijke rol speelt in de beleving en het opbouwen van vriendschap. De avond ging dan ook tot ver na het dessert door.

IMG_3990NEW IMG_4004NEW IMG_4030NEW IMG_4043NEW IMG_4045NEW IMG_4097NEW IMG_4087NEW IMG_4182NEW

Vriendschap in gebieden van conflict

Debat 11 juni 2013

Shared Humanity/Gedeelde Menselijkheid

i.s.m. Prince Claus Fund

PCF_logo_txt_NL_zwart

door Vincent van Velsen

Onder de titel Friendship in Areas of Conflict lieten drie deskundigen hun licht schijnen op de omgang met, en de betekenis van vriendschap in gebieden van conflict. De behandelde gebieden waren Kameroen, de Filipijnen en de wereld van de diplomatieke bemiddeling, die respectievelijk door George Ngwane, Liza Largoza Maza  en Fleur van Ravensbergen werden besproken – onder moderatorschap van Andrew Makkinga die door zijn achtergrond een persoonlijke band had met het onderwerp.

Who wants to live in a society where you cannot have a good friend?

George Ngwane bemiddelde onder andere op het Bakassi schiereiland dat tussen Nigeria en Kameroen ligt. De grondslag van het conflict zelf liet hij onbelicht, maar hij ging in op zijn handelswijze als het gaat om conflict solving. Als gevolg van jarenlange repressie trekken personen zich terug met het gevolg dat ze nauwelijks spreken en het voor hen onmogelijk wordt om nog iemand te vertrouwen. Bij het oplossen van conflicten is praten essentieel, met name het delen van standpunten, maar ook van ideeën en achtergronden. Het oplossen kan alleen indien alle partijen er op vertrouwen dat een ieder zich aan het overeengekomene houdt. Tijdens zijn lezing haalde Ngwane Nelson Mandela meermaals aan, omdat hij, los van alle problemen, open stond voor een gesprek met iedereen. Niet op basis van de geschiedenis, of etnische achtergrond, maar gericht op de toekomst waarin samengeleefd moet worden met het aspect dat iedereen altijd bindt: menselijkheid. Ook is het belangrijk dat de oplossing voortkomt uit de eigen gebruiken en er geen standaard mechanismes van buiten worden geprojecteerd op het conflict.

Op het Bakassi schiereiland werden ook de lokale gebruiken aangesproken. Het gesprek onder de boom, waar mensen samenkomen om te praten en niet weg gaan voordat er een oplossing is gevonden, is een voorbeeld vanhet toepassen van lokale gebruiken om een samenleving bij elkaar te houden en de gemene deler in stand te houden. Een ander voorbeeld uit dat gebied was het bestaan van een gedeelde spaarpot voor moeilijke tijden, die ervoor zorgt dat iedereen te eten heeft. Bij conflicten is het essentieel dat er wordt gericht op wat mensen gemeen hebben en niet op de verschillen. Er bestaat geen conflictbestendige (conflict proof) samenleving en soms zijn conflicten niet negatief, het is een noodzakelijk kwaad om herinnerd te worden aan de waarde van het samenzijn. Doch blijft het motto gelden: Master the conflict, don’t let the conflict master you.

Pakikipagkaibigan

De tweede spreker, Lisa Maza, had een geheel ander uitgangspunt, maar deelde de focus op het belang van taal. Zij gaf een analyse van de Filipijnse taal waarin het concept vriendschap op zo een manier zit ingebed dat solidair samenleven mogelijk wordt gemaakt. Hoewel de hoge frequentie van ingewikkelde woorden de luisteraars soms wat buitensloot, legde Maza duidelijk uit dat voor Filipijnen solidariteit en menselijkheid van groot belang is. De sequentiële koloniseringen hadden eigenlijk negatieve gevolgen voor het Filipijnse wereldbeeld moeten hebben, maar het volk heeft vastgehouden aan hun (taalkundige) traditie met aandacht voor menselijkheid. Daarbij gaf zij aan dat er geen liefdadigheid nodig is, maar solidariteit,een wezenlijk verschil in de omgang met de mens: als gelijke, niet als ondergeschikt project. Geen goedbedoelde integratie van externe waarden, maar gelijkwaardigheid van culturen waarin de gemeenschap boven individuele belangen staat en vriendschap verankerd is in taal.

Politieke Vrienden

Fleur van Ravensbergen bemiddelt in conflicten, van gewapende rebellen in Kongo via Irakese disputen naar het ontwapenen van splintergroeperingen van de IRA in Ierland. Het grote deel van de gevallen waarin Fleur Ravensbergen bemiddelt halen het nieuws niet, maar ze zijn wel degelijk schrijnend en van grote invloed op de lokale samenlevingen. Van Ravensbergen begon haar lezing met een historisch-filosofisch kader waarin zij onder andere Cicero aanhaalde: vriendschap is het beste willen voor een ander (good virtue).In haar werk is vriendschap echter een problematisch aspect. Het is belangrijk om vertrouwen op te bouwen en kennis op te doen, maar vriendschap is eigenlijk een stap te ver, doordat dit kan leiden tot partijdigheid of het vertrouwen van een andere partij kan schaden. In het aansluitende gesprek met het publiek werd geopperd dat een verandering van machtsverhoudingen ook de betekenis van vriendschap kan veranderen, waardoor de vraag rijst ofechte vriendschapin het politieke domein wel mogelijk is? Rebellen worden soms politici. Politiek is slechts een andere manier van vechten voor je principes of overtuiging. Ngwane vroeg aan Ravensbergen om het politieke aspect mee te nemen. Regeringen en wetgevers kunnen de context scheppen waarin repressief geweld kan aarden en soms als geoorloofd wordt geacht – het is niet altijd de uiting in materieel of lichamelijk geweld dat de essentie van een probleem is Extreme situaties leggen de essentie van de mens en maatschappij bloot.

Debate on Friendship in Areas of Conflict

George E. Ngwane is schrijver, dichter, vredesactivist, onderwijskundige, politiek analist, Pan Africanist en oprichter/directeur van AFRICAphonie. Ngwane vertelde over het Peace Project, een cultureel project dat door middel van dans, muziek en sport inwoners van drie dorpen op het Bakassi schiereiland bij elkaar bracht, een latent conflictueus gebied op de grens tussen Kameroen en Nigeria,.

Liza Largoza Maza is een feministische activiste en voormalig lid van het Filippijnse Congres (2001-2010). Ze is voorzitter emeritus van GABRIELA Women’s Alliance en speelde een cruciale rol in diens Purple Rose Campaign, waarin werd opgeroepen tot een einde aan de handel in vrouwen. Ze werd onlangs verkozen tot voorzitter van de International Women’s Alliance en is voorzitter van het bestuur van de We Govern Institute. Ze heeft ook bijgedragen aan What’s Cooking in the PHilippines, een publicatie over sociale kwesties in de vorm van een kookboek – dat werd ondersteund door het Prins Claus Fonds.

Fleur Ravensbergen bemiddelt bij operaties van de Dialoog Advisory Group (DAG). De Dialoog Advisory Group (DAG) helpt overheden, inter-overheden en NGO’s om politieke dialogen aan te gaan op nationaal en internationaal niveau met als doel het verminderen van gewelddadige conflicten en het vormen van stabiele samenlevingen.

Farewell Gisèle

1 June 2013

On 27 May 2013 Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht, founder and patronate of Castrum Peregrini, died peacefully in her studio age 100. On 1 June 2013 we burried Gisèle at the Stompe Toren in Spaarnwoude in-between her husband and friends from Castrum Peregrini. We would like to share with you some photos taken by Simon Bosch and some of what was said during the private ceremony. We provide you with translations where possible. So please keep scrolling down.

We want to thank all of you who have made the farewell so memorable and we want to especially thank all of those, who have sent warm words of support and appreciation.

Frans, Michael, Lars

 

 

 

 

The first speech was by Michael Defuster, director of Castrum Peregrini. We provide you here also with an English and a German language version
.

Beste vrienden en familie van Gisèle,

Hier zijn we dan verenigd in dit veel te kleine kerkje, om de laatste eer te betuigen aan deze bijzondere vrouw, met wiens levendigheid en enthousiasme zoveel mensen zich tot op het laatst van haar lange leven konden vereenzelvigen, zodat het bijna vanzelfsprekend leek dat ze altijd deel zou blijven uitmaken van het onze. Een idee van haar onsterfelijkheid deed zich op die manier al aan ons allemaal voor toen ze nog onder ons was.

Hoewel Frans, Lars en ik de laatste vier jaren dag in dag uit met Gisèle het huis aan de Herengracht deelden en elke dag weer een beetje meer voorbereid werden op het einde dat onvermijdelijk zichtbaar werd, hoewel de laatste maanden de noodzakelijke woorden vervaagden die de praktijk van onze decennialange relatie in stand hielden en hoewel Gisèle zich gaandeweg terugtrok in haar eigen schelp van existentie, greep de definitiefheid en onomkeerbaarheid van haar dood ook ons toch nog bij de keel. Nu moeten allen die Gisèle liefhadden of vereerden het zonder haar doen. Er is niets in het leven, buiten het leven zelf dan, dat werkelijker is dan de dood.

Gisèle laat gelukkig geen ontredderde wezen achter, want haar vriendschapsbanden waren gefundeerd  op positieve krachten zoals vrijheid, sterkte, vreugde, delen, respect, avontuur…. Ze maakte er geen geheim van dat ze een speciale band met mannen had, zoals haar drie oudere broers altijd haar beste speelmakkers waren in haar kindertijd. Met vrouwen deelde ze warmte, intensiteit, trouw en vooral creëren.

De tijd waarin ze opgroeide zag de rol van de vrouw allerminst als zelfstandig. Daarom hield ze zich, sterk persoon die ze was, verre van relaties die uit vastgelegde afhankelijkheden bestonden. Die verstikten haar vrijheids-gevoel en haar eindeloze creativiteit, haar kunstenaarschap.

Die twee elementen, vriendschap en kunst, maken de essentie uit van Gisèle’s leven. Met deze beiden heeft ze haar leven gestalte gegeven en kon ze haar vrijheid waarborgen om uit te groeien tot de volledige mens die ze was: sterk en kwetsbaar, ernstig en vrolijk, vrij en verantwoordelijk, vederlicht en trouw, begrensd en open, toegankelijk en gesloten … alles tegelijk en toch weer apart.

Gisèle spreekt tot de verbeelding zoals een figuur uit een mooi sprookje dat doet. Waar ze ook kwam maakte haar uitstraling indruk, op jong en oud, geleerde en handwerker, man of vrouw. Ze wekte meteen de belangstelling van de aanwezigen. Daar zijn talloze anekdotes over te vertellen. Iedereen die haar heeft meegemaakt kent er wel een paar. Ik hoop er vandaag meerdere te horen.

De raadselachtigheid van die speciale aantrekkingskracht vonden we het beste verwoord in enkele versregels van de Oud Griekse dichter Pindaros, die we hebben gebruikt op de rouwkaart:

Creatures for a day! What is a man?

What is he not? A dream of a shadow

Is our mortal being. But when there comes to men

A gleam of splendour given of heaven,

Then rests on them a light of glory

And blessed are their days.


Van recentere datum is de publieke belangstelling voor haar levenswandel en de expliciete  boodschap die in haar persoonlijkheid besloten ligt. De schier eindeloze reacties op haar dood en de vele betuigingen van medeleven van mensen die haar nog nooit ontmoet hebben, maar die geraakt en geïnspireerd zijn via de vele publicaties en reportages van de laatste jaren in de media,  maken duidelijk dat Gisèle’s charisma, haar waarden, principes en daden een groot publiek aanspreken. Haar persoon vormt een projectievlak voor het goede en waardevolle in dit leven, dat het persoonlijke overstijgt. Gisèle was voorbeeldig in alles wat ze deed tijdens haar leven. Een voorbeeld zal ze blijven nu haar levenswandel tot een einde is gekomen.

