Biografie: De eeuw van Gisèle

Sinds het verschijnen van Annet Mooij’s biografie van Gisèle ‘De eeuw van Gisèle. Mythe en werkelijkheid van een kunstenares’ (Bezige Bij 2018) werd deze breed en lovend besproken in de Nederlandse pers.

Zie hier Annet zelf over haar werk:

Virtual tour

This is a virtual visit to Gisèle’s studio in which she worked the last 30 years of her life. It shows the state in which she had left it. Today it is used for the cultural programme of the Castrum Peregrini – Memory Machine, for contemporary exhibitions, lectures, performances.

plaque honouring Gisèle

Monday 2 May 2016 >>> festive program on the occasion of ‘the House of Gisèle’;

plaque at the façade and speeches by Job Cohen (Chair Amsterdams Comité 4 en 5 mei, advisory board CP) , Michael Defuster (director CP), Bart Rutten (Head Collections Stedelijk Museum Amsterdam) and Jorrit Nuijens (city council Amsterdam)

pictures by Maarten Nauw

Het Huis van Gisèle 08 online Het Huis van Gisèle 11 online Het Huis van Gisèle 12 online Het Huis van Gisèle 28 online Het Huis van Gisèle 31 online Het Huis van Gisèle 34 online Het Huis van Gisèle 39 online Het Huis van Gisèle 40 online Het Huis van Gisèle 42 online Het Huis van Gisèle 45 online Het Huis van Gisèle 47 online Het Huis van Gisèle 56 online Het Huis van Gisèle 78 online

Radio 1 bezoekt het Huis van Gisèle

Marc Robin Visscher interviews Marjan Schwegman (member Advisory board of Castrum Peregrini) and Frans Damman for NPO Radio 1 Cultuur Friday 29 april – listen back here  Herengracht401 (2)

Toespraak Job Cohen 2 Mei 2016

JCDit jaar is het 75 jaar geleden dat Gisèle haar huis openstelde voor onderduikers. Tot op de dag van vandaag wordt het Castrum Peregrini genoemd, de schuilnaam van het ondergrondse bestaan destijds.

Gisèle’s drijfveer was haar overtuiging en haar geloof in menselijkheid.

Tegen het aanraden in van haar vriend en mentor Adriaan Roland Holst schreef ze zich niet in bij de Kulturkammer, ondanks het aanbod voor  het voorzitterschap van de sectie glas in lood. Daardoor kon zij haar beroep als kunstenaar niet meer uitoefenen. Ze volgde haar leermeester Joep Nicolas niet naar diens ballingschap in New York. Ze wilde familie en vrienden niet achter laten. In deze kwetsbare positie nam ze  twee joodse onderduikers op in huis en later menig jongen die voor de Arbeidseinsatz ging schuilen. Gevraagd naar haar motivatie antwoordde ze steevast: “Ik laat hen toch niet afslachten als kippen.” Was dit naïviteit of handelde ze weloverwogen? Intuïtie of rationaliteit? Gedreven door de omstandigheden of overtuiging? Opvoeding of instinct?

Hoe dan ook, Gisèle vond het nooit iets bijzonders. Voor haar was het belangrijk om ondanks alle moeilijke omstandigheden een menselijke wereld te scheppen, hoe klein dan ook. Haar appartement op drie hoog werd een realiteitsbubbel die alle dreigingen van Razzia’s trotseerde, waar ondanks kou en honger een groepje jongeren en hun helpers bij elkaar waren en zich verbonden voelden door hun noodlot èn door de kunst die hen bezighield. Het raamwerk hiervoor was door Gisèle geschapen. Zij kon een sfeer scheppen waarin schoonheid en vertrouwen de ruimte kregen. Dat deed ze samen met haar vriend Wolfgang Frommel en met velen uit haar netwerk, zoals Eep Roland Holst en Max Beckmann. Het verbindende vermogen van kunst en cultuur wist Gisèle als geen ander te bespelen.