Castrum Peregrini aan de Herengracht in Amsterdam is haar thuis geweest. Wij, de jongere generatie, zullen zorgen dat het dit blijft.

 

Dear friends and family of Gisèle,

Here we are, united in this too small little church to give last honors to a very special woman, with whose vitality and enthusiasm many could identify up to the last moment of her long life, so that it seemed almost self-evident that she would always be part of ours. That is why we already had an idea of her immortality when she was still amongst us.

Despite that Frans, Lars and I shared virtually every day of the last four years with Gisèle in her house at the Herengracht and each day we got prepared a little bit more for the unavoidable end that came in sight,

despite her language fading away in the last month and the lacking words that formed the basis of our relationship,

And despite that Gisèle withdraw more and more into the shell of her own existence,

Despite all that even we were hit by the finality and inevitability of her death that touched us deeply. Now, all of us that loved or admired Gisèle must live on without her. There is nothing in life, besides life itself, that is more real than death.

Luckily Gisèle does not leave us behind disoriented. Her friendships were grounded in freedom, strength, joy, sharing, respect, adventure.

She didn´t keep it a secret that she had a special bond with men, such as her three older brothers that were the dearest playmates of her childhood. With women she shared warmth, intensity, fidelity and especially creativity.

In the time that she grew up in, society didn´t give women an independent role naturally. That is why –with her strong personality- she kept a distance to relationships that consisted of determined interdependencies. They suffocated her desire of freedom and her endless creativity, her artistry.

Those two elements, friendship and art, form the essence of Gisèles life. With those two she configured her life and ensured her freedom to develop into the woman that she was: strong and vulnerable, serious and joyful, free and responsible, light as a feather and loyal, defined and open, accessible and contained… all at the same time and also all in their own respect.

Gisèle triggers our fantasy as a figure from a beautiful fairytale. Wherever she came her charisma made an impression, on young and old, on scholars and craftsmen, men and women. She immediately sparked the interest of those present. There are countless anecdotes of this phenomenon, everyone who knew her will be able to tell a few of them. I hope to hear some today.

We found the mystery of her attraction best expressed in a few lines of the ancient Greek poet Pindaros, which we used for the card announcing Gisèles death:

Creatures for a day! What is a man?

What is he not? A dream of a shadow

Is our mortal being. But when there comes to men

A gleam of splendour given of heaven,

Then rests on them a light of glory

And blessed are their days.

Of more recent date is the broad public interest for her life and the explicit message which her personality embodies. The nearly endless reactions on her passing away and the countless expressions of condolences of people that have never met her, but who are touched and inspired by the many publications and documentations in the media of the last years make it clear that Gisèle’s charisma, her values, principles and deeds appeal to a broader public. Her person and her image form a projection screen for the good and the precious in this life, which exceeds the purely personal. Gisèle was an example for all that she did in life. She will stay an example now that her life has come to an end.

Castrum Peregrini at the Herengracht in Amsterdam was her home. We, the younger generation, will make sure that it remains her home.

 

Liebe Freunde und Familie von Gisèle,

hier sind wir nun in dieser viel zu kleinen Kirche zusammengekommen, um einer ganz besonderen Frau die letzte Ehre zu erweisen, einer Frau von deren Lebendigkeit und Enthusiasmus sich bis in die letzten Tage ihres langen Lebens so viele Menschen anstecken und bezaubern ließen. Da ist es eine Selbstverständlichkeit, dass sie allzeit ein Teil unseres Lebens bleiben wird. Eine Vorstellung von ihrer Unsterblichkeit gewannen wir schon in jenen Tagen, als sie noch unter uns war.

Obwohl Frans, Lars und ich während der letzten 4 Jahre tagein tagaus das Haus an der Herengracht mit ihr teilten und täglich etwas mehr auf das unvermeidliche Lebensende vorbereitet wurden,

obwohl  in den letzen Monaten die für unser jahrzehntelanges Zusammenleben notwendigen Wörter weniger wurden, Zeichen Wörter zu ersetzen begannen,

Obwohl  Gisèle sich zunehmend in die Schalen ihrer eigenen Existenz zurückzog

packte auch uns die Endgültigkeit und Unumkehrbarkeit ihres Todes bei der Kehle. Nun müssen alle, die sie liebten und verehrten, ohne sie auskommen. Nichts im Leben, außer dem Leben selbst, ist wirklicher als der Tod.

Gisèle lässt uns glücklicherweise nicht orientierungslos zurück. Fundament ihrer Freundschaftsbeziehungen waren positive Kräfte wie Freiheit, Stärke, Freude, Freigiebigkeit, Respekt und Abenteuerlust. Ein besonderes Verhältnis hatte sie zu Männern, woraus sie kein Geheimnis machte, waren doch schon ihre drei älteren Brüder in der Kindheit ihre besten Spielkamerden gewesen. Bei Frauen suchte und fand sie Wärme, Intensität, Treue und vor allem Kreativität. Die Zeit, in der sie aufwuchs, kannte keine Selbständigkeit der Frau. Deswegen hielt sie sich, starke Frau die sie war, von Beziehungen fern, die aus festen Abhängigkeiten bestanden. Sie erstickten ihr Freiheitsgefühl, ihre grenzenlose Kreativität und ihr Künstlertum. Zwei Elemente, Freundschaft und Kunst, waren die Essenz von Gisèles Leben. Sie gaben ihrem Leben Gestalt, sie gewährten ihr die Freiheit, jener vollständige Mensch zu werden, der sie war: stark und verletzlich, ernst und fröhlich, frei und verantwortlich, leicht wie eine Feder und treu, begrenzt und offen, zugänglich und verschlossen… alles war sie zugleich und doch wieder getrennt.

Der Phantasie erscheint Gisèle wie eine Märchenfigur. Wohin auch immer sie kam, ihre Ausstrahlung beeindruckte Jung und Alt, Gelehrte und Handwerker, Männer und Frauen; sie weckte das Interesse aller Anwesenden.  Da wären viele Geschichten zu erzählen, und ich hoffe, am heutigen Tag auch noch einige zu hören. Die Rätselhaftigkeit ihrer Anziehungskraft fanden wir am besten in einigen Versen des griechischen Dichters Pindar ausgedrückt, die wir auf die Todesanzeige gesetzt haben.

Creatures for a day! What is a man?

What is he not? A dream of a shadow

Is our mortal being. But when there comes to men

A gleam of splendour given of heaven,

Then rests on them a light of glory

And blessed are their days.

Neueren Datums ist die öffentliche Wahrnehmung ihres Lebens und die explizite Botschaft, die von ihrer Person ausgeht. Die zahllosen Reaktionen auf ihren Tod und die vielen Bezeugungen von Anteilnahme seitens all jener, die ihr nie persönlich begegnet sind, aber bewegt und inspiriert sind durch die vielen Publikationen und Reportagen in den Medien während der letzten Jahre, machen deutlich, dass Gisèles Werte, Prinzipien und Taten, ihr Charisma, eine großes Publikum ansprechen.

Ihre Person taugt als Projektionsfläche für alles Gute und Wertvolle im Leben, welches das Reinpersönliche  übersteigt. Gisèle war vorbildlich in allem, was sie während ihres langen Lebens tat; ein Vorbild soll sie bleiben, nun, da ihr Erdenleben ein Ende gefunden hat. Castrum Peregrini an der Herengracht in Amsterdam war ihr Zuhause. Wir, die jüngere Generation, werden dafür Sorge tragen, dass es dies bleibt.

 


Erik Somers
spoke on behalf of the board of Castrum Peregrini.  We provide you here also with an English language version.

Gisèle

Vanuit mijn werkkamer bij het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie aan de Herengracht kijk ik jarenlang, dagelijks uit op het ‘huis aan de overkant’: het woonhuis van Gisèle, het huis van Castrum Peregrini. Vanuit mijn hooggelegen kamer heb ik goed zicht op het verscholen atelier van Gisèle met de hoge ramen die zo’n prachtig licht naar binnen door laten. De plek waar zij zich zo lang veilig voelde en in haar creaties werkelijkheid en mysterie bijeen wist te brengen. In dezelfde blik gevangen zie ik het pand ernaast. Onder de dakrand verscholen, de etage waar tijdens de oorlog jonge onderduikers, verscholen in een veilige burcht, de oorlog hebben overleefd.

Ik kende Gisèle niet, maar wist van haar bijzondere leven en van haar oorlogsverhaal. Gedreven door bewondering, en ik geef toe, ook door nieuwsgierigheid trok ik zo’n tien jaar geleden de stoute schoenen aan en toog naar ‘de overkant’ om met Gisèle kennis te maken. Velen hier aanwezig zullen mijn ervaring van toen herkennen:  Wie Gisèle ontmoet wordt gegrepen door haar innemendheid, haar hartelijkheid, haar optimisme, haar levenswijsheid en haar bevlogenheid voor de wonderen van de natuur, die vaak verscholen zitten in het kleinste detail. Ik voel me bevoorrecht dat ik in de ontmoetingen met haar nadien, telkens weer van deze bijzondere eigenschappen heb mogen ervaren.

Mijn drijfveer om Gisèle destijds te ontmoeten betrof vooral ook mijn fascinatie voor de geschiedenis van de onderduik op die bovenetage tijdens de bezetting. Onder de goede zorg van Gisèle en anderen, wist een groep Duits-Joodse en Nederlandse onderduikers uit de vriendenkring van dichter Wolfgang Frommel, de oorlog ongeschonden door te komen. Niet alleen fysiek, maar vooral ook mentaal. Frommel en Gisèle creëerden een uitzonderlijke omgeving waarin de artistieke ontwikkeling voorop stond. Het was een kunst- en poëzie-lievend gezelschap, die de tijd vooral doorbrachten  met elkaar voorlezen van eigen en vertaalde gedichten en met het maken van tekeningen en schilderijen. Voor deze groep jonge onderduikers was de  gemaakte sfeer van vriendschap, kunst en dichtkunst letterlijk van levensbelang.

Ik was in de ban geraakt van Gisèle en dit uitzonderlijke onderduikverhaal. Door Gisèle leerde ik ook Michael kennen. Hij speelde al enige tijd met de gedachte om aan de betrekkelijk onbekende geschiedenis van de onderduik – en waaruit Castrum Peregrini is ontstaan – meer inhoud te geven. Gezamenlijk realiseerden we het plan in het pand van het NIOD een tentoonstelling te wijden aan het werk en leven van Gisèle tijdens de onderduik, maar ook aan de artistieke creaties van de hechte onderduikgemeenschap van vrienden. Gisèle leek aanvankelijk aarzelend tegenover het plan te staan; het moest vooral geen hommage aan haar worden.

De expositie kwam er. Vanuit mijn persoonlijk perspectief gezien heette de tentoonstelling ‘Het Huis aan de overkant’. Eind april 2007, de dag dat Gisèle de tentoonstelling kwam voor-bezichtigen, staat in mijn geheugen gegrift. Ik had haar inmiddels beter leren kennen, en kende ook haar reputatie dat zij meedogenloos kon zijn als iets haar echt niet beviel. Vanuit mijn raam zag ik aan de overkant de tengere gestalte van Gisèle over de trap haar pand uitkomen, in gezelschap van Michael en Lars.  Aangekomen aan de andere zijde van de gracht, bekeek ze zwijgend de tentoonstelling. Een ongemakkelijke stilte. Maar ineens, sloeg ze haar handen dichtgevouwen voor haar mond, en zei geroerd: ‘prachtig’. Het voelde voor Michael en mij alsof we geslaagd waren voor ons eerste schoolexamen.

Niet eerder trok een tentoonstelling in het NIOD zoveel bezoekers. Samen met Michael, stelden wij de bundel ‘Gisèle en haar onderduikers’ samen, en de auteurs van de bundel verzorgden een lezingen-cyclus over de thematiek. Het belang van de aandacht voor het bijzondere verhaal van de onderduik was, dat er opnieuw gekeken werd naar het fundament waarop het na-oorlogse Castrum Peregrini is opgebouwd. Het wierp ook een nieuw licht op haar tijdens de bezetting gevormde levensopvatting, en op de betekenis van haar inspirerende en toegewijde rol na de oorlog bij de vorming en het mogelijk maken van Castrum Peregrini, zoals het vandaag de dag bestaat.

De afgelopen jaar heeft het Castrum Peregrini, waarvan Gisèle beschermvrouw is, een grote verandering door gemaakt. Er is teruggekeerd naar de elementaire waardes uit de onderduik: vriendschap en de liefde voor kunst en cultuur. Zij dienen als  uitgangspunten voor een creatieve, begripvolle en mondige samenleving. Was de onderduikburcht eens een verborgen, heimelijke plek voor artistieke uitdaging en vertrouwen; het huidige Castrum Peregrini is, weliswaar in de geest van toen, een open en transparante plek; een podium voor eigentijdse, vernieuwende  en uitdagende culturele activiteiten en debat. Zelfs de onderduiketage, die vrijwel nog geheel ingericht is als toen, wordt voor bepaalde gelegenheden opengesteld. De ruimte wordt nu gekoesterd als een tastbare plaats van herinnering en een plek voor bezinning en ontmoeting.

‘Heldin van de Herengracht’ stond er boven het ‘in memoriam – artikel’ in de Volkskrant van afgelopen woensdag. Deze betiteling voor haar rol in de oorlog zou Gisèle niet hebben bevallen. Zelf heeft ze aan het oorlogsverhaal altijd weinig ruchtbaarheid willen geven. Maar toen ze in 1998 de Yad Vashem onderscheiding kreeg voor haar onderduikhulp, werd ze met regelmaat op het oorlogsverhaal aangesproken. Zelf zei ze altijd, dat ze gedaan heeft wat ze moest doen. Met als groot goed, dat deze inspanningen haar geestelijk verrijkten, vriendschappen voor het leven boden en bovenal een onschatbare inspiratiebron waren voor voortdurende  geestelijke, maatschappelijke en artistieke ontplooiing. Aan deze waardes wordt nu – nog meer dan voorheen – invulling gegeven door Castrum Peregrini. Michael, Lars en Frans, die haar zo dierbaar waren, hebben zich laten inspireren door de betekenis van haar opvattingen en levensinvulling. Haar grote verdienste is dat zij aan deze herinnering aan de oorlog een continuïteit heeft gegeven voor nu en later. In dat opzicht is zij terecht de heldin van de Herengracht, of vanuit mijn perspectief: heldin van de overkant.

 

Gisèle

From my office at NIOD, the Dutch Institute for War Documentation on the Herengracht, I look out every day at the house across the canal: the house where Gisèle lived, the house of Castrum Peregrini. My vantage point gives me an excellent view of her secluded studio, lit so beautifully by its high windows. This was the place where Gisèle for so long felt safe, and could combine reality with mystery in her creative work. Next door, hidden under the eaves, I can see the floor where young people found safe refuge and survived the war.

I did not know Gisèle, but had heard of her extraordinary life and of her wartime history. Driven by admiration, and – I must admit – also by curiosity, ten years ago I summoned up the courage to go across the water and make her acquaintance. Many of you will recognise how I felt. Whoever meets Gisèle is deeply touched by her charm, her open-heartedness, her inspiration, her optimism, her wisdom and her passion for the wonders of nature, down to the smallest detail. I feel privileged to have experienced these very special qualities in our many subsequent encounters.

My motivation to meet Gisèle was first of all the fascination for the history of the people in hiding on that upper floor during the German occupation. Because of the care Gisèle and others gave them, a group of young German-Jewish and Dutch artists and intellectuals, belonging to the circle of friends of the poet Wolfgang Frommel, managed to survive untouched – not only physically but above all mentally. Frommel and Gisèle created an exceptional environment in which artistic development was paramount. It was a group of people who loved art and poetry, and spent their time reading each other their own or translated poems and making drawings and paintings.  The atmosphere created by the young people in hiding was literally a matter of life and death.

Having fallen under the spell of Gisèle and this exceptional story I also got to know Michael. For some time, he had already been developing the idea of providing more content and visibility to the relatively unknown history of the hiding place, from which Castrum Peregrini evolved. Together we mounted an exhibition in the NIOD building, dedicated to the life and work of Gisèle during the war, and also to the artistic creations of the close-knit community of friends. Initially Gisèle seemed reluctant: she was afraid that it would become homage to her rather than to the group as a whole.

The exhibition opened and, reflecting my personal perspective, was called ‘The house across the canal’. The day towards the end of April 2007 when Gisèle came to inspect it is etched on my memory. I knew her better by then and also knew her reputation for being merciless, if she did not like something.  From my window I saw Gisèle’s fragile figure leave the building in the company of Michael and Lars.  She crossed the canal and inspected the exhibition wordlessly. An awkward silence.  But suddenly she put her hands together in front of her mouth and said “beautiful”. She was moved. Michael and I both felt as if we had passed our first school exam.

Never before had a NIOD exhibition attracted so many visitors. Together with Michael, we put together the collection of articles ‘Gisèle and her people in hiding’ and the authors of the book organised a cycle of presentations on the themes of the book. The importance of this extraordinary story of the hiding place was that it drew renewed attention to the basis on which Castrum Peregrini was built after the war. It shed new light on Castrum’s life philosophy, as it was formed during the occupation, and the importance of Gisele’s inspiring and dedicated role in the development of Castrum Peregrini, as it exists today.

In the last few years, Castrum Peregrini, of which Gisèle is the patron, has changed a lot. The elementary values from the period in hiding have resumed a central role: friendship and the love of art and culture. They serve as points of departure for a creative, understanding and emancipated society.  While the hiding fortress once was a secret place of artistic challenge and trust,  the current Castrum Peregrini is – in that same spirit – an open and transparent place, a stage for  contemporary , innovative and challenging cultural activities and debate Even the hiding floor, decorated in the same way as before, is opened on special occasions. The space is being treasured as a tangible place of memory, reflection and encounter.

‘Hero of the Herengracht’ was the title of the obituary in last Wednesday’s Volkskrant. This characterisation of her wartime role would not have pleased Gisèle.  She did not want to give any publicity to her wartime story. But since 1998, when she was given the Yad Vashem award for her support to people in hiding, she has regularly been approached to tell that story. She always said ‘she did what she had to do’, and that the experience enriched her spiritually, led to lifelong friendships and above all was an invaluable source of inspiration for her spiritual, societal and artistic development. It is these values that – more than ever before – are being treasured and realised by Castrum Peregrini. Michael, Lars and Frans, who were so dear to her, have been inspired by her and by the importance of her ideas and the meaning they gave to her life. Her greatest merit is that she gave continuity to this memory of the war for now and for later. In this respect she is very rightfully the hero of the Herengracht and from my perspective the hero from ‘across the canal’.

 

 

Leo van Santen spoke as a friend and archivist of Gisèle. We provide you here also with a German language version.

Mijn huis staat op het punt waar de Leidsegracht op de Herengracht uitkomt, en men herkent mij aan mijn neus.” Dit waren de eerste woorden die Gisèle met de karakteristieke adellijke stem sprak, toen ik mij in 1986 telefonisch bij haar meldde voor een afspraak. Mijn germanistische leermeester Alexander von Bormann had mij namelijk gevraagd om zijn Amsterdamse vriendin met enkele klusjes te helpen. Het vermoeden dat ik met een wereld buiten de normaliteit in contact stond, werd de daaropvolgende zaterdag bevestigd tijdens mijn tocht met de gammele lift naar de vierde verdieping van Herengracht 401, tijdens mijn snelle blik naar rechts in Gisèles aan het feodale Oostenrijk herinnerende woonkamer en ten slotte tijdens de afdaling via de trap naar het nog spierwitte Parische atelier. Door de ateliertunnel lopend zag ik eerst op de achtermuur de op het Griekse eiland Paros geschilderde ondergaande zon en opkomende maan. Gisèle zelf stond links daarvan in een blauwe skibroek met een penseel in haar hand voor de schildersezel. Op de plaats waar later mijn werktafel zou staan, mocht ik op een houten kruk gaan zitten en als vanzelfsprekend betrok Gisèle mij meteen bij de technische details van haar schilderwerk. Sindsdien maakte ik deel uit van haar onconventionele leven en had ik er in dat opzicht een leermeesteres bij. Het gevoel van verbondenheid en vertrouwen dat ze mij toen al gaf, zou tot het eind toe duren.

De zaterdagen bleven in Gisèles agenda voortaan gereserveerd voor mijn bezoeken. “Zijn die klusjes eigenlijk al eens af?” of nieuwsgieriger “Wat doe je daar toch allemaal?” vroegen mensen mij in de loop der jaren. Ik legde dan het vaste verloop van de dag uit. ’s Ochtends dronken we in de atelierkeuken koffie – Gisèle altijd met drie scheppen suiker –, aten we taart en bespraken we haar en mijn afgelopen week. Vervolgens werd in het atelier de post bekeken, beantwoord en in het archief opgeborgen, dat ik volgens Gisèles ongewone systematiek heb opgezet. Omdat Gisèle nooit een brief weggooide – waarschijnlijk om ook zo het kunstwerk van haar leven vast te houden –, bevat het archief nu alle brieven onder meer van de Oostenrijkse familie van haar moeder uit kasteel Hainfeld, van haar vader tijdens diens verblijf als geoloog in Amerika, van haar leermeester in het glazeniersvak Joep Nicolas en van Bergense kunstenaars als de dichter Adriaan Roland Holst. Ook aanwezig zijn de brieven aan Gisèle van de dichter Wolfgang Frommel en zijn Castrum-Peregrinikring, die in de onderduiktijd tijdens de Tweede Wereldoorlog in haar huis ontstond.   

Om 13.00 uur aten Gisèle en ik door mij bij Lanskroon gekochte saucijzenbroodjes, die zij met bosbessenjam besmeerde, naar eigen zeggen omdat ze dat tijdens haar jeugd in Amerika zo had geleerd. De lunch werd steevast besloten met een portie ijs. Behalve voor het ordenen van haar schilderijen en bibliotheek was de middag bestemd voor lange sessies aan mijn tafel in het atelier waarin Gisèle aan de hand van agenda’s en dagboeken mij over haar leven dicteerde. Ook werkten we aan haar gedichten. Tussen de bedrijven door vertelde ze afwisselend in het Nederlands, Engels, Duits en Frans vele anekdotes alsook haar opvattingen over beeldende kunst en literatuur. Dat ik meeging in haar taal- en onderwerpsprongen, leek ze niet meer dan normaal te vinden. De dag eindigde met een souper, zoals Gisèle dat noemde, in een Grieks restaurant aan het Singel, waar Paros-wijn werd geschonken. Het deed haar denken aan het jarenlange verblijf in het Parische klooster Agios Ioannis, dat ze in 1965 vlak voor diens dood met haar echtgenoot en voormalig burgemeester van Amsterdam Arnold d’Ailly had betrokken. Uiteraard sprak Gisèle met de restauranteigenaar Grieks.      