Ondanks alle trauma’s van de oorlogstijd en de ontwortelde zoektocht van de groep na de bevrijding kon Gisèle toch de bindende en scheppende kracht van de kunst, ook in de periode na de oorlog, verder gebruiken en dit huis aan de onderduikergroep ter beschikking stellen. Om de originele onderduikvertrekken uit de Tweede Wereldoorlog heen groeide haar huis steeds verder. Etage na etage kon ze vormgeven en gebruiken als atelier, of als woonvertrekken voor haar en oud-burgermeester Arnold d’Ailly en voor haar onderduikers die al dan niet tijdelijk weer hier kwamen wonen om aan het tijdschrift Castrum Peregrini te werken. Er ontstond een illuster netwerk van kunstenaars en intellectuelen die tot op de dag van vandaag hun sporen hebben achtergelaten. Toen Gisèle in 2013 op 100-jarige leeftijd overleed had de jongere generatie reeds een cultureel programma opgetuigd dat het heden bevraagt op basis van het verleden van dit huis: hoe was de ontmenselijking mogelijk tòen, en wat is er nodig om weerbaar en met moed in zo’n situatie  menselijk te blijven? De stichting van Gisèle heeft dat in culturele programma’s uitgediept, met het verhaal en de persoon van haar oprichtster in hun midden.

Het wegvallen van de eerste generatie, die de oorlog zelf heeft meegemaakt, beïnvloedt de manier waarop wij de Tweede Wereldoorlog  herinneren. Ook de grote veranderingen die het ontstaan van een digitale wereld met zich meebrengt en, niet in de laatste plaats, de wetenschap dat we steeds meer leven in een wereld waarin oorlog van invloed is op ons leven, speelt een rol.

De Tweede Wereldoorlog en stilstaan bij wat zich toen afspeelde mag in Nederland nog steeds rekenen op grote belangstelling. Deze belangstelling neemt niet af, maar verandert wel. Door het wegvallen van de ooggetuigen wordt herinnering geschiedenis. Vanwege haar gewichtige betekenis is het onze collectieve verantwoordelijkheid om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog te behouden. Het mag geen geschiedenis worden die behouden blijft in boeken, maar geen waarde heeft voor het heden. Het collectief verbindende trauma kan een collectief verbindende toekomst voeden.

Met het wegvallen van de eerste generatie zijn het niet meer de mensen zelf die kunnen spreken, maar hetgeen zij ons hebben nagelaten. En Gisèle heeft ons iets unieks nagelaten, originele interieurs uit de onderduiktijd, een bijbehorend archief en een verhaallijn die zich heeft ontwikkeld tot op de dag van vandaag.

Hier in dit huis komen software en hardware samen. Dat het verhaal van Gisèle en haar onderduikers zichtbaar en voelbaar is op deze bijzondere plek maakt het een unieke combinatie. De hardware is authentiek, niets is gereconstrueerd, alles is echt, van de pianola waarin Buri, één van de onderduikers, verstopt zat, tot de boekenkasten met de lectuur voor de lange onderduiknachten achter de verduisterde ramen. Het is nu aan haar erfgenamen, om deze kwetsbare parel te ontsluiten: het pand en de interieurs te conserveren en te restaureren en daarmee deze lieu de mémoir voor een breed publiek toegankelijk te maken. Castrum Peregrini begeeft zich daarmee op het veld van herinneringsinstellingen die actief naar synergie zoeken en lacunes willen vullen, zoals beschreven in het rapport van de commissie Versterking Herinnering WOII uit 2015 waarvan ik voorzitter was.

Dit kan van grote meerwaarde zijn voor het levendig houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in de educatieve sector. Juist door die software op passende wijze te verbinden aan de hardware “om de hoek” ontstaat een tastbare herinnering met een heldere betekenis voor jong en oud.

Vandaag wordt deze plek kenbaar gemaakt voor de voorbijganger door een plaquette te onthullen die Gisèle’s naam ook zichtbaar aan dit huis koppelt. Het is de eerste symbolische stap om het huis in de komende jaren te restaureren en te laden met de betekenis van stille helden, waarvan Gisèle een aansprekend voorbeeld is. Een voorbeeld dat ook in onze huidige tijd een inspiratiebron is voor mensen die op zoek zijn naar een moreel kompas om hun weg te bepalen in een maatschappij die haar zelfverzekerde oriëntatie kwijt lijkt te zijn.