De laatste jaren, toen Gisèle geestelijk en lichamelijk zwakker was geworden, kon ze ons programma steeds moeizamer volhouden en lag ze tussendoor langere periodes op haar divan te slapen. Ook lukte het niet meer om naar het Paros-restaurant te gaan. Het souper werd nu in de atelierkeuken klaargemaakt door Gisèles trouwe verzorgsters Osti of Erdmute en daar in hun gezelschap door ons opgegeten. Een maand geleden zei Sherida, die Gisèle palliatieve zorg verleende en op wie ze zichtbaar gesteld was, dat ik geen saucijzenbroodjes meer hoefde mee te brengen, omdat ze nauwelijks nog at. Ik duidde dit als teken dat Gisèle had berust in het onvermijdelijke gevolg van haar ouderdom. Afgelopen maandag zou ze op de leeftijd van 100 jaar in Sherida’s aanwezigheid op bed haar laatste adem uitblazen.

Twee weken geleden bezocht ik Gisèle voor het laatst. Toen ik bij het weggaan de ateliertrap naar de lift opliep, draaide ik me halverwege om en zwaaide nog naar haar. Door Sherida hierop geattendeerd zwaaide ze van achter de keukentafel terug en lachte. Eergisteren zag ik Gisèle schitterend opgebaard liggen op de midden in de ateliertunnel neergezette divan, niet ver van de plaats waar ik haar 27 jaar geleden had ontmoet. Achter Gisèle doemde in het atelier haar kunstwereld op met duidelijk zichtbaar de ondergaande zon en opkomende maan. “Nu ben ik mijn wekelijkse onderdompeling in Gisèles wereld en daarmee een belangrijke houvast in het leven kwijt,” zei ik tegen Frans Damman, die mij begeleidde. Maar terecht antwoordde hij: ”Vergeet niet dat je de herinnering aan de bijzondere Gisèle levenslang zult behouden.”

Ik laat Gisèle nu vaarwel zeggen met het slotgedicht ‘Farewells’ uit haar in 1995 verschenen bundel Parian Poems. Het wegvliegen van haar geliefde Paros in 1982 is hierbij als metafoor te beschouwen voor haar definitieve wegvliegen naar de hemel vijf dagen geleden:

 

I flying and my heart

Full of farewells

Farewell to Paros

To friends farmers fishermen

To pre-election roaring Athens.

 

I flying over bundles of cloud

Ravelling round the Muse’s Mount

Cephalonia’s foam-footed cliffs

And the purple void of the Ioanian Sea.

No more beaches for Arethusa

Or anyone else.

 

A steamer like a bug far below

Heads for Apulia

And I fly north.

Mein Haus steht an dem Punkt, wo die Leidsegracht in die Herengracht mündet, und man erkennt mich an meiner Nase.” Das waren die ersten Worte, die Gisèle mit der charakteristischen adligen Stimme sprach, als ich mich 1986 für eine Verabredung telefonisch bei ihr meldete. Mein germanistischer Lehrmeister Alexander von Bormann hatte mich nämlich gebeten, für seine Amsterdamer Freundin einige Gelegenheitsarbeiten zu verrichten. Die Vermutung, dass ich mit einer Welt jenseits der Normalität in Kontakt stand, wurde am darauffolgenden Samstag bestätigt: während meiner Fahrt im wackeligen Aufzug in den vierten Stock der Herengracht 401, während meines schnellen Blicks nach rechts in Gisèles ans feudale Österreich erinnerndes Wohnzimmer und zum Schluss während des Treppenabstiegs ins noch blütenweiße parische Atelier. Durch den Ateliertunnel gehend sah ich zunächst an der Rückwand die auf der griechischen Insel Paros gemalten Bilder der untergehenden Sonne und des aufgehenden Monds. Gisèle selbst stand links in blauer Skihose mit einem Pinsel in der Hand vor ihrer Staffelei. Am Platz, wo später mein Arbeitstisch stand, durfte ich mich auf einen Holzhocker setzen und wie selbstverständlich sprach Gisèle mit mir sofort über die technischen Einzelheiten ihrer Malerei. Seitdem war ich Teil ihres unkonventionellen Lebens und hatte in der Hinsicht eine Lehrmeisterin dazubekommen. Das Gefühl der Verbundenheit und des Vertrauens, das sie mir damals schon gab, sollte bis zum Ende währen.

Die Samstage blieben in Gisèles Agenda für meine Besuche reserviert. “Sind die Gelegenheitsarbeiten eigentlich schon mal erledigt?” oder neugieriger “Was machst du da denn alles?” fragten mich viele im Lauf der Jahre. Ich erklärte dann den festen Tagesablauf: Morgens tranken wir in der Atelierküche Kaffee – Gisèle immer mit drei Löffeln Zucker –, aßen Kuchen und besprachen ihre und meine vergangene Woche. Anschließend wurde im Atelier die Post durchgegangen, beantwortet und ins Archiv eingeordnet, das ich nach Gisèles ungewöhnlicher Systematik aufgebaut habe. Weil Gisèle nie einen Brief wegwarf – wohl um auch so das Kunstwerk ihres Lebens festzulegen –, umfasst das Archiv heute alle Briefe, die ihr u.a. von der österreichischen Verwandtschaft ihrer Mutter aus Schloss Hainfeld, von ihrem Vader während dessen Aufenthalts als Geologe in Amerika, von ihrem Lehrmeister in der Glasmalerei Joep Nicolas und von Künstlern aus Bergen wie dem Dichter Adriaan Roland Holst geschrieben wurden. Auch vorhanden sind die Briefe an Gisèle von dem Dichter Wolfgang Frommel und seinem Castrum-Peregrinikreis, der in ihrem Haus während des Zweiten Weltkriegs im Versteck entstand.

Um 13.00 Uhr aßen Gisèle und ich von mir bei Lanskroon gekaufte Wurstbrötchen, die sie mit Heidelbeermarmelade bestrich, nach ihrer Angabe, weil sie das während ihrer Jugend in Amerika so gelernt hatte. Der Lunch wurde üblicherweise mit einer Portion Eis beschlossen. Außer für das Ordnen ihrer Gemälde und Bücher war der Nachmittag für lange Sitzungen an meinem Ateliertisch vorgesehen, in denen Gisèle anhand von Agenden und Tagebüchern mir über ihr Leben diktierte. Auch arbeiteten wir an ihren Gedichten. Unterdessen erzählte sie abwechselnd auf Niederländisch, Englisch, Deutsch und Französisch viele Anekdoten sowie ihre Auffassungen über bildende Kunst und Literatur. Dass ich mit ihren Sprach- und Themensprüngen mitmachte, schien sie für normal zu halten. Der Tag endete mit einem Souper, wie Gisèle das zu nennen pflegte, in einem griechischen Restaurant am Singel, wo Paros-Wein ausgeschenkt wurde. Es erinnerte sie an den jahrelangen Aufenthalt im parischen Kloster Agios Ioannis, das sie 1965 kurz vor dessen Tod mit ihrem Gatten und ehemaligem Amsterdamer Bürgermeister Arnold d’Ailly bezogen hatte. Selbstverständlich unterhielt sich Gisèle mit dem Restaurantbesitzer auf Griechisch.

Die letzten Jahre, als Gisèle geistig und körperlich schwächer geworden war, konnte sie unser Programm immer mühsamer durchhalten und lag zwischendurch längere Perioden auf ihrem Diwan zum Schlafen. Auch gelang es nicht mehr, zum Paros-Restaurant zu gehen. Das Souper wurde nunmehr in der Atelierküche von Gisèles treuen Pflegerinnen Osti oder Erdmute zubereitet und dort in deren Gesellschaft von uns aufgegessen. Vor einem Monat sagte Sherida, die Gisèles Palliativpflege übernommen hatte und bei der sie sich sichtlich behaglich fühlte, dass ich keine Wurstbrötchen mehr mitbringen solle, weil sie kaum noch esse. Ich deutete dies als Zeichen, dass Gisèle sich mit der unvermeidlichen Folge ihres Alters abgefunden hatte. Am vergangenen Montag tat sie im Bett als Hundertjährige in Sheridas Gegenwart den letzten Atemzug.

Vor zwei Wochen besuchte ich Gisèle zum letzten Mal. Als ich beim Weggehen die Ateliertreppe zum Aufzug hinaufging, drehte ich mich auf halbem Wege um und winkte ihr noch zu. Von Sherida darauf aufmerksam gemacht, winkte sie von ihrem Platz am Küchentisch zurück und lachte. Vorgestern sah ich Gisèle glänzend aufgebahrt liegen auf dem mitten in den Ateliertunnel gestellten Diwan, nicht weit von der Stelle, wo ich sie vor 27 Jahren getroffen hatte. Hinter Gisèle tauchte im Atelier ihre Kunstwelt auf mit – deutlich sichtbar – der untergehenden Sonne und dem aufgehenden Mond. “Jetzt habe ich mein wöchentliches Eintauchen in Gisèles Welt und damit einen wichtigen Halt im Leben verloren,” sagte ich Frans Damman, der mich begleitete. Mit Recht antwortete er jedoch: ”Vergiss nicht, dass du die Erinnerung an die einzigartige Gisèle dein Leben lang behalten wirst.”

Ich lasse Gisèle sich jetzt mit dem Schlussgedicht ‘Farewells’ aus ihren 1995 erschienenen Parian Poems verabschieden. Das Wegfliegen von ihrem geliebten Paros im Jahr 1982 ist hier als Metapher für ihr endgültiges Wegfliegen in den Himmel vor fünf Tagen zu betrachten:

 

I flying and my heart

Full of farewells

Farewell to Paros

To friends farmers fishermen

To pre-election roaring Athens.

I flying over bundles of cloud

Ravelling round the Muse’s Mount

Cephalonia’s foam-footed cliffs

And the purple void of the Ioanian Sea.

No more beaches for Arethusa

Or anyone else.

A steamer like a bug far below

Heads for Apulia

And I fly north.

 

Cees van Ede and his late partner Maud Keus produced the magnificent documentary Het Steentje van Gisèle. Cees read out a poem, which he dedicated to Gisèle.

Een leven vol kunst
Maar de kunst van het leven
Is jou god gegeven
En grootste talent

Je stralende wezen
Door Bloem ooit omschreven
Als ‘engel’ is onwerelds
Maar aards evident

En op het moment
Dat Beckmann je tekende
Zag hij, Gisèle
Precies wie je bent

Want al wat je aanraakt
Al is het maar even
Verandert in iets
Wat nog niet is gekend

 

Joke Haverkorn van Rijsewijk, founder of Weverij de Uil, where all of Gisèles tapestries where woven, read a poem in memory of Gisèles time on Paros

AJOS JOANNIS: IV

Teruggekeerd op vroege schreden,
zonder jou
maar met jou
in elk vezel
van mijn leven,
sta ik in de ruimte
met alles wat werd liefgehad.

De wind fluit buiten
om de muren
en in de wijde cirkel
van de baai
werpen schepen
met gereefde zeilen
het anker uit.
Ontkomen aan een wilde zee.

Onder het blauwe vierkant
van een onbewogen hemel
ben ik opnieuw te gast
binnen de muren,
die wit gebleven
en binnen de stilte,
stil zoals altijd.

 

On behalf of the family, Antoinette Baan spoke, the daughter of Gisèles late husband Arnold d’Ailly, but also Daniel Bozhkov, Julliet Gooden and Roger Platt, who read a poem on behalf of Frank Platt

Loveliest of what I leave behind is the sunlight,
and loveliest after that the shining stars and the moon’ s face,
but also cucumbers that are ripe,
and pears, and appels.

Praxilla of Sicyon

 

At the grave Ute Oelman, friend and board member of Castrum Peregrini, head of the Stefan George Archive in Stuttgart read the following poem of Friedrich Hölderlin

Die Linien des Lebens sind verschieden,
Wie Wege sind, und wie der Berge Gränzen,
Was hier wir sind, kann dort ein Gott ergänzen
Mit Harmonien und ewigem Lohn und Frieden.

 

 

Please also have a look at the obituaries about Gisèle published in the Dutch press.

 

 

 

De Vriend

KnipselKlik op de afbeelding om het PDF van de tijdschrift te openen.

Gisèle 12 september 1912 – 27 mei 2013

Creatures for a day! What is a man?

What is he not? A dream of a shadow

Is our mortal being. But when there comes to men

A gleam of splendour given of heaven,

Then rests on them a light of glory

And blessed are their days.

(Pythian 8, Pindaros)

 

Niet onverwacht maar toch onverhoeds is van ons heengegaan na een rijk en productief leven dat volledig in het teken stond van kunst en vriendschap

Gisèle d’Ailly –

van Waterschoot van der Gracht

Ze overleed in de leeftijd van 100 jaar.
Gisèle was  de beschermvrouwe van Castrum Peregrini
Namens Castrum Peregrini ,
Frans Damman, Lars Ebert en Michael Defuster
27 mei 2013
Herengracht 401, 1017 BP Amsterdam

 

Gisèle

 

Hier de advertentie van 31 Mei 2013 in de Frankfurter Allgemeine Zeitung:

Capture

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volkskrant, 29 mei 2013

VK2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

heldin

 NRC, 31 mei 2013

NRC

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Parool, 30 mei 2013

Parool

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TROUW, 30 mei 2013

TROUW

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Frankfurter Allgemeine Zeitung, 31 mei 2013

FAZ

 

 

 

 

 

 

Het autonome individu bestaat niet

De Nedercult voorbij

DE TABOES VAN HET DEMOCRATISCH DEBAT

Het multiculturele ongemak is nog lang niet opgelost. Politici en ‘opinieleiders’ maken van het democratisch debat een hysterische vertoning en ondergraven daarmee de democratie.

Dit artikel van JEAN TILLIE verscheen eerder in De Groene Amsterdammer. Als voorbereiding van de expertavond Het Autonome Individu Bestaatd Niet heeft De Groene Amsterdammer de tekst tijdelijk vrij gegeven, waarvoor dank! Lees het artikel hier.

 

Het autonome

individu bestaat niet

Vrijdag 10 mei, 20 uur Voertaal Nederlands Toegang 7,50 euro. Gereduceerd 5 euro

Welke rol speelt sociaal kapitaal, ons netwerk van vrienden, kennissen en collega’s voor een goed functionerende democratie? Leidt het afbreken van sociaal kapitaal, het inzetten op het autonome individu tot radicalisering en tot afbraak van de democratie? Tom van de Meer en Tim Reeskens zullen onder leiding van Jean Tillie deze stellingen uitdiepen en in gesprek gaan met het publiek en de partners van de manifestatie My Friend. My Enemy. My Society. De sprekers van de avond zijn allen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en experts in het thema sociaal kapitaal.

Meldt je aan via mail@castrumperegrini.nl

Deze avond is onderdeel van www.myfriendmyenemymysociety.nl

 

Openingsevening My Friend. My Enemy. My Society.

On 26 april 2013 we opened the series My Friend. My Enemy. My Society. at De Balie Amsterdam with a festive programme with Peter Sloterdijk, Merel de Groot, Abdelkader Benali, Jeroen van Kan and music by Ed Spanjaard and Henk Neven.

Here are some photos by Simon Bosch:

 

[imagebrowser id=22]

‘DRIEKLEUREN OPERA’ – 4 mei Theater na de Dam

Driekleurenopera

Maker: Laura de Boer

“Driekleurenopera” is een theatersolo gebaseerd op het kunstwerk “Leben? oder Theater?” van de Duits-Joodse kunstenares Charlotte Salomon. Charlotte Salomon (1917- 1943) groeide op in een bourgeois Duits-Joods milieu in Berlijn en ontvluchtte in 1939 nazi Duitsland. Ze vertrok naar haar grootouders in zuid-Frankrijk. Daar schilderde en schreef ze als een bezetene haar autobiografische levenswerk “Leben? oder Theater?”. Over het Berlijn van haar jeugd, haar tragische familiegeschiedenis, haar grote liefde en over het creëren van iets buitengewoon bijzonders om niet krankzinnig te worden.

© Stichting Charlotte Salomon   Charlotte Salomon®Charlotte Salomon werd in 1943 op 26-jarige leeftijd in Auschwitz om het leven gebracht.

“Leben? oder Theater?” bevindt zich in de collectie van het Joods Historisch Museum.

Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam – © Stichting Charlotte Salomon –  Charlotte Salomon®

 

 

 

 

Zaterdag 4 mei, 21uur

Kaartprijs € 10 / € 7,50 korting

Aanmelden, r.s.v.p. mail@castrumperegrini.nl

Castrum Peregrini, Herengracht 401, ingang Beulingstraat

 

Tot elkaar veroordeeld ? – Friendly Enemies in de kunst

Symposium

26 mei, 17-22 uur

Arti et Amicitiae

Voertaal: Nederlands/Engels
Toegang: 17,50 euro inclusief koffie/thee en buffetdiner
Kaarten: mail castrumperegrini.nl
Zie ook www.myfriendmyenemymysociety.nl
Partners: Arti et Amicitiae, De Appel

 

‘How many art histories are really prolonged and convoluted histories of friendships, partnerships, conversations and collaborations?’. Die retorische vraag stelde curator Dieter Roelstraete in een vraaggesprek met kunstenaar en curator – Tatjana Macic in 2009. Hij wilde op deze manier duidelijk maken dat vriendschapsbanden en de daarbijhorende beschaafde dialogen, cafegesprekken en heftige woordenwisselingen in het atelier tussen kunstenaars onderling, tussen critici, curatoren en kunstenaars een onmiskenbaar bestanddeel vormen van de moderne en hedendaagse kunst zoals we die kennen. We zijn vertrouwd met de legendarische – en daardoor ook mythische en deels gefictionaliseerde vriendschappen – tussen grootheden als Van Gogh en Gaugain, Magritte en Breton, Picasso en Matisse. Innige relaties die zich kenmerkten door betrokkenheid en gemeenschappelijke obsessies maar ook wedijver en jaloezie. Maar hoe zit het met kunstenaarsvriendschappen vandaag of artistieke vriendschappen zoals de Belgische kunstenaar Joelle Tuerlinckx ze noemt, vertrouwensrelaties die zich uitkristalliseren rond gedeelde artistieke fascinaties? En wat te denken van de professioneel-private verstandhouding tussen kunstenaars en tentoonstellingsmakers of museumdirecteuren? Zijn ze onvermijdelijk vrienden zoals Rudi Fuchs ooit beweerde of eerder ‘friendly enemies’ zoals Van Abbe directeur Charles Esche het omschreef in de gelijknamige documentaire van Danila Cahen.  Ze staan elkaar op een vriendelijke manier spreekwoordelijk naar het leven, hebben nooit dezelfde belangen maar delen dat ene ding: onvoorwaardelijke liefde voor de kunst. Bewondering en kritiek, betrokkenheid en scherpe analyse van elkaars werk lijken vaste bestanddelen van de persoonlijke relaties tussen kunstenaars en curatoren. Welke spanningen en uitdagingen hiermee gepaard gaan verkennen de organisatoren van Arti et Amicitiae en de Appel arts centre – in tandem met het aanwezige publiek – tijdens een diner met debat in Nederlands’ oudste kunstenaarssociëteit, de ‘thuishaven’ van dit soort informele relaties.

Tentoonstelling SHAPESHIFTING

SHAPESHIFTING

De tentoonstelling van
My Friend. My Enemy. My Society. werd gecurateerd door Danila Cahen en Maria Barnas.

werk van jasmijn visser. foto simon bosch.

Te zien t/m 23 juni 2013 bij Castrum Peregrini, Herengracht 401, Amsterdam

Openingstijden

woensdag en vrijdag 14 – 18uur, donderdag 14-20 uur en op afspraak op zaterdag 4 mei open van 14 – 18uur

Op donderdag vinden er tevens op het halve uur rondleidingen naar de onderduiketage van Castrum Peregrini plaats waar twee werken uit de tentoonstelling te zien zijn.

.

Daya Cahen afb 02

Daya Cahen

Binnen het overkoepelende project My Friend. My Enemy. My Society van Castrum Peregrini dat ingaat op vriendschap, solidariteit en vertrouwen, neemt de tentoonstelling SHAPESHIFTING schaduwzijden van deze begrippen als uitgangspunt en richt zich op angst, macht en wantrouwen als bepalende factoren voor de tijd waarin we leven.Danila Cahen en Maria Barnas lieten hun eigen vragen en bezorgdheid over het hedendaagse politieke klimaat, en een gedeelde fascinatie voor de mechanismen van angst, dienen als leidraad bij het ontwikkelen van deze tentoonstelling.

 De tentoonstelling wil vragen stellen over wat er gebeurt in een samenleving bij gebrek aan vriendschap en solidariteit. Daarnaast zal SHAPESHIFTING een kritische blik werpen op politiek-maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland en Europa.

Deze tijd kenmerkt zich door een verscherping en verharding van posities die onze samenleving vormgeven. SHAPESHIFTING zal zich bewegen tussen een aantal uitersten die worden aangestuurd door mechanismen van angst en de behoefte aan controle:

still Aernout Mik– Het unieke versus zijn omgeving; Het individu versus het collectief.

– Noodzaak tot groei ten opzichte van isolationisme en buitensluiting.

– Vrije ontwikkeling en het experiment versus machtsstructuren.

– De rol van de media in relatie tot meningsvorming en radicalisering.

Met werk van Dina Danish, Alfredo Jaar, Aernout Mik, Willem de Rooij, Rob Schröder, Jan Svankmajer, en voor deze tentoonstelling ontwikkeld werk van Maria Barnas, Daya Cahen, Alon Levin, Jasmijn Visser en Felix Weigand.

T/m 25 augustus 2013 is in Stedelijk Museum Amsterdam de overzichtstentoonstelling van Aernout Mik ‘Communitas’ te bezoeken.

Foto’s van de vernissage 25 april 2013 met de aansluitende life uitzending van VPRO De Avonden vanuit Castrum Peregrini.

[nggallery id=21]

 

Foto’s van Simon Bosch.

 

Call for Applications for a Curator-in-Residence in Amsterdam 2013

In the autumn of 2013 a curator-in-residence programme provides the opportunity to a curator or cultural critic to spend a month in Amsterdam. The programme is a joint initiative of the Amsterdam Goethe-Institut and the cultural centre Castrum Peregrini. The invited curator will have the opportunity to develop new projects and programmes, and to build or deepen his or her contacts with Dutch art organizations and cultural practitioners.

The residency is to take place between September and December 2013, the exact period will be determined in accordance with the invited curator. The curator-in-residence is requested to stay in Amsterdam throughout the residency.

 

Eligibility

Applicants should have a minimum of two years curatorial experience and must be based in Germany.

 

To apply for the curator-in-residence programme, please send:

  • a letter of motivation and a short statement about projects or research topics envisaged for the residency (no more than 1.000 words)
  • a Curriculum Vitae and a list of publications
  • documentation about past curatorial work.