Om dat doel te bereiken dienen er forse inspanningen geleverd te worden op financieel, politiek en publicitair gebied. Om dat voor elkaar te krijgen heeft Castrum Peregrini een Comité van Aanbeveling bijeengebracht dat dit initiatief kracht wilt verlenen. Ikzelf neem met plezier zitting in het comité en spreek ook namens de andere leden van het Comité:

Marjan Schwegman, Ronny Naftaniel, Maya Meijer Bergmans, Avrum Burg en Eric Fischer, vandaag bijna volledig aanwezig.

Dit comité zal de drie fases van het proces adviserend begeleiden:

  • Fase 1 tussen nu en mei 2017, dat zich zal richten op onderzoek, fundraising, plannen en vergunningen.
  • Fase 2 tot mei 2019, dat zal focussen op het toegankelijk maken van deze ruimten. Denk daarbij aan een lift en dergelijke. De rest van het gebouw zal gereed moeten worden gemaakt voor zijn nieuwe taak.
  • Fase 3 zal gaan om conservering en restauratiewerkzaamheden van de historische interieurs in het gebouw Herengracht 401. Wij hopen daarmee het hele proces af te sluiten in de zomer van 2020.

Hiervoor is alle hulp nodig die maar te bedenken valt: geld, expertise en netwerk. Ik doe daarom een beroep op alle aanwezigen om naar eigen vermogen mee te helpen.

Velen van de hier aanwezigen hebben Gisèle gekend. Ze was tot aan haar dood een markante figuur in het Amsterdamse. Iedereen herkende haar meteen wanneer ze op straat liep; met iedereen, bouwvakker of burgemeester, maakte ze even makkelijk empathisch contact. Met iedereen beleefde ze wel een moment. Vaak ging het om iets gezamenlijk te bekijken. De schoonheid van een veertje voor je voeten op straat kon ze even sterk beleven als een Picasso in het museum. Belangrijk was dat ze dat samen met jòu deed, dat ze een band kon opbouwen met iemand, altijd via de kunst, via iets samen doen, beleven of scheppen. Die houding heeft haar en anderen geholpen in de oorlog en die houding heeft haar dit juweeltje van een huis helpen creëren. Deze menselijke houding was het die haar alles liet nalaten aan een stichting, opdat het ten goede zou komen aan de maatschappij. Laten we daar gezamenlijk verder aan werken.

 

Job Cohen

2 mei 2016

Toespraak Michael Defuster voor onthulling plaquette Gisele

KnipselGeachte aanwezigen,

Ons bestuurslid Erik Somers heeft in zijn boek De Oorlog in Het Museum overtuigend aangetoond dat onze maatschappij in het laatste decennium een stijgende behoefte laat zien aan informatie en beleving van alles wat met de herinnering aan de tweede Wereldoorlog te maken heeft. Dat zegt iets over de veranderingen in onze tijd, maar ook over ons, mensen, als wezens die gekenmerkt worden door geweten en moraal. En die twee invalshoeken zijn nauw met elkaar verbonden.

De huidige sociale turbulentie en morele onzekerheid beperken zich niet tot de Nederlandse maatschappij maar zijn in de gehele Westerse wereld fenomenen die inmiddels welbekende oorzaken hebben: ondermeer door toedoen van het internet en de opkomst van nieuwe economische mogendheden dringt globalisering de relativiteit op van de Westerse kapitalistische en democratische cultuur en wereldvisie; massa immigratie ontregelt gevestigde maatschappelijke structuren en stelt gekoesterde Westerse waarden op de proef; de toenemende kloof tussen rijk en arm en tussen hoog en laag opgeleiden tast de maatschappelijke cohesie aan. Het verbaast nauwelijks dat de behoefte aan een duidelijke toekomstvisie en aan daadkracht om de problemen aan te pakken maatschappij breed groeit, ware het niet dat de huidige politieke stromingen die de voorkeur genieten bij menig kiezer een ongemakkelijk makend déja vue gevoel veroorzaken.