All applications must be sent via e-mail to: Melanie Bühler, Goethe-Institut Amsterdam; melanie.buehler@amsterdam.goethe.org

 

Deadline: 15 April 2013

 

The scholarship comprises free accommodation and a stipend of 1.200,00 euro. Travel costs to and from Amsterdam will also be reimbursed.

A furnished 2-bedroom apartment with kitchen and bathroom is provided by Castrum Peregrini, which is situated in the centre of Amsterdam on the Herengracht, at five minutes’ walking distance from the Goethe-Institut, which is also located on the Herengracht. Free W-Lan is provided.

At the time of the German occupation of the Netherlands during World War II, the apartment served as a hiding-place for young German Jews, who were protected by the exiled German poet and journalist Wolfgang Frommel and the painter Gisèle van Waterschoot van der Gracht. The apartment has remained largely unchanged since then, and is used to day for residencies, salons and art projects.

De Ziel Krijgt Voeten… en wandelt het boek in

De Ziel Krijgt Voeten…

en wandelt het boek in

Castrum Peregrini en SSBA Salon presenteren zondag 3 maart een gesprek over vriendschap, kunst en de wereld daartussen met Christiaan Fruneaux, Joost Janmaat, Cleo Campert en Remco Campert o.l.v. Bahram Sadeghi.

Zondag 3 maart, aanvang 16:00uur

Castrum Peregrini Herengracht 401, ingang Beulingstraat

Toegang vrij –   r.s.v.p. mail@castrumperegrini.nl

De gesprekken over vriendschap, kunst en de wereld daartussen vinden plaats in de tentoonstelling die is geopend van 28 februari t/m 3 maart (12 – 18uur) in de galerie van Castrum Peregrini, naar aanleiding van de publicatie van het boek ‘De Ziel Krijgt Voeten‘.

Omgeven door Cleo Campert’s werk treden hartsvrienden en geportretteerden Christiaan Fruneaux en Joost Janmaat in gesprek over hun bijzondere vriendschap en creatieve samenwerking. Ze reflecteren op het beeld dat Cleo van hen schoot op een bewogen feestje in Italië, en op andere beelden en personen uit de serie die bij hen verwondering oproepen.

Cleo zelf spreekt Remco Campert over zijn poëtische bijdragen aan de publicatie, waarmee beeld en woord samenkomen. Ze reflecteert met haar vader op haar werk en de culturele wereld waaruit dit werk ontsproten is.

De gespreksleiding is in handen van de regisseur en presentator Bahram Sadhedgi, die het publiek bij de hand neemt in deze omzwervingen tussen vriendschap en kunst.

Onderwerpen die aan bod zullen komen zijn o.a.:

Vriendschap: als inspiratiebron, als werkrelatie, als publiek goed?, zijn kunst en vriendschap onlosmakelijk?

De Samenwerking tussen vader en dochter Campert: de achtergrond van deze gezamenlijke productie, woord ontmoet beeld,  de wereld van Cleo (de wereld van Remco?), vriendschap tussen vader en dochter?

beluister hier het gesprek terug tussen Cleo Campert en Anton de Goede van VPRO De Avonden n.a.v. het verschijnen van het boek ‘De ziel krijgt voeten’!

CP en SSBA

 

The Many Manifestations of Castrum Peregrini

AnaisAnaïs van Ertvelde graduated with distinction on the history of Castrum Peregrini in summer 2012, following an internship in the framework of our collaboration with the the Graduate Gender Programme of Utrecht University .

With her MA-thesis The Many Manifestations of Castrum Peregrini Anaïs places the many layers of Castrum Peregrinis history in the perspective of the current discourse in the field of memory and heritage studies. Her porposal to see Castrum Peregrinis history as a rizom leads her to a new material look and makes one curious about her follow up reseach.

Go ahead an read The Many Manifestations of Castrum Peregrini, it is worth while. And feel free to comment and add thoughts below.

 

Vrijheidsonderzoek

vrijheidskwadrantIn samenwerking met de Universiteit van Amsterdam heeft stichting Castrum Peregrini in het kader van haar manifestatie In Me The Paradox Of Liberty (voorjaar2012) een enquête opgesteld waarin de denkbeelden over vrijheid en gelijkheid werden gemeten. De stellingen uit deze enquête zijn te herleiden tot twee dimensies: een economische en een culturele dimensie. Bij de economische dimensie werd de wenselijkheid van overheidsingrijpen gemeten: een kleine overheid die zich beperkt tot het waarborgen van de vrijheden van het individu of een uitgebreidere overheid die helpt haar burgers te ontplooien. In de culturele dimensie werd een tolerante van een onverdraagzame houding onderscheiden. Tezamen vormen beide begrippen een tweedimensionaal assenstelsel waarin de politieke stromingen van het liberalisme, de sociaaldemocratie, het conservatisme en het populisme bestaan.

Uit de resultaten van de enquête blijkt dat het netwerk van Castrum Peregrini een zeer tolerante houding aanneemt tegenover verschillen in de samenleving. Wanneer het echter op actuele debatten omtrent religie en immigratie aankomt is het in grote mate verdeeld. Tevens lopen de meningen uiteen over de rol die de overheid in de samenleving moet spelen. Zij zijn bijna evenredig verdeeld over de politieke stromingen van het liberalisme en de sociaaldemocratie. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de klassieke politieke tegenstellingen tussen ‘links’ en ‘rechts’ die in het Nederlandse politieke spectrum bestaan ook in het intellectuele netwerk rondom Castrum Peregrini teruggevonden kunnen worden.

Het hele rapport kun je hier vinden: Vrijheidsonderzoek

Castrum Peregrini in 2012 and 2013

Looking back and ahead

.
IMG_24682012 was an exciting year at Castrum Peregrini. 4 years after the opening of our new project space, following a quite radical reorganization, we feel on the right track towards what we want to be: an intellectual playground. We believe in the necessity to constantly create awareness about and rethink the fundamental relationship between one’s personal life experience and the burning urgencies of our time as a precondition for a healthy democracy and an inclusive society. To that end we reach back to the roots of our foundation: during WWII, the Castrum Peregrini hiding group experienced that real freedom only can be reached in trust and with the help of culture. Castrum Peregrini uses this heritage and a broad pallet of cultural and artistic expressions to highlight the various aspects of broad themes such as freedom, friendship and culture.

In the last years we have explored fundamental themes, putting scrutiny on the relationship of individuals towards society: in 2011 Fanaticism (We Are All Fanatics), in 2012 Freedom (In Me, The Paradox of Liberty ) and in 2013 it will be Friendship (My Friend. My Enemy. My Society). These series of events include a glossy magazine broadly disseminated nationally and internationally, an opening evening with a keynote speech, music and discussion, an exhibition, lectures, theatre, a residency, radio and much more. It was crucial to organize such broad events in partnership with other organizations. Our role is  to initiate, to orchestrate diversity, streamline communication and editing of content.

The series In Me, The Paradox of Liberty in May/June 2012 has been seen as a success by both public and press. We have learned a great deal and have hence further developed the concept for the 2013 series on friendship during early autumn. Together with a fantastic group of partners we have prepared an elaborate funding application and the first positive reactions on our plans have reached us from the funds just before Christmas.

In September we opened the new season with the My Future Heritage exhibition followed by some exciting programs with partners from Amsterdam: the Fringe Festival for the 4th time in a row staged two theatre plays in the project space of Castrum Peregrini. From the end of September until the beginning of November the price wining graduates of the Gerrit Rietveld Academie showed existing and new work, partly related to the Castrum Peregrini history under the title [S]ELECTED. During two salon evenings the aspect of artistic talent and of context were discussed with experts from the art world and the public.

5 November we opened the doors for the 3rd time for the Museum Night Amsterdam. The programme Art in Hiding, Art in Crisis featured many artistic and scholarly contributions and draw approximately 900 visitors.

In the month of November Castrum Peregrini  again hosted a residency  supported and organized by the Goethe Institute Amsterdam. This year with Rajkamal Kahlon, a Berlin based artist from the USA . Rajkamals work focuses on post-colonial structures, on pain and beauty and their interrelatedness. She found plenty of inspiration working in the archive of the Tropen Museum and a lot of food for thought in her experience of the Sinterklaas en Zwarte Piet tradition in the Netherlands.

The exhibition Now and Then: Between Layers of Memory had a great opening and we are looking forward to have the artist Josif Király as a resident in February 2013. He will then produce his work for Amsterdam that will be presented during the Finissage on 9 February 2013.

The exhibition forms a very nice point of departure for our European Community funded project InsideOut which we have launched in Paris last December. We are proud to have won the bid for this 2 year project, with a consortium of 8 partners from 8 EU countries. Together with the Goethe Institute Paris, Castrum Peregrini has taken the initiative and has written the application for this project on innovative ways to deal with cultural memory and heritage. Castrum Peregrini’s history and heritage is our strength and our challenge at the same time. The experiences of the last years, working for instance with artist Amie Dicke in our historic interiors, was a strong motivation for us to initiate this project on participation and  the role of the contemporary artist in cultural heritage settings.  Castrum Peregrini has a unique body of cultural heritage, ranging from tangible heritage to a rich palimpsest of life stories representing the vibrant history of 20th century Europe. The project offers a unique occasion to further professionalize, collect good practice and participate in knowledge transfer about innovative approaches to heritage and memory. Engaging in this  European agenda will help Castrum Peregrini in the development of its premises for a broader public.

And talking about history and memory: in March we had to say farewell to Manuel Goldschmidt, who was a friend of Castrum Peregrini since the war years and a former director of the foundation. He was burried in Sparnwoude in-between the Castrum Pregrini friends.

A  highlight of 2012 was certainly the 100th birthday of our founder and patronate Gisèle. We are happy and feel privileged that Gisèle witnessed and encouraged  the changes in ‘her’ Castrum Peregrini in the last years. It is very dear to us that she can so much enjoy the developments that she finds crucial for the ‘next generation’ as she has so beautifully expressed in a RTV-NH documentary.

Looking back on 2012 we can say that we have achieved the goals that we have set ourselves when we took off with the new plans in 2009. We have developed a profile for our activities programme which is seen as unique, we have settled the brand Castrum Peregrini, we have acquired trust in the world of funds and we have worked on a vision to deal with our heritage. The development of the programme would not have been possible without the active input of our broad creative network , which is represented by the programme advisory group: Michiel van Iersel, Iris van der Tuin, Eric Wie, Anneke Janssen, Jan Baeke, Truus Ophuysen,  Chris Julien, Alfred Marseille and Joachim Umlauf.  The strategic development of the foundation is supported by a board, to whom we are also grateful: Jan Rozenbroek, Erik Somers, Jan Baeke, Marius Reintjes, Wouter Poot, Ute Oelmann and Maarten Meijer.  And last but not least, we want to thank our interns and our volunteers with whom we work on a regular basis.

So what is up for 2013? We start the year with the launch of the book De waarheid is een vrouw, in February, which we have published together with Uitgeverij Cossee, featuring a selection of essays that have been written for and presented in the Castrum Peregrini series Mythes in the last two years. It includes excellent contributions of Bas Heijne, Joke Hermsen, Maria Barnas, Jan Baeke e.a. Come to the launch in February or get a copy at your local bookstore.

The series of events My Friend. My Enemy. My Society. in April-June aims to highlight the far-reaching social relevance of friendship. How do concepts of friendship impact on society and how does society impact on friendship? Through the unique aspect of friendship connecting the individual with society it can be made clear that politics, as the power to form society, begins at the core of the individual.

We will work of course a lot on the new project InsideOut and will continue our work in partnerships such as with the Gerrit Rietveld Academie, VPRO De Avonden, The Goethe Institute, Hard//hoofd, Amsterdam Comité 4 en 5 Mei and many more.