Kenan Malik, die vanavond de gast is van Castrum Peregrini als spreker, en ondermeer de auteur is van The Quest For A Moral Compass, waarin hij de geschiedenis beschrijft van de filosofische zoektocht van de mensheid naar wat goed en wat kwaad is, komt tot de misschien schokkende maar geenszins onverwachte conclusie dat het tot de menselijke conditie behoort dat er geen moreel veiligheidsnet bestaat. Geen god, geen wetenschappelijke wetmatigheid, noch een solide ethisch stelsel kan ons beschermen van het gevaar om te struikelen tijdens de morele evenwichtsoefening die we als menselijke wezens gedoemd zijn uit te voeren. Dit inzicht kan zeer verontrustend, of juist zeer opwindend zijn. En die keuze ligt bij onszelf.

Vandaag zijn we hier samengekomen om Gisèle d’ Ailly- van Waterschoot van der Gracht te eren als stille held. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liet ze belangeloos Joodse en Nederlandse jongeren onderduiken in haar appartementje driehoog in dit pand. Het verzet dat Gisèle daarmee pleegde was in feite ontstaan doordat ze vasthield aan wat zijzelf “gewoon” vond, zoals Marjan Schwegman het formuleert in het boekje Moedige Mensen van Jaap Cohen en Hinke Piersma. Maar is vasthouden aan wat je “gewoon” vindt, in de zin zoals Marjan Schwegman het bedoeld, niet hetzelfde als integriteit?

En onze tijd snakt naar integriteit. Het politieke toneel is te vaak een demasqué geworden van de geheime agenda’s die het eigenbelang en de ongeïnteresseerdheid in de anderen verhullen. De onvrede over de misleiding en de onmacht uit zich momenteel in alarmerende fenomenen, zoals de opkomst van extremisme en populisme: gevaarlijke oneliners die de schijn wekken van oprechtheid en betrokkenheid, waarmee een angstige en onzekere mensheid gedreven wordt naar “de sterke leider”. Deze gang van zaken heeft veel reminiscenties met de jaren twintig en dertig uit de vorige eeuw, de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, de tijd van Gisèle’s jeugd. Zijn de democratische en supranationale structuren, die sindsdien zijn opgebouwd en tot voor kort onverwoestbaar leken, bestand tegen de veelvuldige aanvallen van binnenuit? Niemand die hierop het antwoord weet natuurlijk en hopelijk is het niet nodig dat de tijd dit zal uitwijzen. De vraag stellen echter onderstreept het belang van moedige en integere mensen zoals Gisèle, die uiteindelijk het geloof in een betere wereld in stand houden en tot op heden een voorbeeld zijn voor mensen die op zoek zijn naar een ethisch kader of naar manieren om hun eigen levensinstelling aan te passen aan de nieuwe realiteiten die zich aandienen.

De onthulling over enkele ogenblikken van een plaquette aan de voorgevel van dit pand, door Job Cohen, staat ook symbool voor de aanvang van een nieuw leven voor dit gebouw, het Huis van Gisèle’s, dat ze heeft nagelaten als een met boeiende en waargebeurde verhalen gevuld juwelenkistje. Hoe klein dit pand ook mag lijken, bij nader onderzoek verbluft de horizontale en verticale reikwijdte telkens weer. Een historische sensatie noemde de Museumkijker de vertrekken en het archief onlangs. In deze authentieke interieurs wordt zichtbaar en voelbaar hoe personages uit de intellectuele en artistieke milieus uit de jaren dertig, veertig en vijftig, bij elkaar genegenheid, bescherming en inspiratie zochten, in het toevluchtsoord dat Gisèle voor hen bouwde en tot haar dood in 2013 hoedde. Met hulp van het aanwezige comité van aanbeveling wil de huidige generatie van Castrum Peregrini Gisèle’s werk verderzetten. Job Cohen zal hier straks op terug komen.

Het Huis van Gisèle is een unieke plek dat een heroïsch verleden combineert met acute maatschappelijke vraagstukken. De drijvende kracht achter de activiteiten is het onvoorwaardelijk geloof in een maatschappij waarin niemand buitengesloten wordt en die diversiteit en gelijkheid omhelst als voorwaarden voor vooruitgang.

Vandaag de dag is het een levendig huis dat vanuit haar verleden en onder de noemer Memory Machine, debat, publicaties en tentoonstellingen organiseert. Diepgang is daarbij het sleutelwoord. Elk individu is een “database” aan herinneringen die in hoge mate diens identiteit bepalen. Dit geldt ook voor groepen en maatschappijen als geheel. In ons individueel en collectief geheugen ligt de sleutel tot datgene waarmee we ons identificeren en tot dat wat we als vreemd ervaren. Inclusie en exclusie vinden daar hun bestaansgrond, en het merkwaardige daarbij is dat dit helemaal niet vastligt zoals we intuïtief plegen te denken.

Geheel in navolging van Gisèle richt Castrum Peregrini zich op een publiek van experts: de creatieve makers, de opinieleiders, de wetenschappers, de maatschappelijk geëngageerden, kortom, de dragers van de belofte van een betere wereld. In de internationale denktank Intellectual Playground verzamelen en delen we met hen kennis over de menselijke conditie, die duistere en zuivere kanten heeft, die zowel in staat is tot genocide of tot bloeiende maatschappijen. Met hen zoeken we naar antwoorden op de vele vragen die de morele dubbelzinnigheid van de menselijke soort oproept. Vanavond levert Kenan Malik hieraan alvast zijn bijdrage in het avondprogramma dat om acht uur begint op de locatie Spui 25.

De historische interieurs van Het Huis van Gisèle worden vandaag officieel opengesteld. Op onze vernieuwde website wordt omschreven hoe men toegang krijgt. We beginnen klein. Voor grote groepen mensen zijn de ruimtes vooralsnog niet geschikt. Conserveringsmaatregelen, toegankelijkheid e.d. dienen in de loop van de komende jaren onder handen genomen te worden. Maar we willen de uniciteit en het educatieve potentieel ervan alvast onder de aandacht brengen.

De onthulling door Job Cohen van de plaquette die Gisèle eert is de symbolische eerste stap hiertoe. Laten we niet langer wachten en nu naar buiten wandelen, naar de Herengrachtkant van dit pand.

Persbericht: authentieke onderduiketage opengesteld voor publiek

authentieke  onderduiketage opengesteld voor publiek

samenwerking stedelijk museum amsterdam en ‘het huis van gisèle’


interieur gisele salonEen ‘historische sensatie’ noemt MuseumKijker in maart 2016 de vertrekken van de kunstenares Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht (1912 – 2013).  Eerder schreef NRC: ‘Vraagt u mij waarom kunst eigenlijk nodig is, dan neem ik u mee naar de nog steeds intacte etages op de Herengracht in Amsterdam, waar de kracht van vriendschap en verbeelding mensenlevens redde.’ 

Voor het eerst is het mogelijk om de privé woonvertrekken van Gisèle te bezoeken.  Op maandag 2 mei onthult Job Cohen een plaquette aan de gevel ter ere van haar stille heldenrol en kondigt Castrum Peregrini een bijzondere samenwerking aan met het Stedelijk Museum Amsterdam . Het betreft de adoptie van het vijfluik ‘Moira’ (1956) in de collectie van het Stedelijk, met behoud van locatie in Gisèle’s salon. Een unieke verbinding waarmee de beide instellingen de verantwoordelijkheid van het behoud van Gisèle’s werk voor het publiek en de stad Amsterdam op zich nemen. 

De intact gebleven etage waar Gisèle onbaatzuchtig onderduikers in huis nam vanaf 1942, de salon waar zij met oud-burgemeester Arnold d’ Ailly vanaf eind jaren ’50 woonde en Gisèle’s atelier waar zij tot het einde van haar leven doorbracht, tonen haar werken en vertellen de geschiedenis van Amsterdam als toevluchtsoord voor kunstenaars en vrijhaven voor cultuur. Adriaan Roland Holst, Max Beckmann, Marguerite Yourcenar en vele anderen hebben daar tijdens en na de oorlog hun sporen achtergelaten.