A crucial step will be the next phase in the strategic organizational development. It is now time to develop the building with an integral plan that includes the need to secure and restore the historic interiors and the collections, the income generation for financial long-term sustainability, the cultural programme and a place for all our partners and our creative network. We are encouraged to do that by a start-up funding we got through the ‘transitie regeling’ of the AFK to conduct a feasibility study. And of course that will include writing and submitting a lot of follow-up applications, research and planning documents, etc. .

So here is to you: stay with us and as supportive as you all have been in the last years. Contributions are more than welcome! Participate and have your say,- it is crucial for us and for the future of Castrum Peregrini!

Frans, Michael, Lars

De waarheid is een vrouw

De waarheid is een vrouw

en andere hedendaagse mythes

met bijdragen van o.a. Maarten Doorman, Joke Hermsen, Maria Barnas, Bas van Putten, Maartje Somers, Jan Baeke, Barber van de Pol en Bas Heijne

een co-productie van Castrum Peregrini en Cossee

Jan Baeke, Bas Heijne, Joke Hermsen e a -De waarheid is een vrouw LR‘de elite, dat zijn in Nederland altijd de anderen, per definitie, zowel in de negatieve als in de piositieve opvatting van het begrip’– Maarten Doorman

‘je kunt je bij kunst enorm vervelen en dat is niet altijd jouw schuld’– Barber van de Pol

Castrum Peregrini organiseerde, geinspireerd door Roland Barthes ‘Mythologiën’ (1957), een reeks avonden over de mythes van onze tijd. De essays die daar uit voort kwamen en in dit boekje zijn gebundeld, laten zien dat kennis nog wel een waarde vertegenwoordigt. Dat meningen ook kunnen worden gepaard aan kennis van zaken en dat we dan ook nog iets kunnen opsteken van zo’n mening, dat we op het pad worden gebracht van vragen en inzichten die zowel bevreemding als instemming wekken, die ons verontrusten en behagen. En die ons met een nieuwe blik naar de werkelijkheid doen kijken, bevrijd van een mythe waarvan we niet eens wisten dat die ons beknelde.

ISBN: 978-90-5936-398-4

Prijs: 16,90 euro

de omslag van dit boekje siert de voorjaarscatalogus 2013 van cossee.com

 

n8 2012 art in hiding, art in crisis

Programme Museumnacht at Castrum Peregrini

3 November 2012, 19 – 02 hrs

Art in hiding,

art in crisis

Castrum Peregrini was a safe house in WWII, where the youngsters hiding concentrated intensively on poetry and art to maintain their mental freedom and to develop their personal talent.

Visit  this originally preserved historic hiding floor, where you can see art of the people in hiding and experience the power of poetry. The Gerrit Rietveld Academy shows the best exam works of 2012 that build a bridge between then and now.

With a guided tour, an art exposition, a performance and a continuing cycle of lectures.

Guided tour:

Messages of hope

How can you hide for years without losing your mind? With friends and with art!

Visit the original WWII hiding Floor, meet Quinsy Gario and detect the poetry survival kit.

Every half hour. Reservation at the entrance.

 

Performance:

the Conversational Piece

Balthazar Berling and Lukas Hoffmann are in conversation in the triangular room. Get a refreshing coconut at the bar, attend the performance and get it opened.

Every half hour. Reservations at the bar

 

Lectures in a loop

  • Nina Folkersma, independent curator and art critic, will introduce and show ‘The Beauty of Austerity’, a film by Guido Giglio about the ethics and aesthetics of austerity, the crisis of Europe and the future of the Third World.
  • Ronit Eden, independent curator and exhibitions designer will show and tell about Chiara’s stairs, a story of love, loss, and new beginnings.
  • Beatrice von Bormann, art historian and exhibition maker, ‘
    will talk about the symbolic significance of ladders and bridges in Max Beckmann’s work. Interview with GRA artist
  • Gregor Langfeld, art historian and Beatrice van Bormann invite us to join the dinner table of Max Beckman and artists in exile in Amsterdam
  • Erik Somers, historian, will talk about art during the occupation of the Netherlands and will enter a conversation with eye witnesses Rien Buter and Lili Jampoller.
  • Ann Meskens, philosopher, asks the question how much history an artist needs to face the future?
  • Henk van der Waal, author and philosopher, reads poems from his book Zelf worden, inspired by a picture of the of the group of friends that was hiding at Castrum Peregrini.

 

Meet the artists of

the exhibition [s]elected,

featuring the nominees for the Gerrit Rietveld Award 2012. Throughout the evening there will be interviews with the student-artists.

 

Enjoy nice food and a drink at the bar,- for crisis prices!

click here for more pictures n8 2012

 

DWDD – Gisèle ontvangt Jakhals Erik

DWDD – vrijdag 19 oktober 2012

kunstenares Gisèle (1912) ontvangt Jakhals Erik 

Changing Context & Repetition

Salon II

October 25, 20 hrs

Part of [S]ELECTED,

Gerrit Rietveld Academie Awards Show

at Intellectual Playground Castrum Peregrini

With Thesis Category winner and nominees 2012

Laura Pappa, Marieke Berghuis, Elisabeth Leerssen and Christopher Holloran.

Moderated by Laurie Cluitmans and Arnisa Zeqo

Date: 25th of October

Time: 20.00 – 22.00

Location: Castrum Peregrini, Herengracht 401 (entrance at
Beulingstraat)

Free entrance

 

In the exhibition [S]ELECTED all the nominees for the Gerrit
Rietveld Academie Awards 2012 are being shown to the public. During the
Rietveld Graduation Exhibition last July, a professional external jury made a
selection from the latest crop of artists and designers graduating from the
academy in Amsterdam. [S]ELECTED displays contemporary and multidisciplinary
work. For example, experimental meta-cinema goes hand in hand with a clothing
design that uses bluff as handicraft, and an object comparable to Lady Gaga’s
footwear, in which aesthetics, ergonomics and prosthesis merge in a bizarre
choreography.

 

This year’s jury members were graphic designer Hansje van Halem,
curator Xander Karskens, architect Ronald Rietveld and artist Barbara Visser.
In addition to the nominations for visual works, the nominated theses can also
be viewed. The jury members for theses were Jeroen Boomgaard, lector in Art and
Public Space, Sven Lütticken, lecturer in Contemporary Art at the VU University
and Saskia van der Kroef, editor-in-chief of Metropolis M.

 

The historical context in which [S]ELECTED takes place
is unique; in WWII Castrum Peregrini was a hiding place where, in secrecy,
young people maintained their intellectual freedom and developed their personal
talents through art. The secret artistic breeding ground of the past becomes
the context for the young talent of today and produces interesting dialogues.

Links to the theses:

Laura PappaMarieke BerghuisElisabeth LeerssenChristopher Holloran

 

Now and Then: Between Layers of Memory

A project by Iosif Király

Curated by Maria Rus Bojan 

23 november 2012 – 7 februari 2013
open thursday and friday
14-18 hrs and on appointment

Opening reception on 23 th November 2012, 17 hrs at Castrum Peregrini
.

Now and Then: Between Layers of Memory is a project in two episodes that presents Iosif Király’s ongoing photographic investigation on the dialectical relation between history, architecture and collective identity.
.

 

 

The first part of the project consists of a selective presentation of Király’s most famous series – generically entitled “Reconstructions”, works
that were recently featured in solo shows at Camera Austria, Kunsthaus Graz (2010), and also in two consecutive exhibitions within Photo Espana, in Cuenca (2009) and Madrid (2011).

For the second part of the project, during his residency at Castrum Peregrini in Amsterdam, Király will produce a new work, to be displayed in the foundations  “hiding place”, the famous third floor of the building Herengracht 401, where many persecuted youngsters found shelter during the WWII, and which later became an intellectual playground for many generations of Dutch and international artists, writers and philosophers.

Trained primarily as an architect, and holding a PHD in visual arts, Iosif Király (born in 1957) is considered one of the most important Romanian
artists of his generation. Since 1992 he is an Associate Professor at the National University of Arts Bucharest, where in 1995 he co-founded the Department of Photography and Time-based Media Art. From 1990, Király has been involved in various art projects, individually and in the art group subREAL. Since 2000, he has collaborated with a team of architects for a photo-documentary project on the changes in daily life and urban environment in post-communist Romania.

Like the metaphor of the “longue durée”, a concept launched by the French historian Fernand Braudel and The Annales School, the spatial coherence of Kiraly’s reconstructed images highlights the timeless continuity of all those mental and environmental structures of society that imperceptibly determine the course of the history and a specific cultural identity.

Outlining that architecture and landscape are crucial components in shaping collective memory and in creating and reflecting identities. Király’s
“Reconstructions” speak of the need to resist the erasure of history, through a process that emotionally conserves the artist’s most intense remembrances about people and places. Composed by images taken from the same location and approximately from the same vantage point at different moments (minutes, days, even months or years later), these “reconstructions” articulate a multilayered visual field where each snapshot acts as a byte of information and memory. The result is a spatially coherent meta-picture in which, at a closer look, all the historical iscontinuities and ideological breaks are visible.

In various ways and to different extents, Király’s works, which subtly combine humor and melancholy, inform on these key aspects that subliminally work in the collective consciousness of a city, a region or a country, archiving the very process of creation of identity: from the past memory to the present existence and opening up future horizons.

 

Maria Rus Bojan is a Romanian art critic and curator living and working in Amsterdam, the Netherlands. She has been a curator at the Art Museum of Transylvania, Cluj, and director of the Sindan Cultural Foundation Bucharest. In 1999, she initiated  the Contemporary Art Program of Sindan Foundation that debuted internationally an entire generation of artists: Victor Man, Adrian Ghenie, Ciprian Muresan and many others. She curated the exhibition Re:Location 2 (2002, OK Centrum, Linz); Re:Location 4, (2003, Casino Luxembourg; and Shake the Limits (2003, MNAC Bucharest), Ulay- GEN.E.T.RATION ULTIMA RATIO (2005, Centro Parraga Murcia, Spain); Art in the New Field of Visibility (2008, De Appel, NIMK, De Brakke Grond, Amsterdam); Ready Media (2008, NIMK Amsterdam, The Contemporary Art Museum, Belgrade); Locked-In (2008, Casino de Luxembourg), Strategies for Concealing (2008, C-Space Beijing), Tales of the Unexpected (2010, in the framework of Art Rotterdam) and ULAY – a Retrospective from the 70-80s, (2010, MB Art Agency, Amsterdam). She was the co-curator of Performing History, the Romanian Pavilion at the 54th International Art Exhibition- la Biennale di Venezia 2011. Maria Rus Bojan is an international member of AICA Nederland and of IKT.

[S]ELECTED

Best of Graduates 2012

Gerrit Rietveld Academie

.

[S]ELECTED reviewed in MetropolisM

During September and October 2012 best of graduates artists Lukas Hoffmann (vav), Sara Glahn (photography), Laura Pappa (graphic design) (w), Anna Navndrup (architectural design) (w), Marieke Berghuis (images and language), Elisabeth Leerssen (txt, textile), Christopher Holloran (vav), Jacob Gallant Raeder (ceramics) (w) and Leanie van der Vyver (design lab) (w) were on show in [S]ELECTED.