Bart Rutten, Hoofd Collecties Stedelijk Museum: “Met het accepteren van de gift, om de prachtige panelen “Moira“ in gedeeld eigendom in de collectie van het Stedelijk Museum op te nemen, kunnen we onze expertise in behoud en conservering delen met deze bijzondere plek, die relevant is gebleken voor de internationale kunstgeschiedenis. Hiermee onderstreept het Stedelijk het cultuur- en kunsthistorische belang van het oeuvre dat Gisèle opbouwde. Tevens wordt hiermee de waardevolle verbinding zichtbaar tussen het Stedelijk Museum en kunstinstelling Castrum Peregrini. Met de openstelling van het Huis van Gisèle, waar “Moira” te zien zal blijven, wordt een Amsterdams ‘toevluchtsoord’ voor kunstenaars ontsloten. Het werd ruim 70 jaar  bewoond door Gisèle en getuigt in de traditie van de Modernen voluit van haar leven in uitwisseling met haar internationale vriendennetwerk van kunstenaars, schrijvers en wetenschappers, waaronder Max Beckmann, een icoon uit de collectie van het Stedelijk.”

Haar huis vertelt ook wat kunst toevoegt in moeilijke tijden, door in tijden van uitsluiting, inclusief te denken. Castrum Peregrini geeft die erfenis vorm door de geest van Gisèle levend te houden in hetzelfde pand. Met haar programmering, het bezoekersprogramma en de introductie van de Gisèle Prijs vestigt zij de aandacht op de rol van kunstenaars en cultuur voor een inclusieve maatschappij. Om de verbinding tussen het verleden en heden tastbaar te maken, neemt de stichting nu het initiatief om de openstelling van het huis voor een breder publiek mogelijk te maken. De leden van het Comité van Aanbeveling steken hun schouders onder dit initiatief, te weten: Job Cohen, Marjan Schwegman, Eric Fischer, Maya Meijer Bergmans, Ronny Nathaniël en Avraham Burg.

Maandag 2 mei onthult Job Cohen de plaquette aan de gevel Herengracht 401 en licht de plannen toe betreffende de publieke openstelling van Het Huis van Gisèle. De ceremonie is in aanwezigheid van Bart Rutten, hoofd collecties Stedelijk Museum Amsterdam, die de unieke samenwerking met Castrum Peregrini zal toelichten. Jorrit Nuijens vertegenwoordigt de Gemeenteraad van Amsterdam.

Tijdens het avondprogramma voor publiek toegankelijk, zal de internationaal gevierde neurobioloog en schrijver Kenan Malik een inhoudelijk betoog houden voor een inclusieve maatschappij.

Voor de pers: u kunt zich aanmelden voor een begeleide rondleiding, hiervoor maken we graag een persoonlijke afspraak. Ook voor meer informatie, tekst of beeld , kunt u contact opnemen.

Castrum Peregrini,

Frans Damman

f.damman@castrumperegrini.nl

020 6235287 of 06 23367491

Het steentje van Gisèle

 

 

Documentaire Portret van Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht

Als dochter van een Oostenrijkse barones en een Nederlandse geoloog leidde Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht als kind een nomadenbestaan, dat bepalend werd voor de rest van haar leven. Ze reisde de hele wereld over waarbij Amerika, Oostenrijk, Frankrijk, Nederland en vooral Griekenland de belangrijkste pleisterplaatsen werden. Van jongs af aan wist ze dat ze schilderes zou worden, een passie die ze erfde van haar vader. In de loop der jaren heeft ze een groot en zeer divers oeuvre opgebouwd.  Regie: Cees van Ede. Productie: Maud Keus, NPS, 1997

klik hier om de documentaire Het Steentje van Gisèle (60min) te bekijken:

Het Steentje van Gisèle - Cees van Ede en Maud Keus

Het Steentje van Gisèle – Cees van Ede en Maud Keus

Persbericht: Gisèle overleden

 

Gisèle

11 september 1912 – 27 mei 2013

 

M.G.J.M. d’Ailly van Waterschoot van der Gracht

 

Maandagavond 27 mei is de kunstenares Gisèle op ruim 100 jarige leeftijd thuis in haar atelier overleden. Ze wordt in besloten kring begraven op de begraafplaats De Stompe Toren bij Spaarnwoude.
.

Gisèle by Koos Breukel

Photo Koos Breukel

Het leven van Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht leest als een sprookje.  Geboren in 1912 in Den Haag, als dochter van de Nederlandse geoloog Willem van Waterschoot van der Gracht en de Oostenrijkse barones Josephine von Hammer Purgstall, groeide ze op in de Verenigde Staten en Oostenrijk. Gisèle volgde haar opleiding aan de Académie de la Grande Chaumière en de Ecole Nationale des Beaux Arts in Parijs.

Midden jaren ’30 vestigde zij zich voor het eerst in Nederland. Gisèle ging in de leer bij de bekende Nederlandse glasschilder Joep Nicolas in Zuid-Limburg. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereld oorlog verhuisde zij met haar ouders naar Bergen NH en maakte daar kennis met Nederlandse kunstenaars en schrijvers. In 1940 vestigde zij zich aan de Herengracht 401 in Amsterdam, waar ze de rest van haar leven is blijven wonen.

Tijdens de oorlogsjaren was haar huis een onderduikplek voor Joodse scholieren. Gisèle nam niet alleen de materiële zorg op zich voor haar jonge onderduikers maar wijdde hen in en beoefende met hen kunst en literatuur, die de jonge onderduikers een bovengemiddeld inzicht verschaftte in de buitenwereld, waarvan ze zelf jarenlang geen deel van uit konden maken. Voor Gisèle was vriendschap en kunst essentiële voorwaarden voor het leven. Deze onderduikervaring heeft hen doen besluiten na de oorlog de culturele stichting Castrum Peregrini – ‘burcht van de pelgrim’- op te richten, de nom de guèrre van het schuiladres. Hiermee creëerde zij een open huis voor schrijvers, dichters en kunstenaars en legde de basis voor de huidige culturele stichting Castrum Peregrini, die in haar diverse activiteiten de band tussen het individu en de maatschappij belicht: vriendschap en cultuur zijn de fundamenten voor betekenisvolle vrijheid.

Gisèle is een veelzijdig kunstenaar die veel glas-in-lood ramen heeft gemaakt – o.a. in Amsterdam in de R.K. Begijnhof kerk en de Krijtberg aan het Singel, wandtapijten voor de SS Rotterdam het schip van de Holland Amerika lijn en veel schilderijen zowel figuratieve, fantasie- en mythische figuren als abstract werk.

In ’59 huwde zij de naoorlogse Burgemeester van Amsterdam, Arnold d’Ailly. Ruim 25 jaar woonde en werkte zij elke zomer in haar atelier op het Griekse eiland Paros, Griekenland.

In 1997 werd haar naam gegraveerd in de eremuur in de tuin der rechtvaardigen, bij Yad Vashem, Jerusalem. In 2011 ontving Gisèle uit handen van burgermeester Eberhrad van der Laan een Koninklijke onderscheiding.

Dinsdagavond 28 mei wordt om 23:55uur op Nederland 2 de documentaire ‘Het Steentje van Gisèle’ uitgezonden, destijds gemaakt door Cees van Ede en Maud Keus.

 

Voor vragen en / of beeldmateriaal

 

Frans Damman

Stichting Castrum Peregrini

Herengracht 401

1017 BP AMSTERDAM

E: f.damman@castrumperegrini.nl

T: 020 6235287

 

Gisèle – Freunde von Freunden & Die Zeit

Freunde von Freunden

 

Portrait of Gisèle by Thijs van Velzen, pictures by Jordi Huisman

Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht is a woman of the castle. She never learned how to use a stove or how to prepare fried eggs. She simply never had to learn it. She let herself be carried away by the stillness of thick brick walls. Pealing paint from the ceiling, men hiding in the structure of ornaments, fluttering of bird wings, fish bone revealing hooded figures. read the complete article, including the pictures

 

This portrait is part of an ongoing collaboration with ZEIT Online, Die Zeit presents a special curation of FvF pictures on their site.