Opening by Ben Zegers and Lars Ebert – Thursday September 20th

Salon I: The Myth of Talent – Thursday October 4th

– moderation by Fons Hof with a.o. Xander Karskens and Monica Kackovic

Salon II: Changing Context & Repetition – Thursday October 25th

– moderation by Laurie Cluitmans and Arnisa Zeqo with a.o.  Marieke Berghuis, Laura Pappa, Christopher Holloran and Elisabeth Leerssen

MuseumNacht: Art in Hiding, Art in Crisis – Saturday 3rd November

Conversational Piece by Lukas Hoffmann and Balthazar Berling

Gisèle 100: receptie

 11 september 2012
.

.
Toespraak van Michael Defuster, directeur Castrum Peregrini:

 ”

Lieve Gisèle, geachte burgemeester, beste verwanten, vrienden en bewonderaars van Gisèle,

Ik heet jullie als directeur  van de stichting Castrum Peregrini welkom op de viering van de 100ste verjaardag van haar beschermvrouw.

Ik zal u niet vermoeien met een lange welkomstspeech, hoewel ik het best wel moeilijk vind om een korte laudatio te houden over zulk een veelzijdig persoon. Ik geloof dat niemand hier aanwezig eraan twijfelt dat men over Gisèle alleen maar in lofuitingen kan spreken.

Ik wil zoveel mogelijk ruimte laten voor burgemeester van der Laan die zo attent is om Gisèle te eren met zijn welbespraakte aanwezigheid.

Maria Smook Krikke zal daarna het boekwerkje Gisèle en haar Bergense Connecties presenteren. Een klein maar fijn boekwerkje, dat ze schreef in opdracht van het Museum Kranenbrug uit Bergen, waar aanstaande zaterdag de bijhorende tentoonstelling geopend wordt en waar jullie allen natuurlijk van harte welkom zijn. Informatie kun je vinden op de bar in de ruimte hiernaast.

Patrick Amtsberg, Gisèle’s  buurman en een van haar vele bewonderaars,  heeft uitgerekend wat 100 jaar betekent in de tijdseenheden waarmee we doorgaans ons dagelijks leven indelen:

  • In een eeuw worden meer dan 3 miljard seconden weggetikt
  • Dat zijn bijna 53 miljoen minuten.
  • Dat betekent dat Gisèle al bijna  880duizend manuren rondloopt op deze planeet.
  • Die uren vormen samen de bijna 37 duizend dagen waarin ze haar rijke leven gestalte heeft gegeven
  • En meer dan 5 duizend weken en 12 honderd maanden scheiden haar geboorte-uur van het moment waarop we hier samenzijn om deze bijzondere vrouw te eren.

Gisèle is één van die personen die de kunst verstaan om elke minuut te benutten om hun innerlijke roeping te vervullen. En Gisèle heeft meteen twee roepingen meegekregen, waardoor ze haar dagen dubbel benut: de eerste betreft kunst in het algemeen en schilderkunst in het bijzonder, de tweede is haar passie voor mensen. Van allebei heeft ze in die honderd jaren met grote toewijding en enthousiasme en een onuitputtelijke liefde een enorm oeuvre opgebouwd.

Voor degenen die enigszins bekend zijn met haar kunst blijft het verrassend om telkens weer nieuwe dingen te ontdekken die ze in haar productieve leven schiep: kerkramen, portretten en schilderijen, wandtapijten, beeldhouwwerken, diverse voorwerpen voor de kunstnijverheid… Er is nauwelijks een discipline die Gisèle niet heeft beoefent. Ik weet niet of iemand ooit de moeite genomen heeft om het  aantal werken te tellen die uit haar hoofd en handen ontsproten is, maar het moet zonder meer een hoog getal met drie nullen zijn. Hier ligt nog een veld braak voor onderzoek.

Diezelfde flexibiliteit, nieuwsgierigheid en drive vind je ook in haar omgang met mensen. Gisèle is uitgerust met de gave om haast feilloos binnen te glippen in iemands emotionele systeem. Hoewel ik haar meer dan 30 jaar ken vind ik het nog altijd een raadsel hoe ze deze chemie tot stand kan brengen. Laten we het gemakshalve charisma noemen: haar verschijning, haar uitstraling en wellicht nog belangrijker: haar sociale intelligentie en haar liefde voor mensen die oprecht zijn en mooi vanbinnen en vanbuiten…  Met alle personen die ze heeft leren kennen, verstaat ze de kunst om een persoonlijke band op te bouwen. En wees ervan verzekerd, dat doet ze uit overtuiging.

Met een aanstekelijke lichtheid en vrolijkheid zweeft Gisèle boven de grote thema’s en drama’s van haar tijd, die ze soms aanraakt of waaraan ze soms doortastend participeert, maar die ze telkens wonderbaarlijk achter zich kan laten zonder er merkbare sporen van te dragen. Deze regeneratieve kracht bezit ze tot op de dag van vandaag en maakt dat ze altijd zichzelf kan blijven, in wat voor situatie dan ook, het meisje dat begin 20ste eeuw in Ponca City in de Wild Wild West het liefste speelde met leeftijdgenootjes van de naburige indianenstam. Homo Ludens is een term die voor haar uitgevonden lijkt te zijn.

Gisèle is een modern mens: ze is thuis in de wereld en tegelijkertijd verbonden met de plek waar ze woont. Bij die moderniteit hoort een vanzelfsprekende portie gespletenheid, of, als je wilt, dubbelheid. Ze combineert de feestelijkheid en raffinesse  van het oude Europa met de dynamiek en de can do mentaliteit van de Verenigde Staten, waar ze haar formatieve jaren doorbracht. Diep respect voor het oude, combineert ze verbluffend met openheid voor verandering….

Beste mensen, ik moet mijzelf onderbreken want ik kan hier nog eindeloos mee verder gaan. Het is moeilijk stoppen.

Maar laat mij nog één voorbeeld noemen van de inspiratie die jongere generaties uit Gisèle’s levenswandel halen: de huidige stichting Castrum Peregrini heeft haar kernwaarden vrijheid, vriendschap en cultuur heimelijk geënt op Gisèle.

Om de ware betekenis van vrijheid te ontdekken en te kunnen beleven  zijn vriendschap en cultuur onontbeerlijke grootheden. Rondom deze centrale boodschap organiseert de stichting talloze activiteiten en zet zo het werk voort van deze grote vrouw.

Burgemeester Eberhard van der Laan, aan u het woord.

 

Toespraak van burgemeester Van der Laan bij de 100-ste verjaardag van mevrouw Gisèle d’Ailly, 11 september 2012

 

 

Mevrouw d’Ailly,

Van harte gefeliciteerd met uw 100-ste verjaardag. Het bereiken van een dergelijke mijlpaal in een mensenleven is slechts weinigen gegeven. Het is alleen weggelegd voor de allersterksten.

Vorig jaar mocht ik u een Koninklijke onderscheiding uitreiken en memoreerde ik het verhaal van Godfried Bomans: de 100-jarige. Het verhaal van Bomans begint ermee dat hij de 100-jarige aanspreekt alsof die niet helemaal meer goed bij zijn hoofd is. De 100-jarige laat merken dat hij geheel compos mentis is en wel weet dat ie 100 is geworden en hij vraagt: Vanavond komt de burgemeester met een schemerlamp en een enveloppe met inhoud. Die schemerlamp kan me niet schelen, maar die enveloppe interesseert me. Wat doen ze daar gewoonlijk in?

Dames en heren,

Ik beloofde dit jaar langs te komen wanneer Gisèle d’Ailly haar verjaardag zou vieren. Ik heb weliswaar geen schemerlamp meegenomen, maar wel een enveloppe met een schriftelijke gelukwens, die ik Gisèle aanstonds zal overhandigen.

Waarde mevrouw Gisèle d’Ailly,

Uw leven staat al een eeuw in het teken van kunst en cultuur. Ruim zeventig jaar geleden betrok u de derde verdieping betrok van dit pand. Hier hebt u onderduikers verborgen voor wie u ook de kost verdiende door portretten te schilderen. Hier ontstond ook het idee van de stichting Castrum Peregrini, onder het motto van de onderduikgroep ‘vrijheid, cultuur en vriendschap’. Deze ‘burcht voor onverzettelijken’ heeft zich in de loop der tijd uitgebreid. In fysieke zin kocht de stichting – daartoe door u in staat gesteld – dit gehele pand aan en later verwierf de stichting de twee huizen om de hoek in de Beulingstraat. Inhoudelijk richtte de stichting zich op het uitgeven van Duitstalige literatuur en een literair tijdschrift. Daarnaast organiseert Castrum Peregrini lezingen en discussie-avonden over actuele, culturele en maatschappelijke onderwerpen, de salons, die nu ‘intellectual playgrounds’ heten. U was daar decennia lang de drijvende kracht van. De stichting gaat in uw geest verder, richt zich nu op een breder publiek en blijft reflectie en discussie bevorderen. Het is uw uitdrukkelijke wens dat de stichting zich blijft vernieuwen, en zich niet richt op het conserveren van het oude.

U doet denken aan het boek uit 1938 van Johan Huizinga: Homo Ludens, wat spelende mens betekent. De Homo Ludens op de ‘intellectual playgrounds’. Huizinga’s betoog komt hier op neer: echte cultuur kan zonder zeker spelgehalte niet bestaan, want cultuur veronderstelt zekere zelfbeperking en zelfbeheersching, zekere vatbaarheid om in haar eigen strekkingen niet het uiterste en het hoogste te zien, doch zich besloten te zien binnen zekere vrijwillig aanvaarde grenzen. Cultuur wil nog altijd in zekeren zin bij onderlinge afspraak naar bepaalde regels gespeeld worden. Echte beschaving eischt altijd en in ieder opzicht fair play, en fair play is niet anders dan het in speel-termen uitgedrukte equivalent van goede trouw. De spelbreker breekt de cultuur zelve. Zal dat spelgehalte der beschaving cultuurscheppend of -bevorderend zijn, dan moet het zuiver zijn. Het moet niet bestaan in verdwazing of in afval van de normen die door rede, menschelijkheid of geloof zijn voorgeschreven.”

Waarde mevrouw Gisèle d’Ailly,

Al honderd jaar speelt u het spel der beschaving met verve. U bracht zelfs het spelelement in uw huwelijk in met Arnold d’Ailly, in 1959.  Arnold stelde aan u de eis dat u dagelijks zou  blijven schilderen. Aan die voorwaarde hebt u zich tot vorig jaar kunnen houden. U stelde aan hem de eis dat de twee molens aan de Haarlemmerweg zoden worden behouden door de gemeente. Ze zijn inderdaad dankzij hem behouden gebleven.  (Een is er later verhuisd naar Osdorp). Wat je noemt trouwen op huwelijkse voorwaarden.

Mevrouw Gisèle d’Ailly-van Waterschoot van der Gracht

Ik acht mijzelf een bevoorrecht burgemeester dat ik op het eeuwfeest mag komen van de vrouw die van zichzelf zegt dat zij de  “natste” achternaam van Nederland heeft  (Van Waterschoot van der Gracht). Ik zou u eigenlijk willen vragen hoe het komt dat u zo oud bent geworden. Maar daar zult u ongetwijfeld op antwoorden: ach burgemeester, dat is gewoon een kwestie van geduld. Het gaat eigenlijk vanzelf, ik heb er niets voor hoeven doen.”

Gisèle d’Ailly, van harte gefeliciteerd. Lang zal je leven!

Foto’s van Simon Bosch

 

 

 

 

Gisèle 100: foto’s

100th birthday Gisèle!

11 September 2012

.
These pictures were taken by Jordi Huisman in September 2012 for Freunde von Freunden. One of them was also used for the birthday article in the Frankfurter Allgemeine Zeitung. Leave your birthday wish in the comment field below.

.

Gisèle 100: FAZ

Frankfurter Allgemeine Zeitung

10. September 2012

 

Retterin des Geistes